Vanaf nu wordt de Tour een andere koers

Na de rustdag gaat de Tour morgen echt beginnen, met drie bergritten in de Pyreneeën. Geletruidrager Froome deed tot nu goede zaken. Maar schrijf zijn grootste rivalen – Contador, Quintana en Nibali – niet af.

Vicenzo Nibali (rechts), de kopman van Astana, verloor gisteren in de ploegentijdrit 34 seconden op Chris Froome. Foto Christophe Ena/AP

Ja, één keer heeft hij in de eerste week gedacht: daar rijdt de Tourwinnaar. „Toen Nibali vol gas gaf op de kasseien”, zegt Jim Ochowicz. „Je zag dat zijn tegenstanders zo zaten.” De voormalig steun en toeverlaat van Lance Armstrong, die gisteren met zijn ploeg BMC verrassend de ploegentijdrit won, maakt een gebaar met de duim tegen de kin. „Het ging op de limiet en Froome maakte onder die druk bijna een stuurfout. Dat had beslissend kunnen zijn.”

Vincenzo Nibali voor de tweede keer op rij de Tour winnen? Patrick Lefevere zag juist iets heel anders. „Als het die tweede rit naar Zeeland even langer noodweer blijft, had Nibali meer dan vijf minuten aan zijn broek gekregen in plaats van een minuutje”, zegt de ervaren teambaas van Etixx-Quickstep, in de eerste week topscorer met drie ritzeges. „Ik moet het nog zien met de Italiaan.”

Nibali minder sterk dan vorig jaar

Nee, Nibali gaat het niet worden, denkt ook Stephen Roche. „Hij lijkt me minder sterk dan vorig jaar en gaat op de lange klimmen problemen krijgen”, voorspelt de Ierse Tourwinnaar van 1987, dit jaar in de Tour om gasten van autosponsor Skoda te vermaken. De kasseienrit? „Ik vond Froome daar juist sterk reageren op Nibali, hij liet zien over veel power te beschikken. Voor mij blijft hij de favoriet.”

Vergeet de spannende secondenslag in de ploegentijdrit, de spectaculaire valpartijen in de eerste week, de strijd op de kuitenbijters. Gisteravond zakte het peloton per vliegtuig af richting Pau, waar na de rustdag van vandaag drie loodzware Pyreneeënritten wachten. Morgen een nieuwe aankomst bergop, in La Pierre-Saint-Martin. Woensdag over Aubisque en Tourmalet, dan finish op Plateau de Beille. En na wat listige overgangsritten volgt in de slotweek een Alpenapotheose zonder weerga. „Vanaf nu wordt het een andere koers”, stelt geletruidrager Chris Froome, die met Sky de ploegentijdrit op één seconde verloor.

Haast stiekem sprokkelde de Britse winnaar van 2013 in de eerste week zijn voorsprong bij elkaar op de andere drie van wat vooraf al de Fab Four werd genoemd. Naar Djokovic-Federer-Nadal-Murray in het tennis. Alberto Contador staat al op 1.03 minuut, Nairo Quintana moet 1.59 goedmaken en Nibali zelfs 2.22. Peanuts, met twee weken klimmen in het vooruitzicht. „Ik zou geen enkele van deze vier al afschrijven”, zegt Ochowicz.

En voeg er gerust nog één aan toe, waarschuwt de 64-jarige Amerikaan. Zijn eigen kopman Tejay van Garderen, nu tweede op slechts twaalf tellen van Froome, gaat ook voor minimaal een podiumplaats. „Tejay is in goeden doen, en we hebben het niet over een prutser. Hij was al twee keer vijfde, waarom zou zo’n jonge gast niet de meest frisse zijn?”

Niks ervan, stelt Lefevere. „Er zijn in dit peloton hooguit drie of vier renners die de Tour kunnen winnen. Vanaf plaats vijf tot twaalf, daar strijdt de rest om. Dan denk ik aan Gesink en Mollema bij jullie, Valverde, Rodriguez, misschien wat Fransen en zeker ook Van Garderen. Wij hebben in die categorie Rigoberto Uran (nu zesde op 1.18), maar daar offer ik niet de hele ploeg voor op. Dat doe ik alleen voor een potentiële Tourwinnaar.”

Op Roche na, wiens zoon Nicholas knecht voor Froome, waagt niemand zich aan boude voorspellingen. Valt al iets af te leiden over de krachtsverhoudingen bergop? Halverwege de Mûr-de-Bretagne accelereerde Froome zaterdag even superieur, om uiteindelijk toe te zien hoe de Fransman Alexis Vuillermoz wegreed voor de ritwinst. Contador en Quintana zaten er op het oog fris bij, Nibali moest een gaatje laten van tien tellen. „Een offday”, bitste de Italiaan, gisteren opnieuw verliezer in de ploegentijdrit.

Wat is een objectiever criterium dan de klimtijd in de laatste kilometer op de Muur van Huy? Froome (net als ritwinnaar Rodriguez) 2.49 minuut, Nibali en Quintana 3.00, Contador 3.07 (ter vergelijking: Valverdes record is 2.41 in de Waalse Pijl 2014, Armstrong 3.00 in 1996). „Dat zegt iets over de explosiviteit”, zegt Ochowicz „Maar op een lange klim heb je meer met gewicht te maken. Hoe lichter, hoe beter.”

Quintana blijft gevaarlijk

Quintana dus. Zo anoniem als de kleine Colombiaan op een avond wandelt langs het station van Le Havre, beweegt hij zich door de koers. Zijn tijd komt nu. Slechts 59 kilo bij 1,67 meter, dat telt. De anderen? Contador 62 bij 1,76, Froome 69 bij 1,86 en Nibali 64 bij 1,81. „Zolang hij op minder dan drie minuten staat, blijft Quintana gevaarlijk”, stelt Roche, die zich in 1987 op La Plagne bewusteloos reed om af te rekenen met Pedro Delgado. Hij verwacht een veelzijdig gevecht. „Quintana durft op de voorlaatste klim al aan te vallen, Contador kan iets doen in de afdaling naar de slotklim. Maar at the end of the day denk ik dat Froome gewoon de sterkste is.”