Iedereen wist hoe de Grieken er voor stonden

Dat de Grieken mee mochten doen met de euro stond nooit ter discussie. Maar nu het land voor de derde keer ‘gered’ moet worden door de andere eurolanden, stellen steeds meer betrokkenen de vraag: hoe zijn we ooit in dit moeras terechtgekomen?

Drie generaties Franse en Duitse regeringsleiders: Helmut Schmidt en Valéry Giscard d’Estaing (1980). Helmut Kohl en François Mitterrand (2000). Foto’s Getty Images, AFP, EPA

‘Natuurlijk wisten wij dat de Griekse boekhouding niet in orde was toen het land in de eurozone kwam”, zegt een man die bij de ECB werkt. „Maar dat was destijds geen issue.”

„Wij wisten het ook”, beaamt iemand bij de Europese Commissie. „Athene haalde financiële trucs uit om aan de normen van het verdrag van Maastricht te voldoen. Het was bekend dat ze meer dan 3 procent tekort en meer dan 60 procent staatsschuld hadden. Niemand maakte er een punt van. Griekenland kwam om politieke redenen bij de eurozone. Net als Italië.”

Ook vandaag nog, één dag voor de zoveelste ‘definitieve‘ top over Griekenland, horen deze getuigenissen tot de meest intrigerende aspecten van de hele Griekse crisis. Hoe kan het dat een land dat in 2000 om politieke redenen ‘fit’ werd bevonden voor de eurozone en in 2001 toetrad, nu wordt afgerekend op financiële criteria die er destijds niet toe deden?

En dit is niet de enige waarneembare U-bocht in het vijftienjarige bestaan van de munt. Ruim tien jaar geleden, bijvoorbeeld, stelde de Europese Commissie voor om Eurostat, het Europese bureau voor de statistiek, meer bevoegdheden te geven. De Commissie wilde cijfers over de Griekse en andere euro-economieën ergens bij een onafhankelijke instantie paraat hebben, voor het geval dat. Het plan werd getorpedeerd door Frankrijk en Duitsland. Statistici macht geven om gegevens te komen dubbelchecken vonden zij inbreuk op hun soevereiniteit. En in 2003 schonden Frankrijk en Duitsland zelf de begrotingsregels. Ze versoepelden die regels prompt. Daarvoor was een stemming nodig. Om een meerderheid te krijgen riep Berlijn ook Athene te hulp. De Grieken kwamen netjes opdraven.

Rekbare begrippen

De vraag hoe Europa in deze puinhoop terecht is gekomen, is kortom niet eenvoudig te beantwoorden. Goed en kwaad zijn in euroland relatieve, rekbare begrippen gebleken.

Zelfs de ophef over het te hoge Griekse begrotingstekort, dat de nieuwe socialistische minister van Financiën George Papaconstantinou in oktober 2009 in een Luxemburgse vergaderhal aan collega’s opbiechtte, was niet oprecht. Maanden eerder, toen er nog een conservatieve Griekse regering zat, circuleerde al een document in de eurogroep waarin stond dat de officiële Griekse begrotingscijfers niet klopten, en dat het tekort hoger was dan 8 of zelfs 10 procent. Dit was vlak voor de Griekse verkiezingen. Er kraaide geen haan naar. Achteraf, toen deze krant er verslag van deed, trouwens ook niet.

Even voor het contrast: in 2006 was Litouwen het eurolidmaatschap geweigerd, omdat de inflatie van het land in maart dat jaar 2,63 bedroeg. Het mocht maar 2,6 procent zijn. Voor de rest voldeed Litouwen aan alle vereisten. Eurocommissaris Almunia wilde een voorbeeld stellen aan toekomstige Oost-Europese leden als Polen en Hongarije.

Afgelopen weken zijn er in euroland zwarte pieten uitgedeeld als nooit tevoren. Die Grieken hebben vijf maanden niets gedaan en miljarden verkwanseld, die Duitsers zijn hard en inflexibel en kregen trouwens toch in 1953 ook hun schulden kwijtgescholden?

Momentopnames

Hoe verklaarbaar de emoties aan beide kanten mogen zijn – dit zijn momentopnames. Over tien jaar kijken Europeanen wellicht anders naar argumenten die op dit moment worden gebruikt, zoals velen nu verbaasd terugkijken naar de beginjaren.

Met een andere regering in Athene of een Duitse recessie krijg je een heel ander debat, met andere argumenten en andere good guys en bad guys. Dat komt doordat de euro een politiek project is. De politiek is aan voortdurende veranderingen onderhevig.

Hét probleem van de euro is dat politici en ambtenaren die haar destijds opzetten, in een andere wereld leefden dan hun opvolgers. Zij leefden in een zorgeloze tijd.

Als je voormalig ministers, centrale bankiers of ambtenaren die bij de geboorte van de euro betrokken waren naar Griekenland vraagt, zeggen velen: „We dachten dat daar in de loop der jaren een oplossing voor zou komen.” Of: „We dachten niet dat het zo’n probleem zou worden.”

Een van hen, de Belg Philippe Maystadt, die van 1980 tot 1998 minister was (Begroting, Financiën en Economie) en daarna twaalf jaar president van de Europese Investeringsbank, zat bijna drie decennia bij ministersvergaderingen – voor en tijdens de euro. Zoals veel oudgedienden schrijft hij nu stukken over hoe de governance van de euro te repareren is: met een federale begroting, een solidariteitsfonds en eventueel euro-obligaties. Iedereen wist: dit houdt de munt stabiel. Net als in Amerika, waar staten eigen financiële verantwoordelijkheid hebben maar elkaar niet benadelen bij een faillissement – want federale uitgaven komen uit een gemeenschappelijke pot.

Toenmalig Commissie-voorzitter Jacques Delors, vertelt Maystadt, wilde eurolanden convergentiecriteria opleggen, zodat economieën naar elkaar toegroeiden in plaats van uit elkaar. „Maar Frankrijk en Duitsland steunden dit niet. Waarop Delors zei: vroeg of laat komt dit er toch. Hij kreeg gelijk. Regeringsleiders hebben het nu alsnog ingevoerd.”

Maar Delors zat fout met de aanleiding. Hij dacht dat financiële markten regeringen tot die convergentie zouden dwingen, door landen te straffen die uit de pas liepen. Dat gebeurde niet. Pas tijdens de Griekse crisis reageerden de markten – en hoe.

Maystadt herinnert zich de vergadering over de Griekse toelating tot de eurozone. „Niemand protesteerde. Voormalig Frans president Giscard d’Estaing had Griekenland de ‘moeder van alle democratieën’ genoemd. Ministers echoden dat. We gingen de Grieken niet weren.”

Volgens James Angelos, auteur van het boek The Full Catastrophe, Travels Among the New Greek Ruins, zei Giscard later tegen zijn Duitse collega Helmut Schmidt, die sceptischer was en Griekenland een ‘oosters’ land vond: „Jij was slimmer dan ik.” Anno 2015 tiert Schmidt in Duitse media tegen de „geopolitieke bijziendheid” van Angela Merkel. Giscard bepleit in Franse kranten een Grexit.

De euro kwam er om politieke redenen. Na de val van de Muur wilden Oost- en West-Duitsland herenigen. Frankrijk vond een tweemaal zo groot Duitsland bedreigend, maar verguldde die pil voor zichzelf door te eisen dat de euro werd ingevoerd. De munt was in voorbereiding als volgende stap in de Europese integratie – net als de interne markt moest zij primair een politiek doel dienen.

Maar Duitsland wilde eerst langzaam nationale economieën samenvoegen en werken aan meer politiek-economische eenheid. Frankrijk hield dit af. De Fransen hadden de zwakke frank aan de sterke D-mark geklonken. De Duitsers beslisten zo indirect ook over de frank. Over de euro, hun beider munt, konden de Fransen meebeslissen. Bondskanselier Kohl had grote bedenkingen over een euro zonder solide politieke back-up. Toch schonk hij president Mitterrand de euro.

Kribbig

De eerste tien jaar ging alles goed. Oud-Commissie-voorzitter Romano Prodi, die de euro dinsdag in Libération een „halfbakken brood” noemde, voorspelde bij de start dat ze sterker werd dan de dollar. Politici hadden geen enkele stimulans om aan convergentiecriteria, bankenunie of politieke unie te werken. Zelfs toen regeringen zichzelf in 2008 in de schulden staken om de banken te redden, maakten weinigen zich zorgen over de euro. Toen Griekenland eind 2009 zijn enorme begrotingstekort opbiechtte, zei toenmalig ECB-president Trichet kribbig: „Dit heeft geen effect op de euro.”

Zes maanden later redden de eurolanden Griekenland van het faillissement en kocht de ECB al Italiaanse staatsobligaties. Jaren van paniek volgden. IJlings werden regels voor begrotingscontrole opgesteld. Er kwam een noodfonds. Een bankenunie. Maar binnen die laatste twee trekken lidstaten aan de touwtjes. Elke lening uit de noodfonds moet door nationale parlementen worden goedgekeurd. Euro-obligaties en een Europese begroting, die volgens economen als Paul de Grauwe de eurocrisis meteen kunnen beëindigen, zijn politiek onhaalbaar.

Begrotingstsaar

Veel mensen, zeker in Nederland, zeggen dat de eurozone strenge regels nodig heeft en harde sancties. Afgelopen jaren hebben de politici inderdaad begrotingsregels in gewapend beton gegoten: het ‘sixpack‘ was nog niet af of er kwam een verdrag, gevolgd door een ‘twopack’. Maar het functioneert maar half. Nationale parlementen worden kriegel van zoveel bemoeienis. Vrijwel alle eurolanden hadden te hoge begrotingstekorten en kregen coulance uit Brussel. „Wat moeten we dan, iedereen sancties opleggen? Dan duwen we landen verder in de puree”, zei een medewerker van ‘begrotingstsaar‘ Olli Rehn eens. In Nederland en elders ontstaat elk jaar hysterie als de ontwerpbegrotingen beoordeeld worden.

De grootste olifant in de kamer is Frankrijk. Elk jaar schendt het de begrotingsregels, elk jaar krijgt het uitstel. President Hollande zou tegen de Commissie-voorzitter hebben gezegd: „Als je Frankrijk straft, wint het Front National de volgende verkiezingen.” Duitsland wil bovendien niet in de positie komen om te stemmen over sancties voor Frankrijk. Nooit. Dan is Europa „kaputt”, zei een Duitse functionaris eens. „Europa begon met Frankrijk en Duitsland. Wij moeten gelijkwaardig zijn. Zo’n situatie zou alles scheeftrekken.”

Steeds als het Brusselse sanctiezwaard boven Frankrijk hangt, racen de Duitsers naar Parijs om achter de schermen Franse hervormingen af te dwingen. Zodat niemand het ziet, en de Fransen kunnen zeggen dat het hun eigen idee was. Beleggers weten dit. Zij laten Frankrijk met rust. Altijd. Frankrijk, weten ze, wordt financieel door Duitsland gedekt.

Eén munt, zegt de Franse europarlementariër Sylvie Goulard, betekent „samen soevereiniteit delen”. Ofwel, macht uit handen geven. En dan de democratie deels Europees maken, zodat besluiten op dat niveau legitiem zijn. Maar landen durven dit niet. Toen niet, nu niet. Zo blijft de euro eeuwig tussen Europese en nationale oevers kruisen, en is ze voor sommigen politiek en voor anderen techniek. Een Grieks ongeluk zit in elk hoekje.