Hoe moet dat nou, met die Griekse schuld?

Foto Reuters

Schuldverlichting. Officieel staat het niet in het laatste voorstel van de Griekse regering, waar dit weekeinde de knoop over moet worden doorgehakt. Maar het maakt wel degelijk deel uit van de onderhandelingen die tot een houdbaar akkoord over Griekenland moeten leiden.

Dat het land moet worden verlost van een deel van zijn officiële staatsschuld van zo’n 175 procent van het bruto binnenlands product (bbp) stond voor de regering-Tsipras van begin af aan vast. Maar ook het Internationale Monetaire Fonds (IMF) concludeerde twee weken geleden dat schuldverlichting onontkoombaar is geworden.

Eigen schuld Tsipras?

Er hoeft nauwelijks tussen de regels van het IMF door gelezen te worden om te concluderen dat het optreden van de regering-Tsipras zelf de oorzaak is voor de noodzaak van een nieuwe schuldsanering. De onzekerheid, volledige stagnatie en een nieuwe recessie in 2015.

De gevolgen zijn desastreus: zelfs na een nieuw reddingsplan van ruim 50 miljard euro daalt de schuld in 2022 nu niet verder dan 140 procent van het bbp. Dat is niet langer houdbaar.

Al eerder gematst

En dat terwijl Griekenland al eerder, in 2012, gunstige voorwaarden kreeg voor de steun van 2010. Een zeer lage rente en een looptijd tot 2054 hebben tot gevolg dat het land sindsdien jaarlijks al minder rente over zijn schuld betaalt dan Spanje, Ierland en Portugal.

En een nieuwe schuldsanering? Zoals het er nu naar uit ziet, worden met de aanvraag van ruim 50 miljard euro tot en met 2018 het IMF en de Europese Centrale Bank uitgekocht: de Griekse schuld aan deze instellingen zal worden voldaan. Dan blijven vooral nog schulden aan de Europese instellingen en individuele eurolanden over, bij elkaar ruim 180 miljard euro.

Het kwijtschelden van een deel van deze schuld is problematisch. Met name Duitsland houdt vast aan het standpunt dat het wegstrepen van een deel van de Griekse schulden niet mag volgens de Europese verdragen. De zogenoemde no bail out-clausule, waarbij landen elkaar onderling niet rechtstreeks financieel mogen steunen, zou er door worden overtreden. Maar er is een andere manier.

De ‘werkelijke’ schuld

Een schuld heeft een nominale waarde en een ‘werkelijke’ waarde – de zogenoemde net present value (NPV). Dat zit zo: al je iemand 100 euro leent en hij betaalt het morgen terug, dan is die vordering je veel meer waard dan als hij hem pas in 2040 terug betaalt. Of, zeg, in 2054.

Nominaal is er niets veranderd: het gaat nog steeds om 100 euro. Maar de werkelijke waarde, de NPV, is natuurlijk veel minder geworden. Hetzelfde geldt voor een schuld van 100 euro waarover 5 procent rente wordt betaald. Die is meer waard dan een schuld waarover maar 2 procent wordt betaald.

Bedrijven moeten vorderingen waarvan de looptijd wordt verlengd of de rente verlaagd in hun boekhouding sterk afwaarderen. Maar overheden hoeven dat, gek genoeg, niet. Dat geeft politieke ruimte.

Maar het Europees Stabiliteitsfonds berekende in zijn jaarverslag over 2014 dat de NPV van alle kredieten aan Griekenland, door de operatie van 2012, al daalde met een bedrag dat gelijk stond aan de helft van het gehele Griekse bbp.

Dat was al een flink bedrag, dat zelden wordt aangehaald. Nu komt er waarschijnlijk een som geld bovenop: nóg lagere rentes op de Griekse schuld. Of een verder uitstel van de eerste echte aflossingen. Of een verdere verschuiving van de looptijd naar de nog verdere toekomst. Of een combinatie. En dat, volgens het IMF, grotendeels als gevolg van Tsipras’ eigen capriolen.