Atoomdeal? Iraniërs zijn niet meteen beter af

Een akkoord over het nucleaire programma is ophanden. De gedesillusioneerden van Iran zien de deal als een douceurtje voor de rijken.

Bij een demonstratie in Teheran moest aartsvijand Israël het vrijdag als vanouds ontgelden. Foto Ebrahim Noroozi/AP

‘Dood aan Amerika!”, scanderen de gelovigen tijdens het vrijdaggebed in Teheran. De verlaten, verloederde Amerikaanse ambassade, het spionnennest, staat te pronken met haar anti-Amerikaanse leuzen. Vlak in de buurt staat het gebouw met de beroemde muurschildering van Amerikaanse vlag met doodshoofden voor de sterren, en vallende bommen voor de strepen.

Het zijn oude gewoontes, en monumenten van een oude vijandschap, die niet zo makkelijk zijn weg te poetsen nu een nucleair akkoord met de Verenigde Staten en andere grote mogendheden nadert. Maar het Iraanse regime, althans belangrijke delen daarvan, wil ook bewust niet weten van een nieuwe atmosfeer, laat staan een breuk met het verleden. Er zal geen officiële viering zijn als het akkoord tot stand komt dat Iran uit zijn internationale isolement haalt en de wereld vrijwaart van een Iraanse atoombom. Een nieuw, groot billboard in het centrum van Teheran meldt dat „de nucleaire kwestie niet meer dan een excuus” is voor de Verenigde Staten en andere vijanden om de onafhankelijkheid van de islamitische republiek te ondermijnen.

Die onafhankelijkheid is een van de zuilen waarop het islamitische systeem van Iran is gebouwd. „Noch Oost, noch West”, decreteerde ayatollah Ruhollah Khomeiny, het brein van de islamitische revolutie en de eerste opperste leider. Het was de reactie op het Amerikaanse stempel op Iran onder de sjah, en de eerdere inmenging door Britten en Russen. Wie zuilen afbreekt, brengt het systeem in gevaar, beseft het huidige leiderschap. Dan is geen zuil meer veilig.

Catastrofale economie

Hoe kan er dan toch een akkoord worden gesloten met al die oude vijanden, die Iran nota bene hebben verplicht zijn nucleaire programma ingrijpend in te perken? De reden is de catastrofale staat van de economie, die evengoed een directe bedreiging ging worden van het islamitische systeem. President Rohani – hoewel aanzienlijk gematigder dan zijn voorganger wel degelijk een belangrijke vertegenwoordiger van het regime – zegt het ook: verbetering van de economie moet de veiligheid van het systeem versterken.

„De economische catastrofe staat aan de basis van de deal met de VS”, zegt de econoom Saeed Leylaz in zijn kantoor in een vervallen bedrijvenpark aan de rand van Teheran. Leylaz werd na de grote verkiezingsprotesten van 2009 nog tot vijf jaar gevangenis veroordeeld wegens samenzwering tot omverwerping van het regime – zoals zo vele anderen. In 2010 kwam hij weer vrij. De verantwoordelijkheid voor die catastrofe moet volgens Leylaz en andere economen vooral bij de vorige president Ahmadinejad worden neergelegd, die met geld smeet naar kansloze projecten en zijn opvolger Rohani met een lege kas opzadelde. Het zijn niet zozeer de sancties van de VN, VS en Europa die Iran naar nucleaire concessies hebben gedreven. „De sancties waren een geweldig tovermiddel dat de werkelijke verantwoordelijkheid voor de slechte staat van de economie verhulde. Het belangrijkste probleem was het gebrek aan investeringen de laatste tien jaar. Verder het gebrek aan productiviteit en de inkrimping van de particuliere sector. En de corruptie. Iran is volledig gecorrumpeerd. Je kunt niets aanraken of het is corrupt. Het resultaat is stagflatie, hoge inflatie plus economische krimp, dat is de werkelijke ziekte.”

Helft onder armoedegrens

De laatste jaren van Ahmadinejad hebben met name de armsten hard getroffen. „De koopkracht nam met 40 tot 50 procent af”, zegt Leylaz. „De helft van de Iraniërs is tot onder de armoedegrens gezakt.

Dit zijn de kleine winkeliers, die daardoor nauwelijks meer iets verdienen, en de miljoenen werklozen. De stoffige elektronicazaak van Ahmad, die zegt dat elke dag weer slechter is. De taxichauffeurs die dringend vragen het portier voorzichtig dicht te doen omdat hun auto bijna in elkaar zakt. Zij zijn de gedesillusioneerden, die niet meer geloven in verbetering van hun situatie en het nucleaire akkoord als nieuw douceurtje voor de rijken afwijzen. Het zijn de verkopers van goedkope prullaria, kinderen, bejaarden, jonge mannen en vrouwen, die elkaar verdringen in de metro naar het mausoleum van Khomeiny, vlak ten zuiden van Teheran. Ze handelen in sieraden, plastic sandalen en kleurige opblaasbeesten. De reizigers zijn nauwelijks geïnteresseerd.

Rohani heeft wel al enige verbetering bereikt. Leylaz wijst erop dat de president de koopkracht in de voorbije twee jaar met 10 tot 15 procent heeft verbeterd. „Ofwel: we zitten nu weer in 2010. De koopkracht zal niet voor 2018 volledig zijn hersteld.”

Hebben de mensen zo lang geduld? Ze zijn het beu, zegt Leylaz. En het nucleaire akkoord heeft niet meteen effect op de economie. „Een groot aantal organisaties en instituten zal gaan vechten om een hap uit de cake van miljarden dollars die vrijkomen.”

Maar daartegenover staat dat nu de hele regio wordt getroffen door oorlogsgeweld en terrorisme, de meeste mensen niet ook onrust in de Iraanse straten willen. „Dat kon je twee jaar geleden ook al zien aan de presidentsverkiezingen: rechts en links trokken allemaal naar het centrum om Rohani te kiezen. Ze wilden geen Syrië worden.”

Maar Iran is natuurlijk niet alleen maar grauwe armoede. Er zijn ook de Massimo Dutti en andere dure modewinkels in het welvarende noorden van Teheran. Of ga mee naar het prachtig verzorgde Vuur-en-waterpark. Het park ligt aan beide zijden van de brede Afrikaboulevard, een van de snelwegen die de hoofdstad doorklieven. Een overspanning met restaurants die na het vallen van de avond groen oplicht verbindt de twee kanten. In het restaurant boven in de dure shopping mall Palladium moeten klanten na het breken van de ramadanvasten meer dan een uur wachten op een plaatsje.

Glitterschoenen

Hier heeft het wijde, zwarte islamitische uniform van Khomeiny’s tijd plaatsgemaakt voor gouden jackjes en glitterschoenen en hoofddoekjes die nauwelijks meer te vinden zijn in de getoepte haarcoupe. Maar vergis je niet, zegt een Iraanse vriendin, dit is niet de moderne jeugd die het islamitische systeem gaat openbreken. „Dit zijn juist de kinderen van het systeem, die zich er op deze manier best in thuis voelen.”

Degenen die wél de strijd tegen het regime aanbinden, worden zwaar vervolgd en op die manier in toom gehouden. Het zijn er niet heel veel die de intimidatie van de autoriteiten blijven trotseren, maar advocaat Nasrin Sotoudeh (52) is er zo een. Ze verdedigde vervolgde journalisten en activisten tot ze zelf in 2010 werd opgepakt en tot zes jaar gevangenisstraf werd veroordeeld. Twee dagen voor Rohani’s aantreden als president kwam ze vervroegd vrij. Zojuist is ze er met een combinatie van maandenlang straatprotest, juridische middelen en haar internationale bekendheid in geslaagd haar schorsing als advocaat ongedaan te maken.

Dus protest werkt? „Nou, in dit geval”, zegt Sotoudeh – T-shirt, kort haar, we zijn vrouwen onder elkaar in haar appartement. Maar ze vertelt hoe de mensen die haar kwamen steunen tijdens haar dagelijkse zitstaking bij het gebouw van de balie werden bedreigd en gesard. „Agenten van de veiligheidsdiensten kwamen hen thuis lastigvallen, ontboden hen voor verhoor of waarschuwden dat hun kinderen van de universiteit zouden worden geweerd.” Een collega dreigt nu haar licentie kwijt te raken.

Sotoudeh is blij met de nucleaire deal omdat die de schaduw van oorlog wegneemt. Maar is het akkoord ook goed voor de mensenrechten? „Misschien zullen ook wat deuren opengaan die tot dusverre dicht waren. Maar verder hangt het allemaal af van wat activisten ermee gaan doen.” Op het gebied van cultuur is de situatie onder Rohani wel wat verbeterd. Een paar films en boeken die vroeger niet door de censuur kwamen, zijn nu toegestaan. Zij het niet de recente film Teheran Taxi, waarin ze nota bene zelf een rol heeft – „ik speelde mezelf”.

Huisarrest

Rohani had niet moeten beloven, vindt ze, dat mensen die vastzaten – zoals oppositieleiders Mousavi en Karroubi, die al meer dan vier jaar onder huisarrest staan – zouden vrijkomen. Dat is niet in zijn macht; dat valt onder de rechters die weer aan de opperste leider rapporteren. Maar dat ontslaat hem wat haar betreft ook niet van alle verantwoordelijkheid. Hij is immers de tweede man van het systeem.

Er is geen enkele vooruitgang op dit terrein. Integendeel, ze bevestigt wat eerder de linkse econoom Fariborz Raisdana, zelf ook al vaak doelwit van het regime, al had gezegd: het is slechter geworden. De rechters geven politieke activisten zwaardere straffen; het aantal executies is toegenomen. Daarom willen ook veel Iraniërs niet met journalisten praten, de prominenten zoals Leylaz en Sotoudeh daargelaten.

De toenemende repressie heeft te maken met het nucleaire akkoord. Het regime maakt zijn tegenstanders duidelijk dat de nucleaire concessies geen binnenlandse tegemoetkomingen inluiden. Zo probeert het de rust te bewaren in de aanloop naar de belangrijke parlementsverkiezingen van 25 februari volgend jaar.

In vrije verkiezingen gelooft niemand. De sleutel is in handen van de Raad van Hoeders, die voor de helft door de opperste leider en voor de andere helft door het parlement wordt geselecteerd. De Hoeders beoordelen de kandidaten op hun islamitisch gehalte, en hebben in het verleden veel hervormers de pas afgesneden.

De nu succesvolle president mag niet te machtig worden. Leylaz: „Ik reken op een kleine minderheid van aanhangers van Ahmadinejad en twee grote minderheden van conservatieven en hervormers. Het belangrijkste is dat we een gematigder parlement krijgen dat Rohani en Khamenei volgt. De domheid moet verdwijnen.”