‘Ik kom op heel veel plekken, dat is echt wel gaaf’

Mirte de Kok (33) was vroeger gabber en speelt nu eerste viool in het Concertgebouworkest in Amsterdam. „Het is wel grappig hoe mensen mijn baan altijd romantiseren.”

Mirte: „Ik zou Mahler thuis nooit opzetten. Ik ben meer van de bandjes.” Foto David Galjaard

Auditie op sportschoenen

„Een orkestbaan was niet per se mijn ambitie. Ik wilde in een mooie jurk soleren voor een orkest. Ik ben heel blij dat ik dat niet heb doorgezet. Het lijkt me heel eenzaam. Je moet zo presteren. Van elk concert hangt een recensie af, ik zou dat echt heel moeilijk vinden. En nu krijgt het orkest de recensie, niet ik.

„Tijdens mijn studie heb ik deze baan al gekregen. Dat was eigenlijk helemaal niet de bedoeling – ik wilde gewoon kijken hoe zo’n auditie in zijn werk ging. Je hebt drie rondes, waarvan er twee achter een gordijn zijn. Ik heb ook op mijn sportschoenen auditie gedaan. Ik dacht: als ik mijn hakken aantrek, verraad ik misschien dat ik een vrouw ben en is dat van invloed – je weet nooit.

„Ik heb eerst vijf jaar bij de tweede violen gezeten. Dat is niet makkelijker, het is anders. Eerste viool spelen is wel veel harder werken maar het ligt mij gewoon veel meer.”

‘Ik wil stoppen’

„Gelukkig kon ik naar het conservatorium. Het is hbo-niveau en ik moest een paar testjes maken, omdat ik mavo heb gedaan. Ik ben echt aangenomen op mijn spel. Mijn moeder heeft ook weleens gezegd: je kon eerder noten lezen dan gewone letters.

„Mijn zus zat op de muziekschool en daar hoorde ik een orkestje spelen. Toen zag ik de viool voor het eerst en zei: dat wil ik. Ik heb vijf jaar op de muziekschool gezeten en daarna ben ik naar een vioolpedagoog gegaan. Zij was heel streng en eigenlijk moest je twee uur studeren, maar ik deed maar anderhalf. Ik had zo’n hoogslaper en ik weet nog dat ik daar hele middagen op lag te schreeuwen: ‘ik wil stoppen’. Want ik zag mijn vriendinnetjes buiten spelen en ik moest oefenen. Mijn moeder kwam zo’n dag naar boven en zei: ‘ik heb met papa overlegd en je mag stoppen’. En toen was het nee, nee, nee. Het zat toch wel in me. Maar op de middelbare school schaamde ik me er heel erg voor.

„Ik deed mavo. Ik was van de happy hardcore. Dj Paul Elstak, Dune, dat soort dingen. Maar ik was meer een zwabber dan een gabber. Ik had natuurlijk zo’n strakke paardenstaart, maar ik scheerde mijn haar daaronder niet weg. Echte houseparty’s, daar was ik te jong voor. Maar ik had wel Nike Air Max. Ik ben nu ook veel meer dance dan van de klassieke muziek. Ik vind het leuk om Mahler te spelen met het orkest, maar ik zou het hier thuis nooit opzetten. Ik ben meer van de bandjes.”

Een beetje rust in mijn hoofd

„Op maandag repeteren we meestal van half tien tot twee. Dan ben je ’s middags vrij, en ’s avonds. Dan kan je de partituren voor de volgende week al ophalen. Want ik wil het eigenlijk op maandag al kunnen, zodat ik een beetje rust heb in mijn hoofd, ook omdat ik zo’n onregelmatig leven heb.

„Iedere week is anders. Gemiddeld hebben we drie concerten per week. Dit jaar heb ik 32 tourneedagen in het buitenland. We beginnen het seizoen met een Europese festivaltour van tien dagen. Dan hebben we vaak in november of februari twee weken een tour naar Japan, of Amerika. Ik kom op heel veel plekken, dat is echt wel gaaf. Het is ook wel vermoeiend. Er zit 120 man in het orkest. Het fijne is wel dat je altijd je eigen hotelkamer hebt, dan kun je je even terugtrekken. En het zijn ook chique hotels, minimaal vier sterren. Het zijn korte vluchtjes, altijd met een chartervliegtuig. Rond een uur of twee komt iedereen tegelijkertijd aan in het hotel. Dat vind ik altijd het meest verschrikkelijke moment, dan sta je met die massa voor de liften te wachten. Rond zessen gaat de bus naar de zaal. Meestal ga ik ’s middags maar wat eten. Heel veel mensen doen dat na het concert, maar dan zit je om half twaalf nog ergens te eten. Ik vind dat eigenlijk helemaal niet prettig.”

Lange mouwen, lange rokken

„Mijn vriend Kamil werkt in de computerwereld. Als we nu de kroeg ingaan na een concert, probeer ik snel naar huis te gaan als hij er ook is. Ondanks onze verschillende werktijden proberen we elkaar veel te zien. Ik heb gelukkig alle schoolvakanties vrij, dat is heel luxe. Ik heb veel vrienden die ook in de muziek zitten en dus ook ’s middags vrij zijn. Dan gaan we meestal lunchen.

„Totale ontspanning, dat mis ik wel eens. Ik zit heel vaak hier op de bank een beetje te wachten. Serietjes kijken, of ik doe het huishouden. Om kwart voor acht heb je weer die adrenalinestoot.

„Er zijn best wel wat voorschriften aan de concertkleding: lange mouwen en rokken tot over de enkels. Alles in het zwart. Ik vind het altijd wel een uitdaging om netjes bij het Concertgebouw aan te komen als ik net een kwartier hard door de regen heb gefietst.

„Het is wel grappig hoe mensen mijn baan altijd romantiseren. Het is echt niet zo dat ik elk concert denk ‘oh wat een bijzondere muziek’. Het is ook gewoon een baan. Maar ik ben wel tevreden met wat ik doe. Ik zat laatst te denken: wat nou als ik op de fiets word aangereden en ik nooit meer viool zou kunnen spelen, zou ik dat erg vinden? Ja, echt wel. Vioolspelen is iets wat in mijn hart zit. Dat heb ik gekozen toen ik zes was, en dat heb ik best wel goed gedaan.”