Column

Zonder compromis is Europa zichzelf niet meer

Moeilijk te voorspellen of Griekenland na de top van morgen nog in de eurozone zit. Beide kanten zijn te ver gegaan. De hysterie raast door Europa („Tsipras ontvriendt Merkel op Facebook!!”) en dan weet je niet meer welke kant het opgaat. Toch is er een belangrijke reden om aan te nemen dat leiders van eurolanden een manier verzinnen om Griekenland binnenboord te houden. Die reden is dat het in Europa uiteindelijk maar om één ding draait, al sinds de jaren van Kolen en Staal: compromissen sluiten. Als er geen compromissen meer gevonden worden, kan Europa niet meer functioneren. Zo simpel is het. In die zin is dit Griekse drama een belangrijke test voor Europa zelf.

Sinds de wereldoorlogen kent Europa geen winnaars en verliezers meer. Zes landen besloten: zo gaan wij niet meer met elkaar om. Frankrijk reikte Duitsland de hand en de anderen deden mee, waaronder Nederland. Dat was verre van gemakkelijk, maar ze déden het. Samen besloten ze hun gevechten voortaan aan een vergadertafel uit te vechten. Daar werd Brussel voor uitgevonden, een grote stad in een klein, niet-chauvinistisch landje waar toen, in de jaren vijftig, veel leegstand was. Dit was een perfecte plek voor de nieuwe eurovergaderaars. Het was voor dit soort activiteiten zelfs een historische plek.

Weinigen weten het, maar al eerder – tussen 1850 en 1914 – waren duizenden juristen en wetenschappers in Brussel neergestreken. Door samen te werken aan de ontwikkeling van telegrafie, metrisch systeem of spoor hoopten zij een nieuwe maatschappij vorm te geven. Een wereld zonder politiek of oorlog, zoals uitgedacht door de Franse aristocraat Comte de Saint-Simon. In het kielzog van deze technocratische internationalisten kwamen kunstenaars, uitvinders en avonturiers mee – precies wat je nu ook in Brussel ziet. Maar in 1914 gingen ze allemaal weer naar huis. Europese regeringen waren niet meer geïnteresseerd in samenwerking, zelfs niet van technische aard. Ze trokken hun handen van de Brusselse projecten af. Techneuten en kunstenaars gingen meteen hun nationale legers in. Sommigen schoten wellicht op elkaar. Lees Governing the World, the History of an Idea van Mark Mazower.

Je moet altijd uitkijken met historische vergelijkingen. Niets herhaalt zich. Maar bepaalde onderstromen veranderen niet. De Europese Unie is geënt op het trauma van 1914: hoe voorkom je dat nationale politici in extremis hun gelijk gaan halen? Het antwoord van naoorlogse politici was: door te zorgen dat er geen winnaars en verliezers meer zijn. Landen houden altijd hun eigen hang-ups, belangen en wensen. Vroeger bevochten ze die eens in de zoveel jaar op het slagveld, met wapens. Sinds de jaren vijftig doen ze het met woorden. Geen oorlog meer, maar vergaderen. Resultaten laten soms eindeloos op zich wachten en verdienen zelden de schoonheidsprijs. Het zijn vaak monsterlijke compromissen: paginalange teksten vol opzettelijk vage bepalingen, voetnoten over besluiten die pas over acht jaar genomen worden en eeuwige onderzoekscommissies die dilemma’s zullen ‘bestuderen’. Maar er zit weinig anders op. Alle ministers of regeringsleiders willen naar huis kunnen met de mededeling: ‘We hebben iets in de wacht gesleept!’

Bij de burgers neemt het begrip voor dit Europa snel af. Ze willen mooie, korte, heldere besluiten. Maar met 28 EU-landen of 19 eurolanden kunnen ze dat vergeten. En in deze ingewikkelde kwestie, die al sleept sinds Griekenland in 2000 in euroland werd toegelaten en die nu één grote eruptie is van oud en nieuw zeer, kunnen ze het helemáál vergeten. Politici moeten die verwachting dus temperen. Maar dat doen ze niet. Ze denken aan hun portemonnee, de komende verkiezingen en beschuldigen elkaar. Een compromis vinden zal heel moeilijk zijn. Maar zonder compromis is Europa zichzelf niet meer.