Ineens was de Ierse klusjesman weg

Nomadische Ieren bieden zich in Nederland aan voor klussen. Hun reputatie is slecht.

Wie op de Lambert Meliszweg in Hoorn goed zoekt, vindt altijd wel wat gebreken. Irish Travellers wijzen erop en stellen, eenmaal bezig, soms nog veel grotere ‘manco’s’ vast. Foto’s Niels Blekemolen

’s Zomers ligt de Lambert Meliszweg in Hoorn er prachtig bij. Vrijstaande huizen met keurige voortuinen pronken in de schaduw van een dubbele bomenrij. Maar wie een smetje zoekt, vindt altijd wat.

„Die voegen”, zegt bewoner Claudia wijzend naar de buitenmuur. „Die moesten nodig schoongemaakt. Zeiden ze.”

Buurman Joris, op blote voeten in de deuropening: „Ze zeiden dat de nok scheef ligt.”

De gepensioneerde Martinus van om de hoek: „De vorstpannen op het dak zitten los, zeiden ze.”

Overal in de straat belden laatst klusjesmannen aan om te wijzen op gebreken op en rondom het huis. Rondtrekkende Ierse mannen in witte bestelbusjes. Kerels van een jaar of veertig, „casual gekleed” in spijkerbroek en T-shirt. Loszittende dakpannen, achterstallig schilderwerk, bladeren in de dakgoot. Niets ontging hun scherpe blik.

Liefst bellen ze aan bij ouderen. Na een weifelend akkoord over de prijs staat bij hen de ladder al tegen de gevel. Waarna de scherpe blik dikwijls een ander nog veel groter gebrek ontdekt. Zoiets dat noopt tot vervanging van het hele dak. Een klus waarvoor de mannen hun hand niet omdraaien. Tegen ‘passend’ tarief weliswaar, vooraf en contant te betalen. Om halverwege de klus plots spoorloos te verdwijnen.

Nieuw zijn de trucs allerminst, maar het aantal meldingen nam de afgelopen jaren overal in Nederland toe. 319 ‘mutaties’ telde de politie in heel 2009, in 2013 waren dat er in piekmaand juli alleen al 270. Sindsdien is het aantal pogingen tot oplichting verder gestegen. Een 90-jarige uit Badhoevedorp betaalde vorig jaar 50.000 euro vooruit voor reparatie van zijn dak. In Amstelveen werd een 78-jarige man uit Amstelveen diezelfde periode 100.000 euro afhandig gemaakt. De oplichting gaat soms gepaard met intimidatie en bedreiging.

Meldingen zijn er vooral in voorjaar en zomer. Dat is de periode dat de daders, Irish Travellers, een nomadisch volk met wortels in Ierland, verblijven in Nederland. Hele families komen in februari met de ferry uit Newcastle aan in IJmuiden. Daarvandaan trekken ze met caravans en bestelbusjes door Nederland. In het najaar maken ze de oversteek terug.

De drie mannen die onlangs aan de Lambert Meliszweg in Hoorn werden gezien, waren volgens hun paspoorten van één Ierse familie. De politie hield hen staande na melding van een buurtbewoner met argwaan. „We hebben ze gecontroleerd, hun gegevens genoteerd, maar we hebben ze niet kunnen betrappen op iets verkeerds”, zegt woordvoerder Janet van der Molen van de politie Kennemerland. „Ze vertelden dat ze hier gewoon waren om te werken.”

Dat is het lastige aan zulke praktijken, zegt ze. Afspraken met slachtoffers worden alleen mondeling gemaakt, lang blijven Irish Travellers niet op één plek en sommigen geven zich uit voor een broer of neef. Zie oplichting dan maar eens te bewijzen. Bovendien, er zijn ook Travellers die wél hun klusjes afmaken. „Voor je het weet zit je te discrimineren.”

Hun geschiedenis is net zo ongrijpbaar als de groep zelf, blijkt uit een rapport over Irish Travellers. De Politieacademie bracht het vorig jaar uit nadat berichtgeving van tv-programma Opgelicht?! tot Kamervragen had geleid. Mogelijk, schrijven onderzoekers Annemiek Dul en Nicolien Kop, zijn de Travellers afstammelingen van Ierse boeren die noodgedwongen kozen voor een rondtrekkend bestaan nadat halverwege de 19de eeuw de aardappeloogsten door ziekte mislukten. De groep kan ook veel ouder zijn, uit de 5de eeuw, afstammend van een minderheidskaste die door dunbevolkt Ierland trok en zijn geld verdiende met smeden en ketellappen.

Pas in de jaren ’60 werd de Ierse overheid zich bewust van hun bestaan, schrijven de onderzoekers. Officiële erkenning als etnische groep bleef uit en een deel van de Travellers trok naar Groot-Brittannië. Daar zouden ze die status later, in 2000, wel krijgen. Intussen was hun reputatie al niet meer al te best. Bepaalde families binnen de hechte Traveller-gemeenschap zouden stelen, oplichten, witwassen, vernielen en chanteren.

Van de 14.700 Travellers wereldwijd trekt tweederde nog steeds rond in caravans, van grasveld naar grasveld. Zo’n nomadisch bestaan, schrijven de onderzoekers, conflicteert in samenlevingen waarin ‘settelen’ de dominante levensvorm is geworden, alles begrensd is en de openbare ruimte steeds meer georganiseerd is. Zoiets leidt tot ‘verstoring’, tot een plek in de marge van de samenleving. Letterlijk, aan de rand van de stad.

Amnesty International en de Europese Commissie pleiten al jaren voor emancipatie van de groep. Maar nog altijd is ruim 84 procent van de Travellers werkloos, ligt hun levensverwachting elf jaar onder het Ierse gemiddelde en is het schoolverzuim hoog.

Sinds begin jaren ’90 doen families steeds vaker Nederland aan. Campingeigenaren klagen over overlast. Meldt één Engelssprekende ‘vakantieganger’ zich bij de receptie, dan staat even later het hele terrein vol caravans, soms met ‘vuil’ en ‘lawaai’ tot gevolg. De politie heeft vermoedens van witwassen en drugshandel. Ook signaleren wijkagenten dat Oost-Europeanen voor Irish Travellers tegen geringe vergoeding klusjes doen. Eén keer heeft een Roemeen in Nederland aangifte gedaan van uitbuiting.

Intussen ziet de politie de bedragen waarvoor mensen worden opgelicht langzaam oplopen. „De brutaliteit neemt toe”, zegt politiewoordvoerder Van der Molen. „Maar niet iedereen durft aangifte te doen, vaak uit schaamte.”

Laatst op de Lambert Meliszweg in Hoorn hadden de Travellers weinig succes. Bewoner Claudia liet haar voegen liever door een gerenommeerd klusbedrijf doen en buurman Joris had hun trucs al vaker meegemaakt. „Ze wezen naar mijn dak. ‘Maar dat kan niet’, zei ik. ‘Dat is net verbouwd. En er zit garantie op...’”

De loszittende vorstpannen bij de gepensioneerde Martinus hadden de Ierse klusjesmannen goed gezien, zegt hij. „Die had ik eerst zelf vastgezet met tegellijm. Er waren inderdaad stukjes cement tussenuit gevallen, die lagen in de dakgoot.” De mannen wezen ernaar. Maar Martinus verstaat geen Engels. ‘Ik doe alles zelf’, zei hij in het Nederlands. Toen verdwenen ze vanzelf.