De Volkskrant wil af van verzamelnaam ‘allochtoon’

Na een voorzet van de ombudsvrouw wil de Volkskrant het benoemen van etniciteit veranderen.

Berichtgeving over rellen in de Schilderswijk was aanleiding voor de Volkskrant de discussie te openen. Foto EPA/Arie Kievit

Op verzoek van de ombudsvrouw Annieke Kranenberg overweegt de Volkskrant om het woord ‘allochtoon’ af te schaffen. De ombudsvrouw pleitte hiervoor in haar column van zaterdag. Zij vindt het een te vage term, een ‘kunstmatig begrip’ dat het ‘wij-zij-denken’ versterkt.

Plaatsvervangend hoofdredacteur Pieter Klok in een reactie: „Allochtoon is gewoon een vage vuilnisbakterm. We willen er wel vanaf.” Direct afschaffen zal volgens Klok niet gaan omdat zijn hoofdredacteur Philippe Remarque met vakantie is. Klok: „In afwezigheid van de allerhoogste kan ik er geen beslissing over nemen.” Het woord zal hoe dan ook niet helemaal uit de krant verdwijnen: „Als een instantie of een geïnterviewde het gebruikt, zullen we het wel overnemen. We willen het ook niet verbieden, eerder ontmoedigen.”

De ombudsvrouw wil ook af van het aanduiden van Nederlanders van buitenlandse afkomst als ‘Marokkaan’, ‘Turk’ of ‘Surinamer’, omdat het immers om Nederlanders gaat. Beter is het, volgens haar, om het over ‘Marokkaanse Nederlanders’ te hebben, naar analogie van het Amerikaanse koppeltekensysteem (African-American, Italian-American).

Hierover wil Klok wat langer nadenken. Hij ziet ook nadelen: „Wanneer je over Marokkanen in de Schilderswijk schrijft, dan is voor iedereen duidelijk dat het om Nederlanders gaat. Wanneer je over Marokkaanse Nederlanders begint, benadruk je juist te veel dat zij Nederlanders zijn. Ook vreemd.” Bovendien, vindt hij, moet je in het algemeen niet te ver van de taal van de lezer af gaan staan: „Iedereen noemt ze Marokkanen, ze noemen zichzelf ook Marokkanen.”

Klok benadrukt dat het bij de Volkskrant om meer gaat dan om het aanpassen van woordgebruik: „Hoofdprobleem is dat wij een te blanke krant zijn met een te blanke blik.”

De ombudsvrouw stelt dat zij niet uit ‘politieke correctheid’ handelt: „Als ombudspersoon moet ik wegblijven van de politiek. Maar journalisten moeten zo feitelijk en secuur mogelijk zijn. Daar gaat het om. Zoals ik schrijf in mijn column: Het debat kan net zo hard of soft worden gevoerd als men nauwkeurig is en recht doet aan de realiteit.”

‘Allochtoon’ (oud-Grieks voor: ‘van vreemde grond’) werd begin jaren zeventig ingevoerd als neutraal bedoeld begrip, ter vervanging van negatief geladen woorden als ‘gastarbeider’ en ‘immigrant’, maar sindsdien heeft het woord ook een negatieve lading gekregen. Het is hoe dan ook nogal breed. Volgens de CBS-definitie gaat het om inwoners met tenminste één ouder die in het buitenland is geboren. In praktijk wordt het echter vooral gebruikt als verzamelnaam voor Nederlanders van niet-westerse afkomst of voor niet-blanke Nederlanders. Meer bepaald: Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders en asielzoekers.

In enkele studies over het woord laten onderzoekers Marleen van der Haar en Dvora Yanow zien dat degenen die door de overheid ‘allochtoon’ worden genoemd, dit ervaren als een stigma op basis van hun huidskleur en afkomst. Zij voelen zich weggezet als „niet echt Nederlander”. Gebruik van het woord zou een etnische achtergrond problematiseren. In de studie Noemen en benoemen, die onlangs verscheen: „Personen die door het beleid als ‘allochtoon’ worden aangemerkt voelen zich uitgesloten. Dit gevolg is juist in tegenspraak met het beleidsdoel van integratie.”

Eerdere pogingen om het woord af te schaffen, onder meer van toenmalig minister Hirsch Ballin in 2008, liepen echter op niets uit. Alternatieven als ‘bicultureel’, ‘Medelander’ of ‘Nieuwe Nederlander’ hebben het ook niet gehaald.

Het woord ‘allochtoon’ is al op zijn retour in de dagbladen. In bijvoorbeeld NRC Handelsblad dook het in de jaren negentig steeds vaker op. De top werd bereikt in 2003, het jaar dat Theo van Gogh werd vermoord, toen het 160 keer werd gebruikt. Sinds 2012 is het gebruik scherp gedaald naar zo’n veertig keer per jaar. Niet omdat de kranten minder over problemen van ‘allochtonen’ schrijven, maar omdat ze vaker kiezen voor specifieke woorden als ‘moslim’ of ‘Marokkaan’.