Op de ambassade in Kiev sprak niemand Russisch of Oekraïens

Nederland had vanwege gebrek aan rechtstreeks persoonlijk contact de eerste dagen na de aanslag op de MH17 nauwelijks zicht op wat zich afspeelde op en rond de rampplek waar het toestel in Oost-Oekraïne neerstortte. Een plek waar op dat moment een veldslag woedde tussen separatisten en het Oekraïense leger. Dat blijkt uit reconstructies van NRC. Omdat niemand op de Nederlandse ambassade in Kiev Russisch of Oekraïens sprak, kon in de eerste hectische uren onvoldoende geanticipeerd worden op de gebeurtenissen aan de oostgrens met Rusland. Mede om die reden zijn later Nederlandse diplomaten uit onder andere Afrika, die het Russisch wel vaardig waren, tijdelijk op de ambassade in Kiev gestationeerd. De afwezigheid van Nederland werd nog eens benadrukt doordat het kabinet besloten had elk direct contact met de separatisten in Oost-Oekraïne te mijden. Men wilde voorkomen dat dit zou kunnen worden uitgelegd als erkenning van de door hen uitgeroepen volksrepubliek. Oekraïense autoriteiten hebben zich later bij Nieuwsuur verbaasd getoond over deze op formele gronden gebaseerde Nederlandse afzijdigheid. Het is volgende week vrijdag een jaar geleden dat de vanaf Schiphol opgestegen Boeing 777 van Malaysia Airlines op weg naar de Maleisische hoofdstad Kuala Lumpur boven Oost-Oekraïne werd neergehaald. Bij de aanslag kwamen alle 298 inzittenden, onder wie 196 Nederlanders, om het leven.