Ander team met dezelfde spelregels

In politiek Den Haag worden journalisten soms voorlichters, en andersom. Dat wederzijds overstappen ligt gevoelig.

Illustratie Jenna Arts

Het is een verrassende transfer. De 56-jarige Stephan Koole, nu nog directeur communicatie bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport stapt over naar RTL Nieuws om daar volgende maand chef van de politieke redactie te worden. Van de voorlichting naar de journalistiek; meestal wordt de omgekeerde weg bewandeld.

Zeker bij het NOS Journaal is met de nodige jaloezie naar de benoeming van Koole bij concurrent RTL Nieuws gekeken. Koole had toen hij ooit als journalist op het Binnenhof rondliep onder collega’s de bijnaam Nilfisk, naar de stofzuiger. Hij wist altijd uit alle hoeken en gaten nieuwtjes te vergaren. Koole heeft zijn kennis van de politiek en de Haagse departementen de afgelopen jaren van binnenuit aanzienlijk kunnen uitbreiden. Goud voor een journalist.

De voorlichtingsafdelingen van Haagse departementen zitten vol met journalisten die eerder op het Binnenhof werkzaam waren. Maar voorlichters die naar de journalistiek gaan? Het gebeurt zelden. Dat wil zeggen: in Nederland. In bijvoorbeeld een land als de Verenigde Staten is het veel gebruikelijker dat medewerkers uit het politiek-ambtelijke apparaat zich op een gegeven moment journalistiek manifesteren.

In Nederland blijft het wederzijds overstappen een gevoelige kwestie. Zeker als het journalisten betreft die naar de voorlichting vertrekken. Ze gaan „naar de andere kant” is de veel gehoorde kwalificatie. Het illustreert de soms moeizame verhouding tussen voorlichters en journalisten in Den Haag. Voorlichters dat zijn de afschermers, de draaiers, de eeuwige ontkenners. De collega die naar dat kamp verhuist heeft bij voorbaat heel wat uit te leggen.

Die tegenstelling komt wel ergens vandaan. De serieuze journalist probeert zo goed mogelijk het echte verhaal en de juiste feiten weer te geven. Dat loopt niet altijd synchroon met het belang van degene voor wie de voorlichter werkt. Alleszeggend is het begrip ‘woordvoeringslijn’ dat Haagse voorlichters graag hanteren. Het gaat niet om het objectief voorlichten; het gaat om de boodschap die uitgedragen dient te worden. Dat hoeft niet per se de volle waarheid te zijn. Integendeel zelfs. En dit is dan ook de verklaring dat nogal wat journalisten de voorlichting als een totaal ander vak zien.

Bij sommige departementen is nog een zeker onderscheid te maken tussen beleidsvoorlichters en woordvoerders van de bewindslieden. De eersten beperken zich tot het louter toelichten van beleid, bijvoorbeeld de betekenis van een bepaald wetsvoorstel. De woordvoerders daarentegen zijn de spreekbuizen van hun politieke bazen en opereren zodoende ook veel politieker.

In de huidige mediacratie zijn het vooral de woordvoerders die een cruciale rol spelen. Zij zijn oog en oor voor hun minister of staatssecretaris. De van het NOS-Journaal afkomstige Hans Hillen was in de jaren tachtig voorlichter van minister Ruding (CDA) van Financiën die een fors bezuinigingsbeleid voerde. Hillen achtte zichzelf dermate de personificatie van Ruding dat hij als voorlichter vertrok toen Ruding als minister stopte. Hillen werd Kamerlid voor het CDA.

Ondanks de tegenstelling is voor de journalist aan het Binnenhof die toe is aan iets anders de Haagse voorlichting wel degelijk een logische stap. Het speelveld, oftewel de politiek is hetzelfde. Er is alleen sprake van een ander team met andere spelopvattingen. Juist het kennen van de omgeving, maakt journalisten aantrekkelijke kandidaten voor voorlichtersfuncties. Beter dan de beleidsambtenaren weten zij vanwege hun journalistieke en politieke antenne vaak waar de haken en ogen zitten.

Behalve kennis van zaken over het ‘politiek-publicitaire’ complex is de meerwaarde van journalisten die de voorlichting ingaan het netwerk dat ze meebrengen. Ze kennen de belangstellingssferen van hun ex-collega’s en het medium waarvoor zij werken. Maar andersom geldt dit even zo goed voor voorlichters die de journalistiek ingaan. Ook zij nemen een groot netwerk mee. En dan is het de journalistiek die kan profiteren.

En de onafhankelijkheid? Het opgeven daarvan is de prijs die de journalist die voorlichter wordt moet betalen. Hij of zij wordt ‘His Masters Voice’. Een prijs die sommige journalisten er graag voor over hebben om eindelijk eens achter die gesloten deur te kunnen kijken. Journalisten die de overstap hebben gemaakt spreken vaak van een leerzame ervaring.