Lijdensverhaal

De avond dat Tony Martin de gele trui had gepakt, zat hij aan tafel in het VRT-Tourprogramma Vive le vélo. De gewezen Oost-Duitser hield het intiem, zoals zijn natuur dat voorschrijft. Hij had helemaal geen zin in een valse à milles temps. Tijdens het gesprek ontstond kabaal: sponsor-miljardair Marc Coucke zette zich op kop van een polonaise met luid geschreeuw. Hij zong zijn hymne voor zwakzinnigen: „Couckenbak.” Tony Martin durfde niet meer op te kijken bij deze carnavaleske vertoning en droop van gêne. De sponsor van Etixx-Quick.Step zei later dat humor moet kunnen, in de Tour.

Alleen had hij zich van programma vergist: zijn inbraak had perfect gekund bij Studio Tour van de NOS, maar niet bij Vive le vélo waar de Ronde nog geen dwaze lachspiegel is. Wielrennen wordt daar nog met een religieus gevoel benaderd.

De NOS is zijn reputatie van wielerzender behoorlijk aan het verkwanselen. Kleutertelevisie, geheel gevoelloos voor het drama van de koers. Geen spat patina aan verslaggeving en presentatie. Bij iedere verschijning van Dione de Graaff zou ik een goedaardige Hells Angel willen vragen die lachstuip uit haar gezicht weg te vegen. Zachtjes, met een tikje, dat is vanzelfsprekend. Dione is een schat, maar ze kan geen zin zeggen zonder giechelkunst. Dat is aangenaam, maar het vloekt met commentaar over gebroken wervels, ontwrichte schouderbladen, bloeduitstortingen en schaafwonden van scrotum tot anus. Daar horen droge lippen en een diepe frons bij.

Studio Tour heeft schwung noch swing. Zeker in deze Ronde van Frankrijk met zijn drama’s, valpartijen en geloei van ambulances is dat schuldig verzuim. Het hart is er kennelijk niet bij, althans ik hoor het niet tikken. De oude Jan Jansen krijgt er het vuur ook niet in.

Al vanaf de start lijkt de Tour voor een aantal renners behekst. De uitschakeling van gele truidrager Fabian Cancellara na een massale val was een wraakroepend dieptepunt. Zoveel pech voor een van de mooiste seigneurs van het peloton kunnen wielergoden niet toestaan. Dan zijn ook zij ketters geworden.

Ongeluk kan soms ook mooi zijn. Na zijn val werd Tony Martin door zijn ploegmaats voorzichtig naar de meet geduwd. De handen van Michal Kwiatkowski en Julien Vermote lagen als marmeren stillevens in de rug van de gele trui. Ze duwden, maar bewogen niet. Idyllisch beeld. Met gebroken sleutelbeen moest de geletruidrager een laatste keer het podium beklimmen – stuitend sponsorprofijt. Schaamteloos opportunisme, onfatsoen.

Er zijn wel twintig renners die de afgelopen dagen halfdood op de fiets zaten. Geknakt in al hun ledematen, door onzichtbare blessures tot gebroken ribben toe. Laurens ten Dam is de vaandeldrager van het lijdensverhaal. Held van moed en zelfopoffering, zoals er zovelen waren in de grote oorlog, daar in het Noorden van Frankrijk. Al een hele week lijkt het of zijn fiets een vleeshaak is waaraan hij in steeds lossere organen bungelt. Daarbovenop de geestelijke pijn van de plicht tot onbeholpen tv-gesprekjes over zijn malheur. Ik hoef het niet te weten.

Het festival van bloed en schrammen zorgt in deze Tour voor een esthetisch deficit. Met als lelijkste renner: Chris Froome. De close-up die van zijn uitgemergelde lichaam op televisie werd vertoond, schreeuwde om collocatie. Niet om aan te zien, die Biafra-armpjes. Kinderen slaan de handen voor de ogen en barsten in huilen uit. Dit is geen rennerslichaam meer, dit is een gevleugelde foetus.

De magerzucht van Froome is extreem. Alleen bleek hij in de eerste week in superieure conditie te verkeren. Hij danste over de kasseien, ongezien voor een klimmer.

Zonder val wint Chris Froome de Tour 2015.