Een Grexit kán eigenlijk niet, hoe moet die er dan uitzien?

Foto ANP
Er is inmiddels een akkoord bereikt. Blijf de ontwikkelingen volgen op ons liveblog.

Frankrijk is tegen, Nederland staat er op zich wel voor open. Ook na de zoveelste ‘beslissende dag’ gisteren is het risico op een Griekse uittreding uit de eurozone - ‘Grexit’ - nog niet weggenomen. Er zelfs is “in detail” een scenario voor voorbereid, zei voorzitter Jean-Claude Juncker van de Europese Commissie vorige week. Ook al wordt het eurolidmaatschap in het Verdrag van Lissabon tussen EU-landen (2009) “onherroepelijk” genoemd.

Hoe moet zo’n Grexit er dan uit zien?

1. Draaideur

Over euro-uittreding zeggen de verdragen niets, maar over uittreding uit de gehéle Europese Unie wel. Artikel 50 van het EU-verdrag stelt dat een lidstaat kan besluiten “zich uit de Unie terug te trekken”. Er staat ook in dat het land daarna weer kan solliciteren voor het lidmaatschap. Griekenland zou dus uit de EU kunnen stappen, om er daarna weer in te stappen, maar dan mét toestemming om geen euro te gebruiken, zoals de Britten.

Het gaat hier om vrijwillige uittreding, niet om uitzetting. Griekenland moet dus volledig meewerken.

2. Strafbankje

Er is wel een ander artikel in het EU-verdrag dat een beetje gaat over ‘uitzetting’ van een land: artikel 7. Dit artikel werd ooit in het verdrag gezet in reactie op regeringsdeelname van de extreem-rechtse Oostenrijkse partij FPÖ van wijlen Jörg Haider. Een lidstaat die Europese “waarden” schendt (zoals menselijke waardigheid, democratie), kan worden gestraft met “schorsing van bepaalde rechten”. Maar om volledige verwijdering uit de EU of uit de eurozone gaat dit niet. En om dit artikel te gebruiken voor een Grexit, vergt wel heel veel juridische fantasie.

De nieuwe eisen van de rest van de Eurozone, die gistermiddag opdoken. Ook een ‘tijdelijke Grexit’ wordt genoemd als mogelijkheid:

3. Sluiproute

Als er iets moet worden geregeld wat niet expliciet in de verdragen staat, dan bestaat er altijd nog artikel 352 van het EU-verdrag, merkt de Britse oud-Europarlementariër en EU-expert Andrew Duff op in een blogpost. Daarin staat: als “optreden” nodig blijkt om een van de “doelstellingen” in de verdragen te verwezenlijken, zonder dat dit verdragsrechtelijk is geregeld, kunnen de EU-landen “passende bepalingen” afspreken.

Maar dan wel unaniem. En in deze unanimiteit zit weer het probleem: alle landen moeten instemmen, inclusief Griekenland.

4. Zelfde weg terug

Duff stelt zelf een andere truc voor, waarvoor géén unanimiteit nodig is. Doorloop de procedure waarmee Griekenland lid werd van de euro nog eens – maar dan andersom. En draai het Griekse euro-lidmaatschap terug. In artikel 140 van het werkingsverdrag staat dat een meerderheid van de EU-lidstaten beslist over toetreding van een land tot de euro, als het land aan de criteria voldoet. Volgens Duff kan een meerderheid van de lidstaten dit besluit ook weer ongedaan maken.

5. Deus ex machina

Steve Peers, hoogleraar Europees recht aan de universiteit van Essex, oppert deze mogelijkheid op zijn blog: het illegaal verklaren van de Griekse euro-toetreding in 2001. Er werden immers verkeerde statistieken gebruikt. Het EU-Hof van Justitie zou het besluit van destijds nietig moeten verklaren.

Deze optie zou volgens Peers voor de Grieken ook een voordeel hebben: dan zouden ze ook recht krijgen op schuldverlichting. De clausule die zegt dat eurolanden elkaar niet voor het faillissement mogen behoeden (no bail out) zou dan namelijk niet meer van toepassing zijn. Want Griekenland was eigenlijk nooit een euroland.