Vier jaar onderhandelen voor ambtenaren-cao

Rijk en vakbonden hebben een akkoord voor zeker 800.000 werkers in de publieke sector.

Na zo’n vier jaar onderhandelen is er een doorbraak over cao’s voor zeker 800.000 werknemers in de publieke sector. Maar de FNV, de grootste vakbond van Nederland, gaat niet akkoord en spreekt van „een sigaar uit eigen doos”.

1 Voor wie geldt de cao?

Het is een akkoord tussen het kabinet met drie vakcentrales over een loonstijging in zeven grote cao’s. Onder die cao’s vallen de 110.000 rijksambtenaren, maar ook 430.000 leraren plus politieagenten, militairen, personeel van de douane, de Belastingdienst, de rechterlijke macht en bijvoorbeeld 160.000 andere ambtenaren bij gemeenten, provincies en waterschappen.

2 Wat staat in het akkoord?

De (rijks)ambtenaren en leraren krijgen verdeeld over twee jaar een loonsverhoging van ruim 5 procent (2 procent in 2015, 3 procent in 2016). Daarbovenop komt een eenmalige uitkering van 500 euro in september. Het salaris bij gemeenten, provincies, waterschappen, universitair medische centra en andere onderzoeksinstellingen stijgt in 2016 met 1,4 procent. Bij verdere onderhandelingen over cao’s krijgen deze werknemers mogelijk meer loonsverhoging.

3 Wat kost het en wie gaat het betalen?

Er wordt gesproken van een loonkostenstijging van ongeveer 2 miljard euro. Een deel van de dekking komt uit de Rijksbegroting en zal het kabinet nader toelichten op Prinsjesdag. Een ander deel van de loonsverhoging moet bekostigd worden door wijziging van de pensioenregeling bij pensioenfonds ABP (2,8 miljoen deelnemers). De pensioenen stijgen dan niet langer mee met de lonen, maar met het prijspeil ofwel de inflatie. Dit leidt tot verlaging van de pensioenpremie: werknemers houden zo netto meer loon over en werkgevers hebben beloofd om de premieverlaging uit te betalen in loon.

4 Waarom is de FNV weggelopen bij de onderhandelingen?

De drie vakcentrales CNV, CMHF en het Ambtenarencentrum zijn wel akkoord gegaan, maar de FNV wil niets overhaasten. De FNV beschouwt het akkoord als een ondoordachte greep in de pensioenkas. Ouderenorganisatie ANBO spreekt zelfs van 8 procent minder pensioenopbouw voor jongeren. Het kabinet heeft de jaarlijkse opbouw vorig jaar bovendien al verlaagd omdat we later met pensioen gaan en langer pensioen opbouwen. De vakcentrales die wel akkoord zijn, zeggen het tegenovergestelde: zij benadrukken dat werknemers meer loon krijgen en dus meer pensioen opbouwen. Pensioenfonds ABP is nog aan het rekenen en kan geen uitsluitsel geven, zegt een woordvoerder. „Algemeen is het zo dat je minder pensioen opbouwt als je minder premie betaalt. Zeker over de lange termijn.”

5 Hoe gaat het verder?

Ook zonder de FNV kunnen dit soort cao-afspraken in principe met de andere vakbonden worden gemaakt. Maar het voorlopige akkoord moet door werkgevers en bonden nog verder worden uitgewerkt. En met aanpassing van het pensioenreglement moet de Pensioenkamer van ABP, die bestaat uit vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers, eerst instemmen. Het kabinet stond onder druk om na vier jaar eindelijk loonsverhoging voor de ambtenaren te regelen. Maar de FNV had al voor het cao-akkoord hardere acties aangekocht en wil na de zomer de druk opvoeren.