Eerste boek

To Kill a Mockingbird is klassiek om meer dan de politieke lading. Het is óók een bildungsroman, met het meisje Scout als een van de leukste boekenmensen ever.

Voordat we aan het ‘vervolg’ beginnen eerst nog even dit. Dat To Kill a Mockingbird in de Verenigde Staten een klassieke status heeft, komt grotendeels door de politieke en maatschappelijke lading ervan. Een zwarte man die ten onrechte veroordeeld wordt voor verkrachting, wordt verdedigd door een blanke advocaat die daarmee zijn goede naam op het spel zet – en ervoor wordt verketterd door de gemeenschap. Dat maakte To Kill a Mockingbird tot een specifiek Amerikaans verhaal. Zoals ook De hut van oom Tom van Harriët Beecher Stowe hoofdzakelijk appelleert aan Amerikaanse lezers, en Huckleberry Finn van Mark Twain. Wij hebben weer onze eigen klassiekers.

Maar er zit ontegenzeggelijk een universele kracht in To Kill a Mockingbird, niet in het minst omdat het niet alleen zo geliefd bij grote groepen lezers kan zijn om dat maatschappelijke aspect. Er zit veel meer in deze roman dan een politiek verhaal. De rassenverhoudingen vormen weliswaar de grondtoon en de boventoon, maar pas na tweehonderd bladzijden.

Jongensmeisje

De rechtszaak is, meer dan in het boek, wél de motor die de verfilming van To Kill a Mockingbird gaande houdt – en het zou door Gregory Peck kunnen komen dat Atticus zo’n legendarische figuur is geworden.

Wat je leest is vooral het verhaal van de jonge Scout, een blank meisje dat opgroeit in Maycomb, Alabama. Voor de lezer is zij een veel legendarischer figuur in de bildungsroman die To Kill a Mockingbird in de eerste plaats is.

Scout, die zich te jongensachtig voelt voor haar echte naam Jean Louise, is een van de leukste boekenmensen die er zijn – al is het maar omdat ze op een overtuigende manier eigenwijs is in een vormelijke wereld. Die barst van de looiige conventies waaraan een naïef kind geen boodschap heeft. Ze begrijpt niet dat zij als meisje per se jurken moet dragen: ‘Ik opperde dat ik in broek ook een zonnestraaltje kon zijn.’ En zo is ze een belichaming van de recalcitrantie die wij kennen van iemand als Annie M.G. Schmidt. Ze is ook een meisje dat haar schooljuf argeloos de waarheid zegt, en zo op haar eerste schooldag straf krijgt – en door haar aangeleerde vooroordelen over arme mensen word je meteen geconfronteerd met de andere wereld die het gesegregeerde Amerika is.

Levenslessen

De vormelijkheid van Scouts wereld lees je ook aan de stijl af: wie het tempo van hedendaagse boeken gewend is, zal To Kill a Mockingbird wellicht traag vinden.

Maar tegelijkertijd zijn de lange scènes onmisbare elementen voor het verhaal over Scouts volwassenwording. We lezen hoe ze met haar broertje de mysterieuze buurjongen Boo Bradley bespiedt, hoe ze gesprekken voert met haar (donkere) nanny Calpurnia en het rabiate racisme van mevrouw Dubose aanhoort – en moet slikken.

Ook iemand met een verwerpelijke mening als mevrouw Dubose moet hoffelijk behandeld worden, leert ze van haar vader Atticus. Oftewel: ken je vijand. En: ‘Moed is weten dat je het verloren hebt voordat je begint, maar dan toch beginnen en doorzetten, wat er ook gebeurt. Je wint het meestal niet, maar een enkele keer wel.’

Hoe waardevol én hoe moeilijk die les is, leert Scout niet alleen over de raciale kwestie in het hart van het boek, maar net zo goed over het doorbreken van de vrouwelijkheidsconventies, over het nastreven van vrijheid, over gelijkheid.

Een universeel verhaal dus.