Ouderen, als collectief goed

Verouderen, iedereen overkomt het en niemand wil het. Tot je 30ste is het leven eindeloos en je fysieke capaciteiten lijken onbegrensd. Tussen 30 en 40 is jong blijven best te doen. Tussen 40 en 50 verlegt menigeen het accent naar niet ouder lijken. En na je 50ste valt het kwartje. Je moet je meer inspannen om hetzelfde te presteren – en dus moet je beter op jezelf letten. Voor het eerst wordt voelbaar hoe je er fysiek voor zal staan als je 60 of 70 wordt.

De commercie begint je intussen aan te duiden als ‘actieve 50-plusser’ wat zowel een compliment als een belediging inhoudt. Je waant je immers deel van de movers and shakers. Maar je omgeving ziet een veteraan, wiens arbeidsplaats straks vacant komt. De norm in de maatschappij is namelijk ‘jong’. En dat ben jij niet meer.

Verouderen is een taboe, een non-issue. Zaterdag deed hoogleraar Rudi Westendorp van de Universiteit van Kopenhagen in de krant een aantal treffende waarnemingen. Oud worden is niemands ambitie, maar tegen het perspectief ‘gezond oud’ zegt iedereen ja. Tegelijkertijd ligt de focus in de medische wetenschap op het bestrijden van individuele fysieke oorzaken van verouderingsziekten. Daardoor wordt het belang van preventie uit het oog verloren.

En, zijn belangrijkste klacht: de overheid legt alle verantwoordelijkheid voor het uitstellen van veroudering bij de burger zelf. Er is geen volksgezondheidsbeleid tégen de effecten van veroudering. Zoals dat er wel is tegen kanker en kinderziekten. De overheid zorgde voor riolering, (gefluorideerd) drinkwater, consultatiebureaus, inentingen etc. Maar een actief overheidsbeleid over lichaamsgewicht, bewegen, matig drinken, roken, gericht op vijftigers – dat bestaat niet echt. Terwijl inmiddels lager opgeleide ouderen in Nederland gemiddeld négentien jaar eerder ziek worden en zeven jaar eerder dood gaan dan hoger opgeleide ouderen. Nu kan de individuele burger veel verantwoordelijkheid aan, ook die voor zijn gezondheid. Maar zo’n kolossale ongelijkheid in gezondheidskansen kan inderdaad niet zonder (ook) een collectief antwoord. Daarin heeft Westendorp gelijk. Daar moet over nagedacht worden.

Nu zijn er al veel strategieën bekend om individueel gezond ouder te worden. Dat gaat niet alleen over voeding en bewegen, maar ook over mentaal actief blijven – een sociaal leven in stand houden, blijven leren, de zin van het leven blijven zien. Bij uitstek een individuele verantwoordelijkheid, waar de staat niets te zoeken heeft. Ook een consultatiebureau waar 50-plussers worden gewogen en hun verdere ontwikkeling komen bespreken, is niet echt de bedoeling. Maar tussen die uitersten is ruimte voor preventief verouderingsbeleid dat gezonde keuzen stimuleert. Die kan benut worden.