Nieuwe chaos

Op het ogenblik dat ik dit schrijf nadert Griekenland tot de volmaakte chaos, een toestand van volstrekte onvoorspelbaarheid. Iedere dag wordt besloten met het nieuws over ministers en presidenten die niet weten wat ze morgen van elkaar en het volk kunnen verwachten. De volgende dag komen ze op een andere manier tot dezelfde conclusie. Intussen hebben de banken bijna geen geld meer, de burgers pinnen de laatste resten van hun saldo en in de supermarkten wordt gehamsterd. Ook een woord dat we lang niet hebben gehoord. Een hamster is een knaagdier dat ieder jaar voedsel voor barre tijden verzamelt.

Ik wil niet opscheppen, maar ik heb die toestand min of meer zien aankomen. Al tientallen jaren ga ik in de zomervakantie naar Griekenland. Eerst was het Kreta, daarna Cyprus en tenslotte een klein, overzichtelijk eilandje waarvan ik de naam niet noem. In mijn eerste tijd kwam je in Athene nog aan op het oude vliegveld, waar je met een taxi omheen moest rijden om je plaats van vertrek te bereiken. Toen werden de Olympische Spelen in Griekenland gehouden. Daarvoor moest een nieuw vliegveld worden aangelegd. Dat is nog altijd een van de mooiste en overzichtelijkste ter wereld. Bij zo’n vliegveld horen een nieuw wegennet en openbaar vervoer. Ook dat werd er bij wijze van spreken bijgetoverd. Het ligt er allemaal nog, in uitstekende staat. Maar wie heeft het betaald?

Intussen was de euro ingevoerd en ook Griekenland deed mee. Ik had nog een klein kapitaaltje aan drachmen, vond het jammer die munten weg te doen. Je kon nooit weten. We waren op Naxos, maakten een bustochtje naar Pirgaki, een dorpje aan de kust. Daar heb ik deze schat begraven, in een kuil van een halve meter diep, op het punt waar bij vloed de enige pier van het plaatsje de zee bereikt. Ga maar kijken. Als u die schat vindt mag u de helft houden. Dit stukje is mijn eigendomsbewijs.

Toen werd het Westen in zijn geheel getroffen door de grote economische crisis. Het havendorp, de hoofdstad van mijn eilandje, heeft een mooie oude winkelstraat. Die zag ik iedere zomer verder in de versukkeling raken. Van de ongeveer honderd winkels waren er de laatste keer een twintig gesloten, voorgoed. Eén zo’n winkel biedt in die toestand al een deprimerende aanblik. Als het er zo veel zijn begint het een dode straat te worden, en in die toestand wordt de neergang aanstekelijk. Het is niet gezond om door zo’n verlatenheid te lopen.

Gelukkig hadden veel Grieken een remedie gevonden: het café. Vooral op zondag zitten ze daar in grote groepen. Ze praten graag. Dat doen ze harder dan wij en vaak door elkaar. Bovendien zijn dikke Grieken gemiddeld wat dikker dan dikke Hollanders. Misschien komt dat door het lekkere eten. En dan is er nog een oorzaak: ze betalen er minder voor omdat veel restaurants geen belasting in rekening brengen. Je krijgt er geen officiële rekening, geen ‘bonnetje’, behalve wanneer er een inspecteur van het Rijk in de buurt is. Van de plaatselijke belastingen weet ik niets. Maar bekijk de kaart eens, de honderden eilanden en de woeste gebieden van het vasteland, en stel je daar eens het werk van een belastinginspecteur voor. Geen beginnen aan. En de Grieken blijven dik en door elkaar praten.

Vormen al deze verschijnselen bij elkaar de inleiding tot een nieuwe fase in de crisis? En als dat waar is, wat dan? Hoe moeten we ons het vervolg voorstellen? We leven in een wereld waar de chaos dagelijks verder om zich heen grijpt. Grote oorlogen hebben we niet meer, de chaos is plaatselijk geworden. Vier jaar geleden was Syrië een ordelijke staat. Van Islamitische Staat en bootvluchtelingen had niemand ooit gehoord. Nu horen ze tot de wereldproblemen. Hoe ziet het er over vier jaar in Griekenland uit?