Column

Ook de jeugd heeft nu de buurtbus ontdekt

Op het Beatrixplein in Purmerend stopt de mobiele verlosser van de provinciemens: de buurtbus. „Je hoeft niet te betalen, want je bent te gast bij de company”, zegt Kees Wijdekop. Een half leven was hij leraar, maar sinds zijn pensioen, een paar jaar geleden, rijdt hij met de buurtbus van lijn 416 door de Beemster.

Wijdekop is een van de vijftig vrijwilligers, merendeels gepensioneerden, zonder wie die bus niet zou kunnen rijden, omdat vervoersmaatschappij EBS geen beroepschauffeurs kan betalen. „We hebben jaarlijks een minimum van 9.000 passagiers nodig om uit de kosten te komen”, zegt Wijdekop. „Maar in 2014 waren het er 11.000, dus die ondergrens wordt ruimschoots gehaald.”

De buurtbus telt acht zitplaatsen. En dan kunnen er nog een paar passagiers staan. Maar vandaag is het rustig. Wijdekop maakt een praatje met mijn medereiziger, een bejaarde hartpatiënte, die hij bij het ziekenhuis heeft opgehaald. „Hij rijdt me helemaal tot aan mijn voordeur”, zegt de 82-jarige vrouw, alsof ze het over een oude bekende heeft.

We zetten haar af in Middenbeemster en passeren het huisje van Betje Wolff en Aagje Deken en de hoge kerk van Hendrick de Keyser uit 1623. Even zijn we terug in de tijd van de postkoets, de voorloper van de buurtbus.

Inmiddels is een andere vrouw ingestapt, die naar Westbeemster moet. „In mijn dorp heb je geen openbaar vervoer”, zegt ze. „Dus moet je wel met de buurtbus als je geen auto hebt.” Ook haar zetten we voor de deur af.

Als vrijwilliger mag Wijdekop maar een keer per week vier uur achter het stuur van de buurtbus zitten. „Anders worden we concurrenten voor professionele chauffeurs, die soms toch al met scheve ogen naar ons kijken.”

De ene week zit hij op de bok, de andere week op de reservebank. „En we doen het allemaal voor niets”, zegt hij. „Al krijgen we eens per jaar een bedrijfsuitje aangeboden.”

De buurtbus rijdt nu een dijk op, de Beemster uit. Voorbij de brug begint De Rijp, waar Wijdekop zelf woont. „Dit is de nachtmerrie van iedere chauffeur”, zegt hij, voorzichtig manoeuvrerend door een smalle hoofdstraat. Even schrikt hij terug voor een naderende vrachtwagen, maar gelukkig slaat die een zijstraat in. „Godzijdank is de vuilniswagen al voorbij.”

Na een korte pauze op halte Wollandje, beginnen we aan onze tweede en laatste ronde. In Purmerend stappen twee jongeren in, de zevende en achtste passagiers van Wijdekops dienst. Ze nemen de buurtbus voor een paar haltes, omdat ze anders 49 minuten moeten wachten op de eerstvolgende stadsbus. „De jeugd begint ons te ontdekken”, zegt Wijdekop blij.

In Middenbeemster wordt de buurtbus opnieuw geloofd en geprezen. Dit keer door de 65-jarige Maartje Ems, die eens in de drie weken een paar dagen bij haar 92-jarige moeder in De Rijp logeert. „Ik loop niet zo goed meer en daarom is dit vervoer ideaal.” Inmiddels is ook chauffeur Karst ingestapt, die Wijdekop komt aflossen. Hij is minder voorzichtig als we de dijk bij De Rijp oprijden en drukt het gaspedaal stevig in. Zonder vrijwilligers als Karst en Kees zou de provinciemens verloren zijn.