Superioriteit van krachtige geest

Novak Djokovic wint voor de derde maal in Londen. Hij is een overlever op de baan.

Foto EPA, beeldbewerking NRC Fotodienst

Veel harder kan een tennisser mentaal niet gepijnigd worden. Zes setpoints verspillen in de miraculeuze tiebreak van de tweede set, de finale die uit je handen dreigt te glippen, toeschouwers die voor de tegenstander juichen alsof het Engelse voetbalelftal scoort in de WK-finale. Velen zouden een paar games lang psychisch aangeslagen ronddwalen.

Niet Novak Djokovic. Natuurlijk, even de kortsluiting zoals je vaker bij hem ziet, de Serviër ramt uit frustratie over de gemiste kansen drie keer hard met zijn racket tegen zijn schoenen. Even de woede op zichzelf koelen.

Maar het momentum dat kantelt naar de op het oog bevrijde Roger Federer? Nee, mentaal is vechtersbaas Djokovic onbreekbaar. De controle is snel terug. Hij pakt de servicegame van Federer en trekt de wedstrijd na een regenpauze koeltjes naar zich toe: 7-6, 6-7, 6-4 en 6-3. Zijn derde Wimbledontitel, na 2011 en vorig jaar. Evenveel als zijn Duitse coach Boris Becker, die won in 1985, 1986 en 1989.

Servische oerkreten galmen over het centercourt. Daarna knielt Djokovic en eet van het heilige gras, net als de vorige twee keer na de titelwinst op Wimbledon. „Ik was er zeker van dat het gras glutenvrij was”, lacht Djokovic, die een glutenvrij dieet volgt. „Het is niet gefabriceerd, het is natuurlijk, dus ik kon het eten.”

Dat is hoe de ‘Djoker’ bekendstaat, de grappenmaker die af en toe iets geks doet op de baan. Tegelijkertijd is hij ook de dominante nummer één van de wereld met het wat saaie en inspiratieloze spel, monotoon beukend vanaf de baseline, zelden het net opzoekend. Hij heeft niet de natuurlijke klasse en brille van Federer, niet zijn creativiteit.

Werkpaard

Het werd de strijd tussen het onverzettelijke werkpaard en de artiest met het natuurtalent – een herhaling van de finale vorig jaar. Met de steun van het Britse publiek voor lieveling en zevenvoudig winnaar Federer. Uit een poll van de BBC bleek dat 72 procent van de stemmers verwachtte dat Federer zou winnen. Het Federer-sentiment is gezien zijn zeven Wimbledontitels goed te plaatsen, en kreeg een extra lading na zijn wondershow in de halve finale tegen Andy Murray.

Maar het is ook enigszins beledigend voor het vechttennis van verdedigingskunstenaar Djokovic (28). Kijk hoe hij de meest onmogelijke ballen nog uit de hoeken plukt, het constante goede serveren, de snoeiharde ground strokes, de weinige onnodige fouten – gekoppeld aan zijn fitheid.

Hij is mentaal gerehabiliteerd. De crime tegen Stan Wawrinka in de finale op Roland Garros, vijf weken geleden. Snikkend op de baan, weer niet de eindzege in Parijs, de enige grandslam die nog ontbreekt. Aangeslagen? Zeker, maar tijdelijk. „Als er één ding is dat ik heb geleerd in de sport, is het snel te herstellen en om dingen achter me te laten en verder te gaan”, zei hij gisteren over het verlies in Parijs.

Djokovic neemt na Roland Garros tien dagen afstand van het tennis om zich op te laden en komt herboren aan in Londen. Op weg naar de finale is het allemaal niet spectaculair, niet verzorgd – maar o zo degelijk. Even zwalkt hij, in de vierde ronde tegen de Zuid-Afrikaanse servicereus Kevin Anderson. 2-0 achterstand in sets, maar zelfs dat repareert hij klinisch.

De klap in Parijs, de problemen tegen Anderson, de vernietigende tiebreak tegen Federer. Breng Djokovic in zo’n situatie en de overlever in hem staat op. Hij is specialist terugvechten, het valt niet los te zien van zijn jeugd als Servisch kind in oorlogstijd. Elf was hij, toen de NAVO-vliegtuigen over Belgrado vlogen. En op zijn twaalfde verjaardag was het bombardement nog in volle gang, staat in het boek Novak Djokovic.

Het weerhield hem niet door te gaan met trainen, al was hij door de dreiging gedwongen steeds andere banen op te zoeken. ‘Omdat hij de meeste van de 76 nachten dat het bombardement duurde in een schuilkelder doorbracht, sliep hij te weinig en deelde hij de collectieve angst van een hele stad’, zo staat in het boek.

Opslokken

Djokovic is nooit een supertalent geweest. Hij heeft zich omhoog gevochten, zegt de Kroatische oud-speler Ivan Ljubicic, een vriend van Djokovic. Ze trokken tien jaar geleden een seizoen lang samen op onder dezelfde coach. „Je kon zien dat hij iets speciaals had. Niet qua techniek, maar zijn mentaliteit was bovengemiddeld”, zegt Ljubicic.

In de periode dat ze samen optrokken – vanaf 2005 – was Djokovic de puberteit in feite net ontgroeid, maar in zijn gedrag was hij jong volwassen, zegt Ljubicic. „We werkten met dezelfde fitnesscoach, Salvador Sosa. Novak vertelde hem wat hij moest doen op zijn achttiende. Ik was zesentwintig en nummer drie van de wereld en zei niks tegen de fitnesscoach.”

Nummer één worden, dat zat er toen al in, zegt Ljubicic. „Je zag het vuur in zijn ogen.” Net als gisteren na die bizarre tiebreak. Het vuur waarmee hij tegenstanders opslokt.