‘Draaikolken in de Nederlandse rivieren zorgen voor gevaar’

Daarvoor waarschuwt Rijkswaterstaat

Illustratie Emmelien Stavast

De aanleiding

„Ik ben er al meer dan vijftig jaar naar op zoek en heb ze nog nooit gevonden”, mailt lezer Kees Visser. „Bestaan er echt draaikolken in de grote rivieren, zoals Rijkswaterstaat beweert?”

Visser, opgegroeid in Sliedrecht, een dorp aan de rivier de Merwede, doelt op een recente waarschuwing van Rijkswaterstaat voor het gevaar van zwemmen in rivieren en kanalen. In het persbericht dat de rijksdienst aan het begin van de hittegolf van eind juni rondstuurde, en dat door veel media werd overgenomen, stond onder andere dat zwemmers kunnen verliezen „van de sterke stroming en draaikolken” die ontstaan door scheepvaartverkeer.

Visser vindt het vooral bangmakerij. „Niemand heeft mij kunnen laten zien waar ze zijn en toch houden ze vol dat ze bestaan. Draaikolken vind je alleen in bad als je de stop er uittrekt, en een stop die heb je niet in de rivierbodem.”

Waar is het op gebaseerd?

De waarschuwing van Rijkswaterstaat is niet nieuw. Ieder jaar wordt er aan het begin van de zomer gewaarschuwd voor de gevaren bij het zwemmen. In vaargeulen en bij bruggen, sluizen en havens geldt een zwemverbod, maar ieder jaar komen er mensen om het leven bij het zwemmen.

En, klopt het?

Een draaikolk kan je vergelijken met het roeren in een theekopje, vertelt Ton Hoitink, universitair hoofddocent Environmental Fluid Mechanics van Wageningen Universiteit. „Door de stroming die ontstaat verzamelen de theeblaadjes zich in het midden. Hoe sterker de draaiing, hoe groter de verticale stroming die gevaarlijk kan zijn.”

Hoitink doet onderzoek naar rivierbewegingen, bijvoorbeeld op Borneo. „Daar hoef je niet lang te zoeken naar draaikolken. In natuurlijke gebieden, waar rivieren meanderen, vind je ze in scherpe bochten.” Doordat het water versneld een bocht instroomt, ontstaat een ronddraaiende beweging, met een opwaartse stroom in het midden en een neerwaartse stroom aan de randen: de draaikolk. Hoitink heeft plekken onderzocht waar het water wel vijftig meter diep is en alles via de draaikolk eerst naar de bodem wordt gezogen om later ergens anders weer boven te komen.

De rivieren in Nederland zijn over het algemeen niet zo diep – en een stuk voorspelbaarder dan bijvoorbeeld de 1143 kilometer lange Kapuas op Borneo – maar ook hier komen draaikolken voor. Alleen moet je daarbij niet denken aan de grote, alles opslokkende watergaten uit de verhalen van Jules Verne. „Soms kan je ze niet eens zien”, vertelt Jan Jaap de Kroes van Deventer roeivereniging Daventria. „Dan staat er een flinke wind, waardoor het water al ruw is. Stroompatronen zie je dan niet.” De Kroes roeit al sinds 1972 regelmatig op de IJssel bij Deventer en weet wat voor effect een draaikolk kan hebben. „Je denkt dat je gewoon rechtdoor vaart, maar plotseling wordt je boot meters opzij geduwd. Gerust een meter of tien. Het is dankzij het drijfvermogen van de boot dat je niet naar beneden wordt gezogen.”

De draaikolken die in Nederland voorkomen worden vaak veroorzaakt door de rivierkribben, de dammen die loodrecht op de oever staan. Het snelstromende water in de rivieren botst op de schuine wanden van de krib, waarna de ronddraaiende, neerwaartse stromingen ontstaan. „Die stroming kan vele meters per seconden bedragen, zeker als er grote schepen langsvaren die de boel aanjagen”, aldus waterbouwkundige Henk Eerden van Rijkswaterstaat. „Als je daar als zwemmer in terechtkomt, word je naar de bodem getrokken.”

Als je geen geoefende zwemmer of zeer ervaren duiker – compleet met duikuitrusting – bent dan is zo’n stroming levensgevaarlijk. „De stroom is zo sterk dat een mens er nooit tegenop kan zwemmen. Door het troebele water zie je niets, waardoor de kans groot is dat je in paniek raakt. Je wilt terug naar waar je vandaan kwam, maar beter kan je je in zo’n geval laten meestromen. Alleen daar heb je stalen zenuwen en zeer veel ervaring voor nodig, iets wat veel mensen op zo’n moment niet hebben.”

Conclusie

Hoewel de draaikolken in de Nederlandse rivieren niet te vergelijken zijn met die uit de verhalen van Jules Verne zijn ze er wel degelijk. En de verticale stromingen, niet altijd zichtbaar, vormen wel degelijk een gevaar. De stelling ‘draaikolken in de Nederlandse rivieren zorgen voor gevaar’ beoordelen we dan ook als waar.

Ook een bewering zien langs komen die je gecheckt wilt zien? Mail nextcheckt@nrc.nl.