Goede zang doet pijn

De Nederlandse Luna Zegers (40) studeerde als eerste niet-Spaanse af in flamencozang. De muziek is voor haar een manier om moeilijke ervaringen uit haar leven te verwerken.

Foto's: Anais Lopez

Luna

„Ik werd Luna in 2001. Ik vierde vakantie in Costa Rica en niemand kon mijn naam uitspreken, dus versimpelde ik hem wat. In mijn paspoort staat Lonneke en omdat in het Spaans zoveel namen op een a eindigen, maakte ik er Lonna van. Maar dan zeiden ze: ‘Ah, Luna, wat een mooie naam!’ Ik heb het zo gelaten. Het klinkt internationaal, een baby kan het nog uitspreken. Ik luister nog steeds naar Lonneke hoor, maar die naam herinnert me ook aan een verdrietige tijd. Tot ik Luna werd, wist ik niet wie ik was als ik niet voor anderen zorgde.”

Familie

„In vijf jaar tijd verloor ik eerst mijn vader, toen mijn zus en toen mijn moeder. Ze zijn alle drie lang ziek geweest, mijn vader en zus hadden een erfelijke hersenziekte, mijn moeder kreeg kanker. Dat verdriet was de reden dat ik een studiepauze moest nemen. Ik studeerde jazz-zang aan het Conservatorium van Amsterdam. Zingen is bij uitstek iets waar je alles mee uitdrukt. Ik barstte de hele tijd in huilen uit tijdens de lessen, toen besloot ik ermee te stoppen. Het lukte me niet mijn verdriet te delen. Ik heb intensieve therapie gehad waardoor ik me eindelijk leerde uiten. Dat wilde ook doen met mijn stem.”

Camarón

„Negen jaar geleden ging ik naar Bangalore, India om me te verdiepen in Indiase klassieke muziek. Dat was geweldig. Maar ik werd pas echt gegrepen toen iemand daar een flamenco-lp opzette. Ik dacht: whoo, wat is dit?! Het was Camarón de la Isla, een van de bekendste flamenco-zangers ooit. Die vorm van expressie, de directheid en dat ongepolijste, dat was precies waarnaar ik op zoek was. Ik ben meteen doorgevlogen naar Sevilla en heb les genomen. Ik sprak nog geen Spaans.

„Ik ben daarna toch verder gegaan met mijn jazz-studie. Maar ik bleef geïntrigeerd door de flamenco. Ik kon op uitwisseling naar Barcelona, het enige conservatorium in Spanje met een flamenco-opleiding. Ik stak er al mijn energie in. Toen ik klaar was in Amsterdam, ging ik terug naar Barcelona om de hele opleiding te doen. In juni ben ik afgestudeerd, als eerste niet-Spaanse in flamencozang.”

Verdieping

„Dat ik veel nare dingen heb meegemaakt, geeft mijn muziek verdieping. Daar ben ik van overtuigd. Ik kan een breder scala aan emoties laten horen. Tijdens mijn examen zong ik teksten die ik zelf heb geschreven, in het Spaans en Engels, over die moeilijke momenten. Ik heb drie keer maandenlang naar een stervend lichaam zitten kijken. Tijdens het concert dacht ik wel een paar keer: nu moet ik oppassen, als ik naar dat deel van mijzelf ga, kan ik straks niet meer zingen. Maar het ging redelijk goed. Het lukt me steeds beter om het touw te laten vieren en strak te trekken wanneer ik dat wil.”

Vernieuwer

„Er zijn bij flamenco drie pijlers: de zang, de gitaar, de dans. Die eerste pijler is de meest conservatieve. Gitaristen kijken met een schuin oog naar de jazz, de dansers kijken naar moderne dans. Maar in de zang hoor je weinig vernieuwing. Dat heeft denk ik te maken met de taal, er zijn nauwelijks flamencozangers van buiten Spanje. Mijn docent zegt dat ik een vernieuwer kan zijn: ik ken de traditie, maar heb ook andere invloeden, spreek andere talen.”

Brabo

„Ik moet een taal echt goed spreken voor ik erin kan zingen. Als je een stuk tekst kwijtraakt, moet je kunnen improviseren. Mensen moeten je geloven zodat ze zich volledig richten op de muziek. Nee, Nederlands vind ik geen fijne zangtaal, het is me te hoekig. Ik ben Brabo van oorsprong, kom uit een dorpje in Oost-Brabant. Wij maken de consonanten achterin onze mond, dat zit bij zingen maar in de weg. In het Spaans zitten de medeklinkers juist erg voorin, daardoor blijft je mond helemaal vrij om klank te maken.”

Zangtechniek

„Er is eigenlijk niet echt een bepaalde zangtechniek voor flamenco. Belten gebeurt ook, een techniek die mensen wel uit de r&b kennen waarbij je als het ware zingt alsof je iemand aan de overkant van de straat roept, maar niemand benoemt dat.

„Wat heel kenmerkend is, zijn de melisma’s: een lange notenregen op één klinker. Die noten moeten heel vloeiend worden gezongen. Het klinkt gek ja, voor een conservatorium, maar als het over zangtechniek ging, was het: zoek maar uit. De ideale stem in de flamenco klinkt juist ongeschoold, rauw door rook en drank. ‘Mooi’ is geen factor. In de flamenco zegt men: goede zang doet pijn.”

Low culture

„Buiten Spanje wordt er heel anders tegen flamenco aangekeken dan in het land zelf, waar het toch een beetje low culture is. Flamenco was de muziek van handarbeiders, van smeden, uit het zuiden. Voor veel Spanjaarden is het allemaal te traditioneel. In Nederland trekt het een highbrow theaterpubliek.”

Barcelona

„Ik woon afwisselend in Amsterdam en Barcelona, samen met Jordi, een gitarist die ik tijdens mijn uitwisselingsjaar heb leren kennen. Hoewel Andalusië de bakermat van de flamenco is, hebben ook Barcelona en Madrid een grote flamenco-cultuur. Mainstream is het niet, en sommige Catalanen hebben echt een afkeer van flamenco door het Franco-regime. Franco (de dictator die van 1939 tot zijn dood in 1975 regeerde) heeft flamenco en allerlei andere tradities misbruikt om Spanje te verkopen aan de buitenwereld, en Franco heeft zich niet geliefd gemaakt in Catalonië.”

Buitenstaander

„De Andalusiërs vinden dat flamenco van hen is. Ik zing in algemeen beschaafd Spaans, maar in Sevilla en Córdoba horen ze liever een vet Andalusisch accent. Ze vinden dat flamenco vrij van nieuwe invloeden moet blijven. Maar flamenco is juist een genre dat is ontstaan door samenkomst van allerlei verschillende culturen: je hoort de Arabische invloeden, zigeuners hebben hun stempel gedrukt.

„Er zijn veel Spanjaarden die mij niet accepteren als artiest. Een buitenlander die flamenco zingt, en dan ook nog met Engels experimenteert, dat kan gewoon niet. Anderen vinden het juist geweldig dat iemand van buiten zich in hun traditie verdiept. Ik ben er wel aan gewend dat mensen in Spanje een sterke mening hebben: of ze zijn helemaal voor, of ze zijn helemaal tegen. Op Facebook lees ik wel eens stukjes over me van mensen die me al vreselijk vinden voor ze me hebben gehoord. Ik train me erin om dat allemaal te kunnen verdragen. Maar ik ben positief. Ik denk dat de flamencowereld nog wel wordt opengebroken.”

Hoopgevend

„Flamenco heeft een feestelijke, hoopgevende kant: die van het bij elkaar zitten en samen zingen. Precies dat wat ik van vroeger uit mijn familie ken. Dat familiegevoel in de flamenco is net zo belangrijk als het vroeger bij ons thuis was.”