Knokken om 67 miljard

Kolonel Gaddafi investeerde 67 miljard dollar in het buitenland. Van wie is die geldberg nu er twee regeringen en twee parlementen zijn? Een wereldwijd juridisch gevecht is bezig. Ook in Nederland wordt er om gestreden.

Olie is de voornaamste inkomstenbron van het Libische regime. Tijdens de burgeroorlog is een aantal olie-opslagplaatsen, zoals hier in de haven van Es Sider, in brand gestoken. Foto’s Reuters, Thinkstock, EPA, AFP / fotobewerking fotostudio NRC

Standrechtelijke executies, ontvoeringen, martelingen en bomaanslagen. Sinds de val van het Gaddafi-regime in 2011 is Libië verwikkeld in een bloedige stammenstrijd. Gevochten wordt om de zeggenschap in het land, maar óók om de financiële erfenis van kolonel Moammar Gaddafi.

Hoofdprijs is de controle over de Libyan Investment Authority (LIA), het door Gaddafi opgerichte staatsinvesteringsfonds. Daarin is 67 miljard dollar (60 miljard euro) ondergebracht, afkomstig uit de belangrijkste inkomstenbron van Libië: de olie-industrie.

LIA werd opgericht in 2006, toen landen nog in de rij stonden om oliecontracten af te sluiten met de Libische machthebber. Tot het begin van de burgeroorlog in 2011 stroomde het investeringsfonds vol. De oliemiljarden werden in het buitenland belegd, met name in Europa en de Verenigde Staten. Sinds 2011 zijn de bezittingen bevroren, onder internationale sancties die volgden op de burgeroorlog waarin Gaddafi het leven liet.

De oorlog is nog steeds aan de gang. Maar als die voorbij is, moet LIA klaarstaan om te investeren in de wederopbouw van het land, zegt LIA-voorzitter Hassan Bouhadi aan de telefoon vanuit Dubai. „Van oorsprong investeerden we vooral buiten Libië, omdat we ook inkomsten wilden creëren die niet uit de oliesector afkomstig waren. Nu zouden we juist meer in Libië zelf investeren, om de infrastructuur te verbeteren en de private sector te helpen. Er zullen in de toekomst meer banen nodig zijn.”

Met de 67 miljard dollar moet Libië een eind kunnen komen. Ongeveer de helft van het vermogen is belegd in aandelen van 550 ondernemingen. Daaronder zijn Shell, UniCredit (de grootste bank van Italië), Pearson, de uitgever van onder andere dagblad Financial Times en voetbalclub Juventus. En er zitten honderden miljoenen in vastgoedbeleggingen in Londen en Parijs. De andere helft is belegd in staatsobligaties of in beheer gegeven.

Juridische strijd

Een aantal van die vermogensbeheerders heeft het aan de stok met LIA. Het fonds pakt de partijen aan die volgens haar de Libische bezittingen slecht hebben beheerd. In 2013 diende het fonds bij de rechtbank in Londen claims in tegen de bankreuzen Société Générale en Goldman Sachs. Zij zouden geld van LIA in te complexe en risicovolle derivaten hebben gestopt, in plaats van het conservatief te beleggen, zoals de opdracht was. Daarmee zouden zij LIA hebben opgezadeld met verliezen van respectievelijk 2,1 en 1,2 miljard dollar.

Ook in Nederland wordt geknokt om een deel van de miljarden van Gaddafi. Het gaat om 700 miljoen dollar. LIA wil het beheer over dat geld, omgerekend 634 miljoen euro, terug van de aan de Zuidas gevestigde vermogensbeheerder Palladyne International Asset Management. Dat Palladyne als vermogensbeheerder het geld onder zijn hoede kreeg was volgens LIA het gevolg van vriendjespolitiek; de directeur van Palladyne, Ismael A., bevond zich destijds dichtbij het regime-Gaddafi omdat zijn schoonvader de baas was van het Libische staatsoliebedrijf.

Tegenover deze krant verklaart LIA dat Palladyne exorbitante managementfees heeft ontvangen en net als Société Générale en Goldman Sachs het vermogen niet goed beheerd heeft. LIA ondernam met succes juridische stappen op de Kaaimaneilanden om het innen van de managementfees door Palladyne te beperken. Op de eilanden zijn de beleggingsfondsen van Palladyne geregistreerd waarin het Libische geld is gestopt.

Daarna procedeerde LIA bij de rechtbank Amsterdam over het beheer van de fondsen. Een vonnis over deze zaak is nog niet gepubliceerd op rechtspraak.nl. Ondanks herhaalde verzoeken kon de rechtbank geen informatie geven: de zaak is bij de rechtbank onvindbaar.

Volgens LIA is de tussenstand dat Palladyne nog steeds als vermogensbeheerder kan optreden. LIA neemt daar geen genoegen mee en zegt opnieuw naar de rechter te stappen om Palladyne van het beheer af te krijgen.

OM verdenkt Palladyne

Daarmee raakt Palladyne verder in de problemen. Vorig jaar werd bekend dat het Openbaar Ministerie Palladyne en haar directeur Ismael A. verdenkt van witwassen, oplichting en valsheid in geschrifte. Ook daarbij gaat het om het Libische geld dat Palladyne beheert. Het OM heeft bedenkingen bij de hoogte van de managementfees die zijn geïnd. Het onderzoekt of Ismael A. 28,5 miljoen dollar van het Libische geld heeft weggesluisd naar hemzelf en zijn (schoon)familie. Er is door het OM voor 28,5 miljoen dollar beslag gelegd op bezittingen van Palladyne en Ismael A.

Vorige maand meldde deze krant dat de AFM, de financiële toezichthouder, Palladyne geen vergunning heeft gegeven; sinds vorig jaar hebben vermogensbeheerders die nodig. Zonder vergunning moet Palladyne stoppen.

De 700 miljoen dollar die Palladyne beheert zijn bovendien bevroren op last van de Verenigde Naties en de Europese Unie. Palladyne heeft dus al jaren maar weinig werk aan het beheer ervan. Des te meer reden voor LIA om de managementfees, die Palladyne had afgesproken ten tijde van het Gaddafi-regime, te hoog te vinden.

Bij de VN-Veiligheidsraad en de Europese Unie hoopt LIA-voorzitter Bouhadi gedaan te krijgen dat het staatsfonds weer enige zeggenschap krijgt over de bevroren Libische tegoeden. Veel obligaties waarin Libië belegde, zijn inmiddels afgelopen en liggen nu als contanten te verstoffen bij de banken. Aandelen kunnen de afgelopen jaren in waarde gedaald zijn zonder dat LIA ze kon verkopen.

„De bevriezing mag geen negatieve gevolgen hebben voor de Libische bevolking”, zegt Bouhadi. „Dat proberen we uit te leggen aan de internationale gemeenschap.”

Interne strijd bij LIA

Dat zal niet makkelijk worden, aangezien de strijd in Libië ook woedt binnen het staatsfonds zelf. Bouhadi’s positie wordt betwist door een vroegere voorzitter, Abdulmagid Breish. Met een uitspraak van een rechter in Tripoli in de hand claimt Breish de rechtmatige voorzitter te zijn. Bouhadi is benoemd door de gekozen regering. Maar die week vorig jaar uit naar de oostelijke stad Tobruk toen milities van islamitische fundamentalisten de hoofdstad innamen. Sindsdien heeft Libië twee regeringen en twee parlementen. Beide kampen worden gesteund door milities en strijden om internationale erkenning en controle over de olierijkdommen.

Breish benadrukt dat hij niet namens de regering in Tripoli optreedt. „Wij blijven graag buiten de politiek”, zegt hij aan de telefoon vanuit Londen. Zijn hoofdkantoor staat weliswaar in de Libische hoofdstad, maar dat betekent volgens hem niet dat hij deel uitmaakt van het Tripoli-kamp.

De leiderschapsstrijd leidde tot zo veel verwarring dat LIA’s advocaten in Londen er in mei dit jaar de brui aan gaven. Om de processen tegen Société Générale en Goldman Sachs niet te laten stranden hebben Bouhadi en Breish de rechter met succes gevraagd of een onafhankelijke vertegenwoordiger namens hen mag optreden. Bouhadi benadrukt dat het gaat om een eenmalige samenwerking. Er is immers maar één LIA, zegt hij.

Ook in andere Europese hoofdsteden strijden de twee partijen om de macht. Zo herstelde in mei het kamp-Breish in Rome de relaties met UniCredit, waarvan LIA 1,25 procent van de aandelen bezit. In de marge van de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering ontving de bank de delegatie uit Tripoli hartelijk. De LIA-afgevaardigde uit Tobruk werd de toegang ontzegd.

Ook in de zaak in Nederland speelt de strijd over de zeggenschap over LIA. De Haagse advocaat Robbert de Bree treedt namens LIA op, maar zegt instructies aan te nemen van voorzitter Bouhadi. De Bree wil, net als Bouhadi, weinig kwijt over de zaak tegen Palladyne omdat die onder de rechter is. Breish is mededeelzamer. „De manier waarop Ismael A. het beheer over het vermogen heeft verkregen hebben we altijd verdacht gevonden. De toenmalige leiding van LIA had nauwe banden met hem en zijn schoonvader, de olieminister van Gaddafi. Ze behoorden min of meer tot dezelfde kliek. Daarom willen we ons geld terug en moet Palladyne van het beheer van die fondsen af.”

Ismael A. en Palladyne weigeren commentaar. Ze bevestigen wel dat Palladyne het Libische geld nog steeds beheert en zeggen dat Ismael A. „geen enkele relatie” met het Gaddafi-regime heeft.