Blinde grotvisjes hebben handig ‘vreetgen’, tegen uithongering

Grotvisjes eten alles op wat ze tegenkomen. Mensen met overgewicht hebben soms dezelfde genmutaties.

Mutaties in één bepaald gen maken blinde grotvisjes tot onverzadigbare schranshalzen. Het is waarschijnlijk een evolutionaire aanpassing aan het leven in grotten. Daar is voedsel maar gedurende een korte tijd in het jaar in overvloed, waarna er maandenlang niets meer te eten is. Dat schrijven Amerikaanse onderzoekers vandaag in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS.

Het gaat om een verandering in het gen voor de ‘melanocortine-receptor 4’, een eiwit dat reageert op insuline en leptine, een hormoon dat de eetlust reguleert. Dezelfde soort mutaties komen soms ook voor bij mensen met overgewicht die grote moeite hebben zich aan een dieet te houden.

Voor de grotvisjes zijn de mutaties van levensbelang, schrijven de onderzoekers. Ze zijn daardoor extreem bestendig tegen uithongering. Grotvisjes hebben veel meer vetreserves dan hun bovengrondse soortgenoten, en springen er veel zuiniger mee om.

De grotvisjes (Astyanax mexicanus) die leven in watergevulde grotten in Mexico gelden als toonbeeld van evolutionaire aanpassing. Zij zijn het levende bewijs dat de natuur niet nutteloos energie verspilt. De visjes zijn blind omdat de oogontwikkeling ontbreekt. In de pikdonkere grotten hebben ze daar immers niets aan. Ook zijn de diertjes spierwit, omdat ze geen pigment aanmaken; ook niet nodig in de duisternis. En nu blijkt dat de iconische visjes door honderdduizenden jaren van natuurlijke selectie ook een eigenschap hebben verworven: zoveel mogelijk eten in ‘vette’ tijden.