Jazzoptredens met de kracht van een tornado

Op de 40ste editie van het North Sea Jazz Festival speelden ook de bands die inmiddels tot het ‘meubilair’ behoren alsof er nog iets veroverd moest worden.

Lionel Richie Foto Andreas Terlaak

Lastig bijna om je voor te stellen hoe in de beginjaren van North Sea Jazz in drie dagen negenduizend bezoekers langskwamen. Want dat is tegenwoordig wel anders. Het uitverkochte aantal van zeventigduizend in een weekend wordt, zeker de laatste jaren al weken van tevoren, moeiteloos gehaald. North Sea Jazz Festival, dit weekend voor de 40ste keer in alle heerlijke hevigheid, was voor de jazz een feestelijke, geschakeerde editie. Muzikanten die er vanaf de eerste editie zijn geweest, werden geëerd. Memorabilia en exposities herinnerden aan shows van toen.

Het kijken naar bands op North Sea Jazz was als vanouds heen en weer hollen tussen dertien podia vol jazz, pop en worldbeat, verspreid in en rond Ahoy. Na tien jaar in Rotterdam – voorheen was het grote driedaagse muziekevenement altijd in Den Haag – zijn de sluiproutes intussen wel bekend, en worden knelpunten bij de zalen en de foodcourts jaarlijks veranderd en verbeterd. Deze editie bood weer een omvangrijk, bontgekleurd programma waaraan direct de nodige hoofdbrekens voorafgingen: zo’n 65 optredens per avond – een keuze maken is dan eigenlijk een onbegonnen zaak. Zeker wanneer grote topacts uit de jazz en pop recht tegenover elkaar stonden, zoals jazzbassist Avishai Cohen en popster D’Angelo tijdens de eerste avond.

Wie de publiekstrekkers links liet liggen en op zoek ging naar avontuur, vond deze editie opvallend veel pianisten. In de kleine zalen goochelden musici met intensiteit, ritme en harmonie alsof het niets was. Op vrijdag viel de vloeiende muzikaliteit van het nieuwe Amerikaanse talent in blue eyed soul Jarrod Lawson op, en het soloconcert van de Vlaamse pianist Jef Neve, waarin verbeelding en diepgang elkaar raakten.

Trompettist Avishai Cohen. Foto Andreas Terlaak

Gideon van Gelder vervoerde met de stukken van zijn album Lighthouse, waaraan ook zangeres Lilian Vieira bijdroeg. En pianist Jeroen van Vliet ging de diepte in met een fraai soloconcert, terwijl nieuwkomer Thomas Encho indruk maakte met zijn pianotrio. De grote Amerikaanse jazzinnovatoren Herbie Hancock en Chick Corea gaven de eerste avond, net als in 1979 op North Sea Jazz, het avontuurlijke concert waar je op hoopte met jazzverkenningen langs alle stijlen.

De tweede festivaldag was geen dag van grote uitbundigheid, wel van kwaliteit. Het was een taaier programma voor de gemiddelde bezoeker wegens de vele nieuwe namen. Maar ook bands die tot het North Sea-‘meubilair’ behoren speelden alsof er iets veroverd moest worden, zoals het kwartet van saxofonist Wayne Shorter dat zocht en vond in abstracte vormen.

Een van de hoogtepunten was de show van The Bad Plus met Joshua Redman; een combinatie van grootmachten die elkaar behoorlijk versterkten. Een fantastisch concert, waarin het machtig was om te zien hoe het eigenzinnige jazztrio de diepte in ging met de saxofonist die als mainstream superster geldt. Ze begrepen elkaar helemaal, gaven elkaar de ruimte, cirkelden om elkaar heen en sloegen melodieën stuk. Zeker het laatste nummer, dat zich van een ballade ontwikkelde naar een powerstuk, had de kracht van een tornado.

Nieuwe namen worden opvallend snel groot op dit festival. De kleine Volga-zaal was de plek voor jong talent. De Israëlische trompettist Avishai Cohen, niet te verwarren met de gelijknamige bassist die vrijdag speelde, ging in een jaar van de kleine Yenisei-zaal naar een uitpuilende Hudson-zaal, het jazzpodium voor de gevestigde namen. De intieme lyriek met zijn trio was mooi, maar ontbeerde persoonlijkheid in het spel. Nee, dan het drummen van oudgediende en trouwe Wayne Shorter-kompaan Brian Blades. Onwerkelijk met hoeveel energie hij naast zijn rol in het concert met Shorter speelde met zijn eigen Fellowship Band, en het spelplezier er werkelijk vanaf spatte. Glunderend gaf hij de maat aan, uit zijn stoel springend van genot, en foeterend ging hij de diepte in toen zijn monitor weigerde.

Dee Dee Bridgewater. Foto Andreas Terlaak

Formeler ging het eraan toe in de statige Amazon-zaal, waar Dee Dee Bridgewater met een orkest traditioneel New Orleans-repertoire nieuw leven inblies. Daar maakte ook de Amerikaanse jazzvocalist Kurt Elling indruk, de bariton die met zijn buigzame stem langs maar liefst vier octaven komt, met onder meer zijn jazzversie van U2’s Where The Streets Have No Name. De show van zanger Jamie Cullum, waarvoor moest worden bijbetaald, had weliswaar een jazzinsteek maar gleed snel door naar zijn blijmoedige popjazz, onderweg slechts een paar maten improvisatie meepikkend. Zangeres Melody Gardot (met zonnebril, zwarte hoofddoek) imponeerde daarentegen met haar stoer-zwoele show waarin ze jazz, rhythm & blues en funk aaneenreeg. Ze had haar gitaar steevast om en zong staand – iets wat ze voorheen weinig deed wegens haar slechte fysieke gesteldheid na een zwaar auto-ongeluk. Met een uitgebreide band met veel blazers zong Gardot sterk bij stijlvol theaterlicht. Soms melancholisch met bluesy ondertoon, dan weer vurig.