‘Ik doe dit om mijn identiteit te beschermen’

Tasoula Hadjitofi (55) is ondernemer en activist. Ze vecht al jaren tegen illegale kunsthandel.

Conflict

„Als ik in Cyprus ben, kan ik vanaf de grens het huis en het strand van mijn jeugd zien liggen. Maar zodra ik er één stap op zet, word ik doodgeschoten. Sinds de bezetting door Turkije is mijn geboorteplaats Famagusta een spookstad. Je hoort er zelden iets over, maar het bestaat nog. Ik ben er opgegroeid. Altijd was ik buiten: schelpen verzamelen, zwemmen. Ik maakte mijn eigen vlieger. We waren met z’n zessen. Een warm en liefdevol gezin. Mijn ouders hadden sterke waarden. Als ik in conflict kwam met een ander kind, kreeg ik straf. ‘Je staat jezelf toe om in een ruzie terecht te komen’, zei mijn moeder dan.”

Coachen

„Ik hou nog steeds niet van conflicten. Als iets niet werkt, probeer ik het goed te beëindigen. In al die jaren dat ik bedrijven leid, heb ik mensen altijd met respect ontslagen. In de loop der tijd zijn zeker vijf van hen naar me toe gekomen om me te bedanken voor de manier waarop ik dat deed. Ik beledigde ze niet, maar liet ze begrijpen waarom het niet ging werken. Ik ben geen baas die mensen aanneemt en ontslaat. Ik ben meer een coach. Ik laat mensen graag de route zien en nodig ze uit om mijn visie te delen.”

Sirene

 

„Vandaag is weer de eerste maandag van de maand. Dan hoor je buiten de sirenes loeien. Verschrikkelijk. Als ik het hoor, denk ik altijd aan de oorlog. Aan hoe Turkije Cyprus binnenviel in 1974. Ik was bijna vijftien jaar. We schuilden onder het bed of in bad. Het is jaren terug, maar ik word nog steeds emotioneel als ik erover praat. Ik verloor veel vrienden. Eén vriendin is verkracht, velen zijn nog steeds vermist. Mijn hele geloofssysteem viel in duigen. Omdat niemand kon ons redden. Mijn ouders niet, de overheid niet en hulp uit het buitenland bleef uit. Dat gaf een enorme eenzaamheid.”

Camouflage

„De oorlog brak mijn familie. Mijn oudste zus ging naar Griekenland, wij vluchtten naar Limasol. We hebben nooit meer samengewoond. Opeens waren we vluchtelingen, tweederangs burgers in ons eigen land. Er werd niet over gepraat. Iedereen was te druk met overleven. ‘Zorg dat je gerespecteerd wordt en dat je de beste wordt’, zeiden mijn ouders, ‘dat is de enige weg vooruit’. Dat deed ik. Toen ik 18 was, vertrok ik voor mijn studie naar Engeland. Ik danste, ik zong. Het camoufleerde de pijn en eenzaamheid van binnen. Jarenlang heb ik naar mezelf ontkend dat ik de persoon was die dat allemaal had meegemaakt.”

Activist

„In de jaren tachtig kwam ik naar Nederland vanwege de liefde. Op een dag las ik een negatief en onjuist artikel over Cyprus in de krant. Ik belde de journalist woedend op en vertelde hem de andere, ontbrekende kant van zijn verhaal. Die journalist was Henk Aben van het Algemeen Dagblad. Hij werd daarna mijn mentor. Hij introduceerde me aan allerlei mensen, waaronder leden van het parlement. Zo werd ik al snel de stem van Cyprus. Toen ze dat in Brussel hoorden, maakten ze me ereconsul van Cyprus. Ik was nog geen dertig.”

Roofkunst

 

„Door mijn naamsbekendheid werd ik benaderd door illegale kunsthandelaren. Zij wilden dat ik bemiddelde. De Cypriotische overheid kon kunst terugkopen die eerder gestolen was onder de Turkse bezetting. Het lef om zoiets voor te stellen maakte mij woedend. Dus ging ik zelf op jacht naar die kunstschatten. Dertig jaar lang was ik de grootste bron van informatie voor de Cypriotische overheid en voerde ik talloze rechtszaken in Rotterdam, Japan, Duitsland, Engeland en Griekenland. Met succes. Honderden kunststukken werden opgespoord en uiteindelijk via de rechter terugbezorgd aan Cyprus.”

Gerechtigheid

„Ik doe dit om mijn identiteit te beschermen. Famagusta bestaat niet meer volgens de internationale wet. Onze ziel is kapot en in vele huiskamers hangen nog steeds geroofde iconen. Het teruggeven daarvan speelt een katalyserende rol bij het opbouwen van vertrouwen en verzoening. Iedere cent die ik heb, steek ik in Walk of Truth. Het wordt een platform waar mensen met informatie over roofkunst, zoals vluchtelingen, zich kunnen melden. Een soort Amnesty International voor culturele rechten. De reis die de kunst maakt, vertelt ons verhaal. Ik wil elke Tasoula ter wereld die hetzelfde wil doen als ik hiermee steunen.”