Liften Langs Littekens

Niks kan je meer leren over een land dan erdoorheen te liften. Heleen Valster (29), Jent van den Toren (28) en Mariette Twilt (27), liften naar Srebrenica. Vandaag is het twintig jaar geleden dat de VN-enclave viel.

Utrecht > Bled, Slovenië – 1178 km – 8 ritjes – 17 uur

Binnen een minuut zitten we bij Michiel in de auto. Een IT’er van in de dertig die vaker lifters meeneemt op weg naar werk. Wel zo gezellig.

Lifters, zeker vrouwen van bijna dertig, krijgen elke dag nieuwe waarschuwingen. In Nederland waarschuwen ze je voor de Duitsers, in Duitsland en Oostenrijk voor de Slovenen, in Slovenië voor de Kroaten en zo gaat dat tot in Belgrado aan toe.

Acht ritjes en 17 uur later stappen we uit in Bled, Slovenië. Zonder problemen.

Hoe zal het gaan in Potocari, Srebrenica? Het is twintig jaar geleden dat Dutchbat, het bataljon van Nederlandse VN-soldaten, daar in oorlogstijd de bescherming opgaf van de save haven die het stadje destijds was. Daarna vielen er 8.000 doden. Wij vragen ons af of we gewoon kunnen liften met een bordje ‘Srebrenica’.

Bled > Zagreb, Kroatië – 196 km – 5 ritjes – 6 uur

In Zagreb leren we Vedran kennen. Hij komt uit Mostar, 100 kilometer ten zuiden van Sarajevo. Liften door Slovenië, goed. Maar door Bosnië? „Bosnië is een door oorlog verscheurd land. Het gevecht is voorbij, maar de oorlog zit nog in de hoofden van de mensen.”

Zagreb > Sarajevo, Bosnië (via Kroatische kust) – 1043 km – 10 ritjes – 20 uur in 5 dagen

Met Andres, een Spanjaard op vakantie, passeren we de Bosnische grens. De plaatsnamen staan nu ook in het Servisch, in cyrillisch schrift, op de borden. Bijna overal zijn ze met een dikke stift doorgestreept. Op het station van Mostar, waar we een stukje de trein pakken, brandt alleen licht achter de Latijnse letters.

Andres had gelijk, Bosnië is prachtig. Tussen de groene bergen kronkelt rivier de Neretva. Watervallen kletteren ijsblauw uit de bergen.

In onze coupé gokken een paar jongens uit Sarajevo, Haris en Bilal, waar wij vandaan komen. „Engeland? Duitsland?” We weten eigenlijk niet wat ze hier van Nederlanders vinden. Maar: „Nederland is cool.”

We wisselen namen van bekende voetballers uit. „De Serviërs, dat zijn de klootzakken. Very bad people”, zegt Haris. Zijn moeder is tijdens de bezetting van Sarajevo omgekomen bij een bomaanslag, zegt hij.

Ze kunnen de aantallen doden zo oplepelen. De jongens zijn opgegroeid tussen uitgebrande auto’s en trams. Zich verplaatsen deden ze rennend, om de kans om geraakt te worden klein te houden. Ze stropen hun broekspijpen op: littekens van granaatscherven.

Waarom waren ze in Mostar? Onder protest van Harris laat Bilal zijn Facebookpagina zien. Zijn achtergrondfoto toont een jihadstrijder: kalasjnikov in de ene hand, de zwarte vlag van Islamitische Staat in de andere. Op de foto’s die hij laat zien, staan Haris, Bilal en nog een andere jongen. Allemaal wijzen ze naar boven. Bij de foto staat: ‘Wij zijn IS, slaven van Allah, in onze aderen stroomt moslimbloed’.

’s Morgens, na een nacht in Sarajevo, zien we de oorlogswonden van de stad. De gebouwen aan de rivier Miljacka vertonen bijna allemaal kogelgaten en op straat zie je op verschillende plekken de ‘Sarajevo Rose’: een op een bloem lijkend litteken in het beton, veroorzaakt door de explosie van een mortiergranaat, later opgevuld met rode hars.

Onze gids Nermin vertelt over de werkloosheid in de stad. Na de oorlog is de economie nooit meer hersteld. Twee jaar eerder was hij zijn baan bij de politie kwijtgeraakt. Hij vertelt erover: als hij 15.000 Bosnische marken (7.500 euro) had neergeteld, bekleedde hij nu een hoge positie bij de gemeente, maar daar paste hij voor. Corruptie, zegt hij. „De politiek is verziekt”. Om rond te komen gidst hij nu mensen door de stad. „Alles wat ik vertel, heb ik zelf meegemaakt. Dit is mijn verhaal. Elke keer als ik het vertel rijt ik wonden open.”

Kunnen we straks in Srebrenica gewoon zeggen dat we Nederlands zijn? Het blijft even stil. „Er gaan veel Nederlanders naar die plek. Ze voelen misschien de behoefte om excuses te maken voor wat er gebeurd is.” Nermin geeft ons zijn kaartje. „Mocht je hulp nodig hebben, dan kun je me bellen.”

Sarajevo > Potocari, Servië – 121 km – 2 ritjes – 4 uur

Of hij richting Srebrenica gaat? De automobilist die al snel stopt, kijkt niet raar op. Hij kan ons tot drie dorpen ervoor brengen. Als we Sarajevo achter ons laten, verdwijnt het vertrouwde Latijnse schrift langzaam van de bewegwijzering: we zijn in een gebied waar de Serviërs de meerderheid vormen.

Het laatste stukje rijden we mee met Milan. Hij spreekt weinig Engels. Bij zijn enige vraag kijkt hij ons aan via de achteruitkijkspiegel. Moslim of christen? Aan de spiegel hangt een kruis.

We zien een aaneenschakeling van prachtige uitzichten over een groen, glooiend landschap. Met Jeff Buckleys ‘Hallelujah’ op de achtergrond, rijden we Potocari binnen.

Milan stopt, onverwacht. Op een kraampje en een politieagent na is er niemand te bekennen. Op de heuvel achter ons zien we duizenden marmeren paaltjes. De voormalige VN-basis ligt er pal tegenover.

Bij het kraampje verkoopt een vrouw buttons, T-shirts en koelkastmagneten met: ‘I love Srebrenica’.

Door de ijzeren toegangshekken betreden we het terrein van een gesloten autofabriek, totaal verlaten. Het is de compound waar na de Canadezen drie Nederlandse bataljons huisden.

Er staan Nederlandse teksten op de muren. We lopen weer naar buiten en vinden dan een teken dat iemand zich nog om deze plek bekommert: ‘Srebrenica memorial room’, staat er op de fabriekshal.

Bij binnenkomst zien we links een balie met glazen schuifraam. Er zit niemand achter. We weten niet of we moeten betalen.

We besluiten door te lopen.

In de immense ruimte die volgt blijkt de expositie te hangen waarover we thuis gelezen hadden. Aan de muur hangen foto’s in houten lijsten. Vergeeld, aangetast door vocht, of helemaal beschimmeld.

In het midden van de zaal staan twee gigantische zwarte kubussen. Een van de kubussen blijkt de filmzaal, maar de deur zit dicht, de lichten zijn uit en de beamer draait niet. Er is nog steeds niemand te bekennen.

In Sarajevo werden we opgeroepen tot nooit vergeten. Deze plek is een spookstad. De wapenkamers, de commandopost van Karremans, de verblijven van de soldaten, er is niemand behalve wij. Er zijn wel mensen gewéést. We zien verbroken zegels op deuren. Als we een toilet opzoeken is er in geen van de hokjes wc-papier.

Voor de laatste 5 kilometer van Potocari naar Srebrenica pakken we de bus. Het dorp heeft maar één lange hoofdweg, omhoog de bergen in. Mensen die ons met onze bepakking zien ploeteren bieden hulp aan. Wij vragen niets.

Esad had ons al aan zien komen, op het terras van ons hotelletje. Nederlanders, ja hij zag het meteen. Hij is geboren en getogen in Srebrenica, maar studeerde in Sarajevo, en later in de Verenigde Staten. Kom bij mij aan tafel zitten, zegt hij.

Toen Mladic twintig jaar geleden met zijn troepen Esads geboortestad binnenreed, woonde hij al in Amerika. Op CNN vernam hij het lot van zijn familie en dorpsgenoten. Nu, bijna twintig jaar later, komt Esad regelmatig terug. Zijn familienaam staat negentig keer in het graniet van de herdenkingsplaats gegraveerd. Niemand heeft de oorlog overleefd.

Volgens Esad zijn veel voorzieningen in Srebrenica gebouwd met behulp van giften. Uit Nederland, maar ook uit Oostenrijk en Duitsland. Hij wijst naar een sticker op de deur van het hotel: ook dit is opgezet met geld uit het buitenland.

Er wordt niet goed toezicht gehouden op wat er met het geld gedaan wordt, vindt Esad. Veel giften verdwijnen in verkeerde zakken. Landbouwwerktuigen worden doorverkocht en vee wordt geslacht in afwachting van meer.

Esad neemt het op voor Karremans, de overste die op het kritieke moment leiding gaf aan Dutchbat. Met 390 Nederlandse soldaten tegenover 3.000 Serviërs en dat zonder goede bewapening of luchtsteun van buitenaf, somt Esad op. „Wat had hij kunnen doen? Nee, nu heeft hij tenminste nog tegen de moeders van soldaten in Nederland kunnen zeggen: hier is uw zoon of dochter weer terug.”

Esad geniet hier van de pure rust. „Heb je wel gezien hoe mooi het hier is?” In de winter kun je hier fantastisch skiën, en in de zomer kun je wandelen in de bergen of zwemmen in de beek die door het dal stroomt.

Wat hem betreft zijn alle ingrediënten aanwezig voor een succesvolle toeristische trekpleister. Het heeft tijd nodig. Kijk naar een mensenleven. Vanaf welke leeftijd stop je je ouders de schuld te geven van alles en leer je op eigen benen staan? Die tijd moet voor Bosnië nog aanbreken.