Honger, dengue en blokkade teisteren Jemen

Een bestand tijdens ramadan moet hulporganisaties kans geven voedsel binnen te brengen. Maar strijdende partijen gebruiken honger als wapen.

In vredestijd is de ramadan een periode van bezinning en festiviteiten in Jemen. Op markten krioelt het van de mensen. Families bereiden zich voor op de iftar, de maaltijd waarmee de vasten wordt gebroken. Maar door de oorlog zijn de Jemenieten slechts met een ding bezig: overleven. Voedsel is schaars, groente en fruit zijn nauwelijks meer te krijgen. Mensen teren op rijst, pasta, olie en suiker. Als ze dat kunnen vinden.

In Jemen dreigt een hongersnood. De Verenigde Naties hebben het land vorige week toegevoegd aan de lijst met grootste humanitaire crises. Op een bevolking van 25 miljoen mensen is 80 procent afhankelijk van humanitaire hulp. Volgens de VN weten 12 miljoen mensen niet waar hun volgende maaltijd vandaan komt. Ze zijn afhankelijk van sporadische donaties van hulporganisaties. Ruim 850.000 kinderen zijn ernstig ondervoed. Door het gebrek aan water, medicijnen, brandstof voor aggregaten, functioneren veel ziekenhuizen nauwelijks meer. Een uitbraak van dengue in de zuidelijke havenstad Aden kost dagelijks aan elf mensen het leven.

De wapenstilstand die de VN donderdag hebben aangekondigd en die vrijdagavond zou ingaan, komt dan ook geen dag te vroeg. De gevechtspauze is bedoeld om voedsel, medicijnen en andere hulpgoederen het land in te krijgen. Maar als de Saoediërs hun blokkade van de zeevaart en het luchtverkeer niet opheffen zal daar weinig van terechtkomen. En dat lijkt niet het geval te zijn.

De Saoedische blokkade van de commerciële scheepvaart en de bombardementen van vliegvelden heeft de humanitaire crisis enorm verergerd. Voor de oorlog importeerde Jemen 90 procent van zijn voedsel en brandstof. De Saoediërs laten zo nu en dan een vlucht met hulpgoederen toe, maar dat is lang niet genoeg om de nood te lenigen. Bovendien gebruiken de strijdende partijen honger als wapen. Voorraden meel die sporadisch het land binnenkomen via het vliegveld van Sana’a en de haven van Hodeidah worden teruggestuurd bij wegblokkades in de buurt van Taiz en Aden.

Het is überhaupt de vraag of de wapenstilstand standhoudt. De machteloze Jemenitische regering, die in Saoedi-Arabië in ballingschap is, stelde als een van de vele voorwaarden dat de Houthi-rebellen zich moeten terugtrekken uit de betwiste provincies. Dat is niet gebeurd. In de brief waarmee de regering de wapenstilstand accepteerde, werden alle voorwaarden nog eens herhaald. En de Saoedische regering heeft niet officieel bevestigd dat ze zal stoppen met bombarderen.

De vorige wapenstilstand in mei duurde vijf dagen, maar dat was volgens hulporganisaties niet genoeg om voldoende noodvoorraden aan te leggen. Daarom pendelde VN-gezant Ould Cheikh Ahmed de afgelopen weken druk heen en weer om de strijdende partijen te bewegen tot een nieuw bestand. Terwijl ze ruzie maakten over de details, werd het land getroffen door het zwaarste geweld sinds de bombardementen van de internationale coalitie onder leiding van Saoedi-Arabië in maart begonnen.

Maandag vielen er in het hele land 200 doden bij gevechten en luchtaanvallen. Volgens het persagentschap van de Houthi’s kwamen 60 mensen om bij luchtaanvallen in de noordelijke provincie Amran, onder wie 30 mensen op een markt. Volgens conservatieve schattingen zijn sinds maart ruim 3.000 doden gevallen, van wie de helft burgers.

De bedoeling is dat het bestand duurt tot het einde van de ramadan volgende week vrijdag. Hulporganisaties waarschuwen nu al dat dit niet lang genoeg is om in het hele land voedselvoorraden aan te leggen, zeker niet met alle wegblokkades. Jemen gaat een somber Suikerfeest tegemoet.