Column

Linkse mensen moeten hier niets van hebben

Van sommige schrijvers vroeg je je af waarom ze nog doorschreven, en ook onder wat voor omstandigheden. Van Boudewijn van Houten las ik ooit twee geweldige boeken: Fout. Lebensbericht meines Vaters over het SS-verleden van zijn vader, uitgever Reinier van Houten en Onze Hoogmoed over een vriendengroep, waarvan ook Theo Kars deel uitmaakte, met wie hij de PTT oplichtte. Critici waren niet onverdeeld enthousiast over zijn werk, hij ook niet over hen trouwens.

Met een been in het graf komt de nu 75-jarige schrijver pas echt op stoom. De afgelopen jaren verschenen vijf boeken van zijn hand die zonder uitzondering onopgemerkt bleven.

„Ik ken veel van mijn lezers persoonlijk”, zei hij in een portret dat journalist Renzo Verwer over hem schreef. Daaruit doemde het beeld op van een markante man, die geen enkele moeite deed om bij mensen in de gunst te komen en die graag Hermann Göring citeerde, die ook weer een ander citeerde en zei: „Als ik het woord cultuur hoor, trek ik mijn revolver.”

Een van zijn lezers, die inderdaad ook bevriend is met Van Houten, attendeerde me op zijn laatste boek. Mijn Heilstaat over een Nederlandse journalist die met fotograaf naar Transvilie reist, een Hertogdom in Oost-Europa waar alles anders is. Er is democratie in beperkte mate, de meeste mensen verdienen niet veel zodat je er geen rangen en standen hebt, van moderne kunst is niemand gediend en de overheid ziet toe op al te grote zedenverwildering. Wie jonger is dan dertig mag niet stemmen, wie ouder is dan zestig evenmin. Je zou verwachten dat de mensen er ongelukkig zijn, maar dat blijkt mee te vallen. Het leven in het landje aan de Donau is vredig, men eet en drinkt producten van eigen bodem, oudere mensen hebben gezag en gewelddadigheden komen niet voor, ook al omdat criminelen subiet achter de tralies verdwijnen en drugs er niet bestaan. Helemaal vredig is het leven niet, de omringende Europese landen zijn kwaad om het feit dat Transvilie geen echte democratie is en er gaan steeds vaker stemmen op om het land te bezetten.

Na de synopsis volgde zijn recensie waar ik me na lezing helemaal in kon vinden. ‘Bijna een verdomd goed boek, maar ook dit boek zal vast weer volstrekt onopgemerkt verdwijnen. Linkse mensen moeten hier niets van hebben, maar wie iets rechtser is, krijgt er ook z’n bekomst van. Vrijheid is slecht, is de boodschap, dus zo blijven er weinig fans over. Een stukje in de krant schrijf je omdat je weet dat de abonnees het in de bus krijgen, en dan kun je al twijfelen aan het nut van je bezigheden, maar dit is totaal anders: hier zit niemand op te wachten. Letterlijk.’

Toch jammer, dacht ik toen.