D-day, rugbyscrum en kabeljauwfilet met ansjovisboter

“Een paar afgekloven botjes die over de schutting worden gegooid, daar moeten we het mee doen.” NRC-corespondent Tijn Sadée, momenteel in Brussel om verslag te doen van het ‘eindspel’ rond Griekenland, biedt een inkijkje in de wereld van de wachtende journalisten.

Journalisten aan het werk op een Europese top. Foto Ezequiel Scagnetti

“Een paar afgekloven botjes die over de schutting worden gegooid, daar moeten we het mee doen.” Zo omschreef onlangs een collega de informatieverschaffing tijdens Europese toppen in Brussel. NRC-corespondent Tijn Sadée, momenteel in Brussel om verslag te doen van het ‘eindspel’ rond Griekenland, biedt een inkijkje in de wereld van de wachtende journalisten.

Vandaag is er weer een. Over de Griekse schuldencrisis natuurlijk. En dan schuiven wij met z’n honderden weer aan in de hal van het Raadsgebouw. De Polen aan hun tafel. Verderop de Belgen. Wij Nederlanders aan onze vaste tafel. Enzovoort.

Eén van de bizarre Top-gewoontes is dat de meeste correspondenten zich keurig netjes in pak hijsen of het allermooiste mantelpakje aantrekken. Praktisch is het allerminst. Het Raadsgebouw is een verstikkend sick building waar je liever in zwembroek vertoeft. Slechts voor een handjevol tv-collega’s is enig decorum nodig, als ze de regeringsleiders bij aankomst een minuut voor de camera mogen spreken. Maar ook zij kunnen daarna gerust zonder die hoge hakken en knellende stropdas.

Toch blijft men in het gareel, en dat heeft alles te maken met de verwachting die elke Top weer wekt. Het is altijd weer D-Day, de Nacht van de Lange Messen, Het Moment van de Waarheid – de Journalistieke Hoogmis dus. En daar kleed je je op.

Er zijn er bij die ‘s ochtends zelfs nog snel kapper en schoonheidsspecialist bezoeken. Vooral journalisten uit de jonge Oost-Europese lidstaten gaan hierin een beetje over the top.

De middenberm tussen de twee rijen tafels fungeert als catwalk. Daar wordt geparadeerd en geflirt. Daar veins je hoe druk je het hebt, blaffend door je gsm, de wenkbrauwen gefronst. Daar wil je uitstralen: ik weet méér, en dat ben ik nu met de hoogst mogelijke urgentie aan het doorbellen naar de redactie thuis.

De routiniers onder ons halen daar natuurlijk hun neus voor op en gebruiken andere trucs. Die zorgen er voor dat ze een zitje aan tafel hebben met uitzicht op de man van de Financial Times. Aan zijn krant - in Brussel bijgenaamd: ‘het EU-doorgeefluik’ – worden als eerste de conceptakkoorden gelekt vanuit het zaaltje boven ons waar de regeringsleiders hun kabeljauwfilet met ansjovisboter eten.

Maakt de FT-correspondent het tsjakka-gebaar en sist hij triomfantelijk yessss, dan check je zo snel mogelijk zijn twitteraccount en voilà: daar staat het gelekte document!

Een andere optie: wees op tijd bij de rugbyscrum – ook een karakteristiek Top-fenomeen. Die scrum ontstaat als een tassendrager van een regeringsleider per lift naar beneden afdaalt om ‘de tussenstand’ door te geven. Het levert infosplintertjes op die later, bij het reconstrueren van de Top der Toppen, dienen ter legitimatie van het we-waren-erbij-gevoel. “Merkel lachte als een boerin met kiespijn toen Tsipras en Renzi een binnenpretje hadden – maar je hebt ’t níet van mij!” Inhoudelijk is die info vaak niet.

De échte slimmeriken verdoen hun tijd er niet aan. Die hebben nog vóór de Top hun bronnen geraadpleegd en bellen met hun deep throats búiten het gebouw. Wie dat níet doet, die vangt bij het einde van de Ultieme Top inderdaad een afgekloven bot. Kijkend naar het achterlicht van de laatste regeringsauto die verdwijnt in de nacht, zoekt de teleurgestelde correspondent dan maar beter een Brussels nachtcafé op. Toch niet helemaal voor niets geweest, die schoonheidsspecialist.

Tijn Sadée is correspondent voor NRC in België en doet ook verslag van Europese zaken vanuit Brussel, met name voor de NOS.