Visser vertrok gedesillusioneerd uit Den Haag, maar keert nu terug

President Rekenkamer

Kabinet benoemt VVD’er om het beleid te controleren.

Arno Visser. Foto Bart Maat / ANP

Dinsdag 16 mei 2006 had zijn finest hour als Tweede Kamerlid moeten worden. Arno Visser, net veertig jaar oud en drie jaar lid van de VVD-fractie, zou als voorzitter van de parlementaire onderzoekscommissie naar het tbs-stelsel zijn bevindingen presenteren. Hij stond echter voor een vrijwel lege zaal.

Want diezelfde middag ging in perscentrum Nieuwspoort alle aandacht uit naar een ander zaaltje. Daar gaf Vissers fractiegenoot Ayaan Hirsi Ali een emotionele toelichting op haar besluit om zowel de Kamer als het land te verlaten. Minister Verdonk (Vreemdelingenbeleid en ook VVD) had kort ervoor besloten Hirsi Ali haar Nederlanderschap te ontnemen. De Somalische bleek in haar naturalisatieprocedure in de jaren negentig te hebben gejokt over haar identiteit.

Het mediamoment van Visser was verpest, maar als woordvoerder Asielbeleid was hij het inhoudelijk eens met de strenge lijn van zijn minister. „Regels zijn regels”, vond hij.

Bij de volgende Tweede Kamerverkiezingen, in november 2006, verdween Visser van het Haagse toneel. Hoewel generatiegenoten, beide voorstander van een meer volkse VVD én privé bevriend, gunde de nieuwe partijleider Mark Rutte Visser geen verkiesbare plaats op de kandidatenlijst. Visser, die zijn politieke carrière was begonnen als woordvoerder en assistent van Ruttes voorganger Hans Dijkstal, vertrok gedesillusioneerd uit Den Haag. Het zorgde voor een klein gat op zijn cv.

Maar hij herpakte zich en kwam terug. Zowel in het openbaar bestuur als in Den Haag. Gisteren werd Visser door het kabinet, onder leiding inmiddels van dezelfde Rutte, benoemd tot president van de Algemene Rekenkamer. Een prestigieuze functie, die hem verantwoordelijk maakt voor het hoge college van staat dat onafhankelijk, streng en zonder aanzien des persoons de overheid toetst op rechtmatigheid en effectiviteit. Met andere woorden: Visser gaat het beleid van Rutte controleren.

Visser (Den Haag, 1966), die in Groningen literatuurwetenschappen studeerde, was al tweeënhalf jaar een van de drie collegeleden van de Rekenkamer. Als hoogste baas van het instituut volgt hij nu Saskia Stuiveling op, die de Rekenkamer zestien jaar leidde en onlangs met pensioen ging. Het meest seniore collegelid Kees Vendrik (GroenLinks) werd waarnemend president.

Na Stuivelings vertrek benoemde het kabinet eerst op voorspraak van de Tweede Kamer een derde lid, zoals de procedure voorschrijft. Dat werd Francine Giskes, voor D66 burgemeester van Texel. Vervolgens was het aan minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) om uit hun midden een nieuwe president aan te wijzen. Even dreigde een politieke discussie: mocht de VVD nu wéér een topfunctionaris leveren? Of was GroenLinks of D66 aan de beurt? Uit een eerste ronde bleek dat Vendrik noch Giskes daarvoor voelde en dus viel de keuze op Visser.

Hij is ervaren genoeg. Hij bemoeide zich als collegelid met ingewikkelde dossiers als belastingen, infrastructuur en decentralisatie van overheidstaken naar gemeenten. Dat laatste ligt hem na aan het hart: hij was vijf jaar wethouder in Almere, waar hij de portefeuilles financiën, vastgoed en dienstverlening had.

Hij bracht in 2013 een metersgrote poster mee naar zijn kantoor aan het Lange Voorhout. Daarop stond een onontwarbare kluwen van honderden lijnen, pijlen en vakjes, functies en taken: een weergave van alle geldstromen binnen Almere (begroting: circa 700 miljoen euro). Het was Vissers manier om zijn nieuwe collega’s bij de Rekenkamer de ingewikkelde huishouding van een middelgrote gemeente te laten zien. „En dat was nog van vóór de decentralisatie”, zei hij. Ofwel: het wordt nóg ingewikkelder.

Visser groeide op in Rotterdam en woont samen met voormalig hockey-international Miek van Geenhuizen.