Dubbelkampioen met energie, drive en flair

Haarhuis en Eltingh hebben na 17 jaar een opvolger met een dubbelkampioen van Curaçao. „Champion, weet je?”

Jean-Julien Rojer (links) omhelst zijn dubbelpartner Horia Tecau.

Jean-Julien Rojer verstopt zijn hoofd in zijn handdoek, zittend op het centercourt van Wimbledon. De emoties verborgen voor de buitenwereld, na zijn eerste grandslamtitel in het mannendubbel, samen met de Roemeen Horia Tecau. „Ik heb het moeilijk gehad toen ik jong was”, zegt hij twee uur later met rood doorlopen ogen.

Het vertrek van zijn thuis Curaçao valt zwaar als jochie. „Toen ik twaalf was ging ik weg, op Curaçao heb je heel weinig tennisfaciliteiten. Dus ik moest ergens anders naartoe.” Naar Miami, waar hij wordt klaargestoomd voor een profcarrière. In het enkelspel komt hij niet verder dan plek 218 op de wereldranglijst. Het talent voor de top ontbreekt en in 2007 lijkt er vroegtijdig een einde te komen aan zijn loopbaan, als hij maandenlang niet speelt.

Maar een tennisvriend haalt hem over om te gaan dubbelen. Een uitkomst, teamspeler Rojer ligt dat spelletje veel beter. Hij groeit uit tot een wereldtopper in het dubbelspel, een discipline die worstelt met een gebrek aan interesse en kijkers.

Maar kom daar bij Rojer (33) nu even niet mee aan. Hij wint zaterdag de belangrijkste wedstrijd in zijn leven. „Wimbledon champion, Wimbledon champion, weet je?” Zijn ouders, broer, tantes en ooms vliegen lastminute over uit Curaçao om er bij te zijn. Ze zien Rojer en Tecau overtuigen in de finale tegen de Brit Jamie Murray (broer van Andy, die op de tribune toekijkt) en de Australiër John Peers: 7-6, 6-4 en 6-4.

Rojer is de eerste Nederlandse dubbelwinnaar op Wimbledon sinds Paul Haarhuis en Jacco Eltingh (1998), die vanuit de spelersbox toekeken. Rojer heeft iets wat tennissers als Thiemo de Bakker en Igor Sijsling missen: energie, drive, flair, overtuiging. Hij stapte in 2012 over naar het Nederlandse landenteam, nadat de Nederlandse Antillen ophielden te bestaan. Woensdag reist Rojer af naar Oostenrijk voor de Davis Cup. „Waarschijnlijk heb ik dan nog een hangover.”