Na de reorganisatie is politie vooral een bezettingsmacht

Wat Opstelten als linkse hobby zag, was een cultuur die buurtcontact zocht en discriminatie bestreed, aldus Martin Sitalsing en Leo Witvliet.

De Haagse Schilderswijkrellen na de tragische dood van Mitch Henriquez hebben niets van doen met stelselmatige discriminatie bij de politie. Dat frame plaats individuele politiemensen in de verkeerde hoek. Wel legt het incident een dieper liggend probleem bloot van een politie in reorganisatie. Met de komst van de Nationale Politie sneuvelde namelijk het diversiteitsbeleid. Oud-minister Opstelten vond dat maar een linkse hobby. Onder zijn leiding werd de politie een platte uitvoeringsorganisatie van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Politiewerk moet vormgegeven worden in samenspraak met de samenleving, betoogde oud-politiechef Ries Straver al in 1977. Wijkpolitie als basisconcept, desnoods ten koste van specialismen. Bijna iedere vorm van criminaliteit hangt samen met problemen in de wijk, werd het adagium in de jaren negentig. Jelle Kuiper (1944-2011), hoofdcommissaris in Amsterdam, ging zelfs zover dat hij de politie de rol gaf om het sociaal-maatschappelijke klimaat te stimuleren ter preventie van criminaliteit.

Intussen is er helaas een tegengestelde beweging gaande. Door de nationalisering van de politie, treedt politiek Den Haag sturender op. Zo raakt de politie het contact met lokale spelers kwijt. Als politiek Den Haag zich met de straat bemoeit, doen lokale observaties er minder toe. In de wijken waar de spanning het hoogst opgelopen is, wordt de politie dan niet meer als belangrijkste bondgenoot gezien, maar als bezettingsmacht van de landelijke overheid. De lessen uit Frankrijk lijken snel vergeten.

Wat Opstelten als linkse hobby zag, was een gefundeerde visie die de politie legitimiteit verschafte. Sinds eind jaren tachtig zocht de politie ook in haar personeelsbeleid naar aansluiting met de samenleving: meer vrouwen, meer agenten van niet-Nederlandse komaf. Een hbo-opleiding tot recherchekundige verruimde vervolgens de blik op politieonderzoeken. Deze zorgvuldig opgebouwde werkcultuur wordt met de landelijke reorganisatie teniet gedaan. De focus van de personeelsafdeling ligt nu op afhandeling van bezwaarschriften van duizenden agenten die ontevreden zijn met hun nieuwe functieomschrijving. Het nieuwe personeelsbeleid is gericht op beheer in plaats van ontwikkeling.

De Haagse politiechef Paul van Musscher is zich als geen ander bewust van het belang van een divers personeelsbestand. Vanuit zijn positie probeert hij er landelijk aandacht voor te vragen. Nogmaals: de Schilderswijkrellen hebben niets van doen met stelselmatige discriminatie. Maar als de landelijke reorganisatie wordt doorgezet zal de politie bij elk volgend incident de schijn tegen hebben. Simpelweg omdat er minder aandacht voor diversiteit is, we teruggaan naar de tradities van voor de jaren tachtig toen Nederland homogener was.

De reorganisatie richtte zich vooral op het inrichtingsvraagstuk, niet om het goede en sociale van de afgelopen decennia te bewaren: het idee dat de politie continu moet mee veranderen met de samenleving, herkenbaar moet blijven. Lokaal ingebed politiewerk had prima samen kunnen gaan met een landelijk backoffice. De vorming van de Nationale Politie was de kans om vanuit een herijkte visie op de politiefunctie de reorganisatie vorm te geven: national framework, local delivery.

Natuurlijk zijn er operationele thema’s die het lokale overstijgen, maar daar heb je geen grote reorganisatie van het primaire proces voor nodig. Intussen zijn gemeenten, in reactie, bezig een eigen ‘gemeentepolitie’ in te richten. Niet met agenten, maar met toezichthouders en beveiligers.

De tragische dood van Mitch Henriquez mag dan geen gevolg zijn van stelselmatige discriminatie, maar wij vragen ons wel af of de Nationale Politie zich bij nieuwe incidenten nog wel kan verweren tegen dat soort beschuldigingen. Wie enkel aandacht heeft voor beheer, ziet de mens niet meer.