Zelf wat doen tegen dure medicijnen

Ziekenhuizen kunnen fors besparen op dure medicijnen, maar worden nauwelijks gestimuleerd om dat te doen.

Illustratie Thinkstock

Jazeker, dure geneesmiddelen worden steeds duurder en, inderdaad, dat is een maatschappelijk probleem. Twee onderzoeken toonden dat deze maand weer aan. Maar wat kunnen ziekenhuizen zelf doen om hun uitgaven aan medicijnen te beheersen?

Bij de ziekenhuizen van Lelystad, Dronten en Emmeloord claimen ze verbluffende resultaten te hebben geboekt. Deze ziekenhuizen van de MC Groep, waarvan de bekende zorgondernemer Loek Winter aandeelhouder is, zijn erin geslaagd de afgelopen jaren minder uit te geven aan dure geneesmiddelen. Niet door een dictaat van de directie of door dure patiënten af te schuiven op andere ziekenhuizen, maar door slimmer en bewuster met geneesmiddelen om te gaan.

Nog niet zo lang wordt in ziekenhuizen gediscussieerd over gezamenlijk inkopen om betere prijzen te bedingen bij de farmaceuten. Maar bij de MC Groep verwachten ze daar niet zoveel van. De voordelen worden snel overschat: dikwijls is er helemaal geen goed functionerende markt waarop ziekenhuizen door krachtenbundeling kortingen kunnen bedingen. In veel gevallen wordt een duur medicijn slechts door één farmaceut gemaakt. Dan valt er weinig af te dingen. En een alternatief heb je niet. Dat is vaak aan de orde bij dure specialistische geneesmiddelen. Bovendien moet een ziekenhuis echt de bereidheid hebben over te stappen op een ander medicijn, anders valt er weinig te onderhandelen.

Willem de Boer en Tim Roldaan, beiden lid van de directie van de MC Groep, zeggen dat met de dosering van medicijnen veel meer bespaard kan worden dan bijvoorbeeld met gezamenlijke inkoop. Dat hebben ze de afgelopen jaren zelf ervaren.

De Sint Maartenskliniek, gespecialiseerd in orthopedie en reuma, wist bij een onderzoek het medicijngebruik met 30 procent per patiënt te verminderen.

Hoe krijgen ze dat voor elkaar, dachten De Boer en Roldaan. Bij de MC Groep wilden ze dat ook. Het ziekenhuis benaderde de „kliniek voor houding en beweging”. Resultaat: vorig jaar kwamen twee specialisten uit Nijmegen naar de MC Groep in Lelystad. Het hoofd reumatologie van de Sint Maartenskliniek ging daar met een promovendus aan de slag om hun kennis bij een „gewoon” ziekenhuis toe te passen. Dat gaat niet alleen om kostenverlaging, benadrukt Roldaan, maar ook om het optimaliseren van behandelingen: door de effecten van verschillende doseringen heel nauwkeurig te registreren en die af te bouwen als dat kan. Met verbluffende resultaten. Ook in Lelystad is het medicijngebruik bij reuma met bijna 30 procent gedaald.

De Boer: „Als je dat extrapoleert, zou je in heel Nederland 150 miljoen kunnen besparen. Dat is een waanzinnig hoog bedrag. Eigenlijk zou zo’n team van de Sint Maartenskliniek bij alle ziekenhuizen van Nederland langs moeten gaan, om als experts te toetsen of het medicijngebruik niet verlaagd kan worden.”

Enthousiasme over de resultaten is er. Maar als het over de financiële opbrengst gaat, is dat er minder. De Boer: „We krijgen er als ziekenhuis geen enkele beloning voor dat we dit doen.”

Dure geneesmiddelen vallen buiten de budgetafspraken met zorgverzekeraars. Het zijn kosten die de verzekeraar gewoon vergoedt, of die nu hoger of lager zijn. Er wordt veel verwacht van de zogeheten praktijkvariatie, de mate waarin ziekenhuizen afwijken van het gemiddelde.

Een ziekenhuis ziet alleen zijn eigen prestaties – niet hoe andere ziekenhuizen met medicijngebruik omgaan. De zorgverzekeraars zien dat wel. Die informatie is dan ook interessant voor ziekenhuizen. De Boer: „Die informatie van ziekenhuizen en verzekeraars moeten we beter uitwisselen. Dan kun je als arts bijvoorbeeld ook goed zien hoe je vakgenoten bij andere ziekenhuizen omgaan met een nieuw medicijn dat wordt geïntroduceerd.”

Verspilling

In Nederland maken ziekenhuizen de geneesmiddelen voor kankerpatiënten zelf klaar. Dat gebeurt in een aparte steriele ruimte waarbij de ziekenhuisapotheker de precieze hoeveelheden chemokuur per patiënt prepareert. Er is bij kleine ziekenhuizen veel restmateriaal. Je maakt een chemokuur hooguit voor een paar patiënten per dag, terwijl het om extreem dure medicijnen gaat. Dat is een schaalnadeel.

Roldaan, tevens apotheker: „Eind 2011 bedachten wij: dat moeten we niet meer zelf willen doen. Dit is een nadeel waar we niets aan kunnen doen. Laten we die cytostatica bij andere ziekenhuizen inkopen.”

Maar dat bleek een probleem. De ziekenhuizen die Roldaan belde, vonden dat allemaal moeilijk. Kankermedicijnen prepareren voor een ander ziekenhuis? En hoe moet dat dan vervoerd worden? Duitsland kent veel meer kleine ziekenhuizen. Daar lag de oplossing. De Boer: „Daar bleek in Hamburg een enorme hoogwaardige apotheek te staan – Zytoservice Duitsland – waar mensen in maanpakken rondlopen.” Die maakt 400.000 cytostatica-kuren per jaar, bijna driekwart van wat in Nederland jaarlijks nodig is. „Kwalitatief hoogstaand en zeer efficiënt.”

In het ziekenhuis van Lelystad besloten ze voortaan in Duitsland in te kopen. De geleverde chemokuren worden dagelijks per auto afgeleverd. Er wordt per milligram afgerekend en de Duitsers houden ook de registratie in de gaten. Het resultaat: de helft minder kosten.

Maar ook hier geldt weer dat er geen financiële prikkel bestaat voor ziekenhuizen om te besparen. De verzekeraar vergoedt standaard de totale bereidingskosten van deze geneesmiddelen, dus inclusief de verspillingskosten. In Lelystad wordt nu jaarlijks gemiddeld 11 procent bespaard op het volume bij prepareren van cytostatica. De Boer: „Dat is fors als je weet dat een gemiddelde chemokuur 600 tot 1.000 euro kost. In heel Nederland kun je zo nog eens 30 tot 50 miljoen besparen.”