'Ik hoor nooit iemand over het sprankelende werk van D. Hooijer'

Voor de rubriek 'Open Boek' vragen we elke week een schrijver naar zijn of haar boekensmaak. Vandaag schrijfster Franca Treur (36).

Illustratie Emmelien Stavast illustratie emmelien stavast

Welk boek bent u nu aan het lezen?

De schoonheid van de echtgenoot door Anne Carson. Op een of andere manier zijn het altijd Canadese vrouwen die me betoveren: Margaret Atwood, Alice Munro en nu Anne Carson. Dit boek is proza en poëzie ineen, geschreven vanuit een vrouw die, toen ze jong was, een onmogelijke relatie had met een Griek die haar voortdurend bedroog. Ze kan hem, ook na al die jaren, niet vergeten, omdat hij zo mooi is. Het boek is hypergeconstrueerd, en totaal uit evenwicht, maar dat is ook wat het zo aantrekkelijk maakt. Het is heel geleerd, en dan weer heel grappig, en soms heel pijnlijk om te lezen: ‘Weet je begon ze. Wat. Als ik je kon vermoorden zou ik weer net zo iemand als jij moeten scheppen. Waarom. Om het aan te vertellen.’”

Waar leest u het liefst?

„Waar het mooi is, en de mensen niet schreeuwen. Zoals Anne Carson zegt: schoonheid is wat seks mogelijk maakt. Ze bedoelt het heel letterlijk, maar een mooie omgeving kan zeer zeker iets toevoegen aan de leeservaring. Maar als het boek je echt boeit, doet de omgeving er niet meer zo toe. Dan kan je ook heel goed je omgeving compleet vergeten, zelfs jezelf afsluiten voor lawaai.”

Welke schrijver benijdt u?

„Schrijvers die het schrijven combineren met een rijk sociaal leven. Het blijft een moeilijke combinatie.”

Wanneer stopt u met het lezen van een boek?

„Als ik het gelezene even moet herkauwen of herlezen, bijvoorbeeld bij een mooie passage of bij iets onverwachts, of als woorden een bepaald effect hebben en ik wil even uitzoeken wat er precies gebeurt. En verder als ik honger krijg, in slaap val, aandrang krijg om zelf te gaan schrijven, of omdat ik uit de trein moet stappen.”

Bestaat er een essentieel onderdeel dat iedere goede roman bezit?

„Iets waarvan je denkt, hé!”

Welk boek moet iedere ouder aan zijn kind voorlezen?

„Ik ben niet zo thuis in de goede kinderboeken. Ik ben zelf onder meer Jaap Holm en zijn vrinden van W.G. van de Hulst voorgelezen vroeger, daar heb ik heel duidelijke herinneringen aan, op zon-dagavond op het gazon. Ik denk dat het vormend was voor mijn ontwikkeling waar het eerlijkheidsgevoel en schuldbesef betreft. Maar in Nederland kom je misschien wel automatisch aan de aanbevolen dosis, en hoeft Jaap Holm daar niet meer bij. Het is behoorlijk ouderwets. Wij hadden een exemplaar waarin ‘de’ nog ‘den’ was, en sommige woorden nog met twee e’s geschreven werden, terwijl dat er nu gewoon een is. Al die extra letters waren met potlood doorgestreept. Wie dat gedaan had? Ik in elk geval niet. Ik heb het boek onlangs nog in mijn handen gehad, zou ik het meeverhuizen of niet. Het lag helemaal uit elkaar, dus ik het bij het oud papier gedaan.

Wat is volgens u de beste boekverfilming?

„Daar kan ik onmogelijk over oordelen, omdat ik maar een beperkt aantal boekverfilmingen heb gezien. Ik vond Revolutionary Road heel erg mooi gedaan, dat is ook een schitterend boek, en Submarino over het leven van twee broers die als kind hun babybroertje hebben laten doodgaan, is prachtig verfilmd door Thomas Vinterberg.

Wat is uw favoriete literaire karakter?

„Esther Greenwood uit The Bell Jar van Sylvia Plath. Normaal gesproken heb ik weinig op met personages met literaire ambities, maar Esther is een uitzondering. Zij is heel krachtig en zelfbewust, met een heel rijk innerlijk leven. Tegelijkertijd is ze menselijk en aards.”

Zit er een systeem in uw boekenkasten?

„Zeker, de fictie staat op alfabet, de non-fictie op thema. Marian Donner heeft na mijn verhuizing mijn boekenkast voor me ingericht. De non-fictie is zo geordend dat de titels een verhaal vertellen dat bij de liefde begint en via Freud, narratologie en mythologie naar het kwaad leidt, geloof ik.”

Wie is uw favoriete schrijver?

„Alice Munro en Herta Müller staan beiden op een voetstuk. Nu ja, niet alleen bij mij, in elk geval in Zweden ook, ze hebben beiden de Nobelprijs gehad. Müller verleidt je niet, zij schrijft heel hoekig en laat je als lezer alle kanten op stuiteren. Daar kun je een beetje raar van worden. Een paar bladzijden Munro helpen je dan weer het gewone leven in. Verder is Richard Yates een favoriet, John Cheever, ach zoveel. Er zijn zoveel mooie boeken!”

Herleest u boeken?

„Ja, als ik mijn eerste lezing niet meer vertrouw of als ik mij die niet meer goed kan herinneren. Of als ik mezelf op een tekst wil trakteren die me dierbaar is.”

Wat is het ergste dat u ooit met een boek hebt gedaan?

„Ik heb geen concreet voorbeeld, maar een te snel oordeel is zeker voorgekomen. Een negatief oordeel bedoel ik dan, terwijl het boek bij nader inzien juist toch wel iets heeft. Mijn vader zei vroeger altijd tegen me: Wat jij vindt, breng je maar bij de politie. Hij had natuurlijk gelijk. Te snelle meningen, daar zijn er al genoeg van.”

Over welk onderwerp wilt u in de toekomst nog een boek schrijven?

„Dat ga ik hier niet zeggen, stel je voor. Onrust nadat je boek af is, is al erg genoeg!”

Welke schrijver is ten onrechte in de vergetelheid geraakt?

„Ik kom nooit iemand tegen die over het werk van D. Hooijer begint. Het sprankelt en het doet, en het lezen ervan geeft een positieve boost aan je dag. Ik heb haar verhalen gelezen als snoep. Smikkelend.”

Wat is het eerste boek dat u als kind las? Dat u zich kunt herinneren tenminste..

„Een boekje dat in het lokaal stond in groep 3. De titel of auteur weet ik niet meer, ook niet het verhaal, of de namen van de personages, alleen nog een paar zinnen: ‘Kijk wat een schuim, de zee is wit. Het lijkt wel of er zeep in zit.’ Vond ik als zesjarige erg goed bedacht!”

Welk boek hebt u tot uw eigen schande nog niet gelezen?

„Een aantal filosofische klassiekers. Het Kapitaal van Karl Marx zou ik bijvoorbeeld graag gelezen willen hebben.”

Wat is het eerstvolgende boek dat u gaat lezen?

„Ik denk: de brieven tussen August Willemsen en Marian Plug.”