Pit en urgentie ontbreken in poproute

Een hoogtepunt was Lianne La Havas (25). Maar ook Paolo Nutini en D’Angelo blonken uit.

Het kwartet van Wayne Shorter, al jaren op North Sea Jazz, speelde alsof het publiek nog moest worden veroverd. Foto’s Andreas Terlaak

Paolo Nutini zei het tijdens zijn optreden zaterdag op de 40ste editie van North Sea Jazz zo: „You may have guessed it, but there is not much jazz here.” De Schotse zanger trok er een semi-verontschuldigend gezicht bij. Het was een nonchalant maar raak statement. Wie alle popartiesten overslaat op North Sea Jazz, mist veel moois. Nutini zelf toonde zich een artiest in bloedvorm. Hij beheerst zijn sfeerbepalende instrument – die mooie, rauwe en kleurrijke stem – geweldig en imponeerde met onder meer een bezielende vertolking van Iron Sky.

Traditioneel is er in de poproute van het festival veel te genieten en ontdekken, maar het hield dit jaar niet over, in een programma met veel namen op herhaling en vaak een gebrek aan pit en urgentie. Er waren simpelweg te weinig popartiesten die op dit moment geweldig nieuw materiaal hebben of grote, verrassende namen uit het verleden. De wegens stemproblemen in de soep gelopen Chaka Khan Hitsrevue, geprogrammeerd op het grootste podium, viel bijvoorbeeld tegen.

Maar er waren genoeg hoogtepunten. Opvallend goed was Lianne La Havas, de 25-jarige Britse singer-songwriter die in korte tijd is uitgegroeid tot een fenomenale headliner; een virtuoze zangeres met sterke liedjes die een immense, propvolle zaal blijvend kan boeien met slechts haar veelzijdige, dynamische zang – vaak teder en fluisterzacht, en dan ineens vol kracht. Ze bracht nummers als Age en No Room For Doubt gisteren kalm en converserend en vulde de zaal regelmatig met alleen haar trefzekere stem en gitaar.

Met D’Angelo stond dit weekend de grootste soulman van nu op het podium. Hij spon zijn funky jamsessies soms zo lang uit dat er helaas weinig ruimte was voor een ruimere selectie van zijn actuele topmateriaal. Het niveau van D’Angelo’s band The Vanguard is ongekend; het is altijd goed om die ritmesectie te horen grooven en in een nummer als Betray My Heart klonk zijn falset indrukwekkend, maar het collectief heeft betere optredens gegeven.

Een dag later sloot John Legend af – zichzelf het ene moment begeleidend vanachter de vleugel in het kleine, romantische werk, en dan weer voluit knallend met zijn stomende soulensemble. De 25-jarige Leon Bridges debuteerde die dag in een afgeladen Congo-tent. Zijn geraffineerde, stijlvolle retro-soul kreeg live wat meer eigen karakter, maar bleef ondanks zijn topstem vaak nog wat vlak. Dat gold niet voor het optreden van de kleurrijke en veelzijdige Haagse Jett Rebel, die tijdens zijn intense show over het podium rende en zwierde, funkte en rockte.

Gisteren opende Laura Mvula het festivalprogramma met het Metropole Orkest. De combinatie met het orkest maakte haar soul soms sprookjesachtig, maar in intiemere nummers werd het opsmuk die in de weg zat. De afsluitende headliner was Lionel Richie die zich op zijn 66ste definitief heeft heruitgevonden als reizend camp-amusement. Richie gaf een soms funky maar ook wat onbehouwen nostalgisch optreden in Las Vegas-stijl, met slechte grappen over zijn leeftijd, een oubollige lichtshow en afwisselend wat ironisch gebrachte en vol op sentiment gerichte megahits.

Het publiek mocht het met lichtjes in de lucht vaak van hem overnemen. Het concert was muzikaal niet indrukwekkend maar gericht op feest, met meezingliedjes die al decennia in het collectieve geheugen vastgeroest zitten.