Topman IHC gaat mensen ontslaan en werk naar het buitenland verplaatsen

Foto: David van Dam

De werknemers zijn emotioneel zéér begaan met het bedrijf, dat weet hij. IHC is “hun ding”, wat strikt genomen waar is, want het personeel heeft 28 procent van de aandelen. Daardoor vindt iedereen in het bedrijf zijn eigen manier altijd de beste en moet elke beslissing tot in den treure worden overlegd, je zou er gek van worden.

Maar IHC moet vooruit, “van nostalgie kun je niet eten”, zegt Bram Roelse (58) vandaag in NRC Handelsblad. Hij is sinds vorig jaar bestuursvoorzitter van scheepswerf en maritieme gereedschappenbouwer Royal IHC in Sliedrecht.

Daarom gaat IHC de komende maanden bijna 500 man van de 3.300 ontslaan, plus ruim 1.000 flexwerkers. Roelse gaat twee van de vier hellingen waar ze schepen bouwen sluiten en een deel van het werk naar het buitenland verplaatsen. Het bedrijf moet rationeler georganiseerd en strakker bestuurd.

Roelse zit er kalm bij, voor iemand met een lege orderportefeuille en een aanstaand massaontslag:

“Ik heb een koers en daar ben ik zeker van.”

Hoe zeker?
“Ik krijg bijna altijd gelijk.”

Bijna?
“Er is altijd een margin of error.”

Roelse werkt sinds 2001 bij IHC. De offshore-industrie leverde voorspelbare inkomsten, wat de beleggers waardeerden, maar de scheepsbouwtak was enorm volatiel.

“De werven liepen niet goed, we werden voor een heel laag bedrag verkocht. De orderportefeuille was leeg, de markt was na 11 september 2001 slecht. Het had net zo goed verkeerd kunnen aflopen.”

Het liep niet verkeerd af, na twee jaar had IHC volop werk en kregen de aandeelhouders dividend. De scheepsbouwer, die op baggerklanten leunde, bouwde een stevige offshorepoot. Die poten konden elkaar door de jaren heen opvangen. IHC verdiende aan sleephopperzuigers, pijpenleggers, spullen voor de mijnbouw, heihamers, pompen, boosterstations.

Nu is er weinig werk en Roelse ziet de olieprijs nog niet stijgen.

Hoe gaat u IHC schokbestendig maken?
“We gaan ons meer richten op de uitvoeringskant van onze klanten. Een nieuw schip of nieuw stuk apparatuur bouw je, lever je op, en je bent daarna klaar. Wij willen meer diensten en spullen leveren in de latere fase, de operationele fase. Renovatie, trainingen, spullen om het schip efficiënter te maken. Vergelijk het met de dealer waar je één keer iets koopt en de garage voor het onderhoud. Nu leunen we voor 70 procent op grote aankopen, dat moet naar 50. We hopen dat we zo een stabielere omzet krijgen.”

Als mensen geen schip kopen, kopen ze ook geen onderhoud.
“Onderhoud komt op een ander moment. Investeringen in offshore zijn duidelijk ingezakt. Maar uitgaven aan de operationele kant draaien redelijk door. Tegen de tijd dat die inzakken, hopen we dat klanten weer grote aankopen doen.”

Komen er nog grote baggerprojecten aan?
“Moeilijk te voorspellen. De uitbreiding van het Suezkanaal kwam toch onverwacht, net als Palm Island en The World. Klanten willen door die onvoorspelbaarheid metéén kunnen kopen. Daarom gaan we hopperzuigers op voorraad bouwen.”

Maar die werknemers zitten straks misschien thuis op de bank.
“Nou, we hebben hele goeie vaklui en ik las toevallig net in de krant dat het uitstekend gaat met de werkgelegenheid, ik twijfel er niet aan dat ze onder dak komen.”

Lees het hele interview in NRC Handelsblad vandaag.