Zó spannend is het niet vaak in Brussel

Het gesloten front van de Eurogroep bestaat nu uit drie kampen. En er moet al zo veel onenigheid worden opgelost.

Anti-Europese demonstranten tijdens een betoging tegen bezuinigingen in het centrum van Athene. Foto Jean-Paul Pelissier/Reuters

Twee dagen voor zijn mogelijke herverkiezing tot Eurogroep-chef wacht Jeroen Dijsselbloem een loodzware vergadering. Zaterdag moeten ministers van Financiën uit de eurozone besluiten of verder praten met Griekenland zin heeft. Een „zeer vergaande beslissing”, zei Dijsselbloem vrijdag.

De laatste vijf maanden vormde de Eurogroep een gesloten front, maar nu er een knoop moet worden doorgehakt tekenen zich drie kampen af. De meeste landen, waaronder Duitsland, Nederland en een trits Oost-Europese lidstaten, lijken bereid het risico van een Grieks vertrek uit de eurozone te nemen. Frankrijk, Italië en Cyprus (en de Europese Commissie) willen dat hoe dan ook voorkomen. En dan is er nog een groep (Spanje, Ierland, Portugal) die een Grexit liever voorkomt, maar niet tegen elke prijs.

Experts van de Commissie, de Europese Centrale Bank (ECB) en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) waren vrijdag druk met het doorberekenen van nieuwe, donderdagavond ingeleverde Griekse plannen, die de weg moeten vrijmaken voor 50 miljard euro noodsteun tot 2018. Zaterdag velt de Eurogroep een oordeel. Als het plan wordt afgewezen, komen de EU-leiders zondag in Brussel bijeen om noodmaatregelen te treffen, die de facto een Grexit inluiden.

Het worden twee intense dagen. De Franse president Hollande noemde het Griekse plan vrijdag „serieus”, zijn Cypriotische collega Anastasiades sprak van „een solide basis”, maar in andere landen worden de messen geslepen. „We moeten niet bang zijn moedige beslissingen te nemen”, aldus de Slowaakse minister van Financiën Peter Kazimír vrijdag in Financial Times. Een slappe deal, bedekt met de politieke mantel der liefde, zou Griekenland „en de hele eurozone” in een „zombie” veranderen. „Niet echt dood, maar ook niet levend.”

Athene stemde donderdag in met vrijwel alle EU-eisen. Alleen zijn die deels alweer ingehaald door de toestand in Griekenland, waar banken gesloten zijn. Bovendien hadden ze betrekking op het vorige, tweede EU-steunprogramma, dat vorige week onvoltooid afliep door het plotselinge besluit van Athene een referendum te houden. In de oude situatie draaide het om een laatste tranche noodsteun (7,2 miljard euro). De verwachting was dat daarna een nieuw, derde programma nodig zou zijn. Met nieuwe eisen dus. Wat Griekenland nu vraagt is een nieuw steunprogramma op basis van oude eisen. Dat ligt gevoelig. Eurolanden willen nieuwe, extra maatregelen zien. Die liggen ook op tafel, maar de vraag is of het genoeg is.

Algemeen wordt aangenomen dat een deal gepaard moet gaan met afspraken over schuldverlichting. Daarmee kan de Griekse premier Tsipras zijn knieval in eigen land beter verkopen. Maar het zou ook de kans levend houden op IMF-deelname aan het steunpakket. Het fonds mag geen geld steken in landen waarvan de schuld onhoudbaar is.

Nog een horde: brugfinanciering. Ook als er nu een akkoord komt, zal het geld niet meteen stromen en over tien dagen moet Athene 3,5 miljard euro terugbetalen aan de ECB. Zo’n krediet ligt ook gevoelig. Het komt neer op geld sturen terwijl de woorden van de Griekse regering nog niet in daden zijn omgezet – en het vertrouwen in Athene is flinterdun.

Linksom of rechtsom: er moet een duidelijk besluit vallen. Zonder helder politiek signaal kan de ECB niet doorgaan met het verlenen van noodliquiditeit aan Griekse banken. Maar het wil ook niet de geschiedenis ingaan als degene die de geldkraan dichtdraaide en een Grexit inluidde. Zo’n zware beslissing, vindt de ECB, moet door politici worden genomen.

Valt dat besluit positief uit, dan kan de ECB concluderen dat verdere steun verantwoord is. Daar kan het pas mee stoppen als het akkoord is afgehamerd door alle lidstaten van de eurozone en in een aantal gevallen (Duitsland, Nederland, Oostenrijk, Finland, Slowakije en Estland) door nationale parlementen. Ook met een deal zijn er dus nog genoeg hordes te nemen.