Heel gek: de overheid doet niks aan gezond oud worden

De moderne westerse mens krijgt voortdurend zetjes in de verkeerde richting: ga zitten, eet veel te veel, neem de auto! Is in zo’n samenleving gezondheid wel puur je eigen zaak? Nee, zegt volksgezondheidprofessor Rudi Westendorp. De overheid heeft hier een taak.

Spelletje bowl bij de vereniging Ons Kinnehim in Haarlem. Foto ANP Foto David van dam

Volksgezondheid is een ouderwets woord. Uit de vorige eeuw, toen de staat infectieziekten bestreed met aanleg van riolering en drinkwaterleidingen. Toen de overheid de grote vaccinatieprogramma’s tegen kinderziekten invoerde. En de schooltandverzorging, de schoolarts en borstkankerscreening. Het zijn collectieve maatregelen.

„De volksgezondheid moet opnieuw worden uitgevonden”, zegt Rudi Westendorp nu, „om mensen gezond oud te laten worden, waarvoor ze verantwoorder moeten leven.” Meer bewegen, beter eten, minder overgewicht. Maar dat zijn nu net zaken waar de Nederlandse overheid de verantwoordelijkheid bij de burgers zelf legt.

Westendorp: „De minister van Volksgezondheid vindt dat wij onszelf moeten beschermen tegen gezondheidsrisico’s. Die houding van de overheid is een publieke schande. En je hoort er niemand over: geen politieke partijen, geen artsenorganisaties en werkgevers ook niet.”

We worden toch al steeds ouder. Hoe lukt dat ons dan?

„Daar wordt over gevochten. De cardiologen eisen het op. De artsen die zich met volksgezondheid bezig houden eisen het op. De voedingsmensen ook. De psychologen noemen de afname van de stress van na de oorlog. Maar het roken is weg. De harde vetten zijn weg. We hebben cholesterolpillen. We schillen de risicofactoren weg. Maar zodra je er een hebt afgepeld zie je de volgende. Sommige onderzoekers raken daar helemaal gefrustreerd van. Maar ik denk: prachtig toch?”

Dan zijn we nu bijvoorbeeld aan de schil van het fijnstof toegekomen?

„Ja, dat heeft in de medische wereld nog steeds weinig aandacht. Je ziet het niet, je ruikt het niet, maar volgens mij zien we daarmee iets over het hoofd. In biologische zin leidt het tot ontstekingen. Al die ontstekingen vreten aan je lijf en zijn een aandrijver voor veroudering.”

Waarom komen we daar nu pas achter?

„Neem de bekende verouderingsfactoren, zoals telomeren en radicalen. Een onderzoeker die met zo’n onderwerp bezig is, ziet dat als belangrijkste oorzaak, roept dat ook, rent als een paard met oogkleppen door en vergeet de rest.

„Voor het paard is dat goed. Hij ziet orde. Die oogkleppen zijn hem opgedaan omdat het om hem heen een grote rotzooi is. Dat is de manier waarop we op het ogenblik medisch-biologisch wetenschappelijk onderzoek doen: vergeet het geheel, want dat is een onontwarbare chaos.”

Voorbeeld?

„Dementie is een prachtvoorbeeld. Dementie kunnen we alleen oplossen, zegt het paard met oogkleppen op, als we de amyloïdneerslag in de hersenen kunnen verwijderen. Dat hebben we nog niet opgelost, dus er komen steeds meer demente mensen.

„Ondertussen is de kans dat iemand dement wordt de afgelopen twintig jaar al met 30 procent afgenomen. Het paard zegt: ‘Dat kan helemaal niet, want ik heb nog niks opgelost.’ Zijn oogkleppen laten niet toe de waaier van andere oorzaken van hersenveroudering te zien, want dement word je door veroudering van het brein. En zo vergeten we het belang van bloeddruk, van bewegen en van lichaamsgewicht. Daardoor laten we massaal mogelijkheden liggen om de geestelijke gezondheid beter voor elkaar te krijgen. We weten al tien tot twintig jaar dat vijftigers en zestigers met hoge bloeddruk twee tot drie keer zoveel kans hebben om later dement te worden.”

Maar die verlagen hun hoge bloeddruk toch door pillen te slikken? Dat gebeurt massaal.

„De behandeling van hoge bloeddruk is uitdrukkelijk een taak van de arts. Overheid en medici willen dat zo. En toch: de helft van de mensen van 35 tot 70 heeft hoge bloeddruk. Driekwart daarvan weet het niet of wordt niet behandeld. Dat is de uitkomst van de collectieve verantwoordelijkheid van het medisch systeem. Dat is wel héél schraal. En aan andere belangrijke factoren waarmee je de kans op dementie kunt verlagen, op gewicht blijven, meer bewegen en een leven lang leren, doet de overheid niks.”

Toch is dat de preventie waar iedereen het over heeft.

„Ja, in kranten en tijdschriften. Maar ondertussen investeren we alleen in de bescherming van zwangeren en kinderen en in vaccinaties. We screenen op kanker, voor wat het waard is. Verder is er bitter weinig. Ondertussen zijn laagopgeleiden in Nederland nu negentien jaar eerder ziek en gaan zeven jaar eerder dood dan hoogopgeleiden. En niemand begint erover dat dat raar is. Daar begrijp ik geen spetter van. Om die kloof te dichten moet de overheid de preventie bij vijftigjarigen aanpakken, om lichamelijk, geestelijk en sociaal verval te voorkomen.”

Hoe moet je vijftigjarigen aan het bewegen, afvallen en, zo nodig, de bloeddrukpillen krijgen?

„De overheid moet de technieken van reclamemakers gaan inzetten voor de preventieve gezondheidszorg.”

Dat is nudgen! Een zetje in de ideologisch gewenste richting geven. Dat mag de overheid toch niet doen?

„Dat is onzin. De overheid nudgt toch al voortdurend? De overheid nudgt ons om ons netjes te gedragen in het verkeer. Om ons belastingformulier goed in te vullen. En de overheid is dan nog heilig: de tabaksindustrie, Hollywoodfilms, Coca-Cola-reclames, die nudgen pas echt! De eerste vaststelling is dus dat je het zonder te merken dag en nacht wordt genudgd, meestal in de verkeerde richting. Daar kun je jezelf niet tegen beschermen. Om in een maatschappij waarin je voortdurend wordt gedwongen om te zitten en te veel te eten, te zeggen dat het je eigen verantwoordelijkheid is, dat vind ik bijna onethisch.”

De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling vindt dat de overheid terughoudend moet zijn als vrijheid van meningsuiting, privacy en de onaantastbaarheid van het lichaam meespelen.

„Iedereen klaagt steen en been dat de urine langs de benen loopt bij onze demente ouderen. Meer zorg, roept iedereen, maar tegelijkertijd kun je proberen die epidemie onder de knie te krijgen. Niemand die iets zegt over preventie. Dus de overheid moet wel iedereen verplichten om meer belasting en premies te betalen om de zorg voor demente ouderen te kunnen betalen, maar mag niet nudgen om te zorgen dat het niet hoeft? Die logica kan ik niet volgen.”

En beginnen we pas met vijftigjarigen? Is dat niet te laat?

„Ja natuurlijk! Maar vijftigers hebben meer vermogen tot zelfreflectie. Ze zien dat ze nog een tijdje verder moeten. Ze kunnen ook achter zich kijken en bedenken wat ze tot nu toe hebben gedaan om langer gezond te blijven. Daarom vind ik vijftig zo’n mooi moment.”

Hoe krijg je die vijftigers te pakken? Voor kinderen kun je een woonomgeving creëren waar ze kunnen spelen. Maar vijftigers moeten werken – vaak zittend.

„Ik woon nu in Kopenhagen en daar vindt men autorijden ongepast. Daar kwam ik achter toen ik mijn auto wilde meeverhuizen uit Nederland. Ik moest een heffing van 8.000 euro betalen. Ten eerste omdat het een auto was en ook nog eens een oude auto – een vervuiler. Die willen ze niet. Het gevolg is dat ik nu autoloos ben. Dat is nudging.

„In die stad heb ik nog nooit langer dan vijf minuten op een bus staan wachten. Beter kun je natuurlijk fietsen. Ja, soms regent het. Er zijn eersteklas regenpakken, maar inderdaad, het is toch wat damperig. Dat doet je dan weer denken aan je middelbare school, met beslagen ramen. Maar het wordt in Denemarken normaal. En daar heeft je omgeving een enorme invloed op. Net zoals je in Engeland niet klaagt wanneer het regent. De overheid moet helpen om het normaal te vinden. Zij moet het toelaten en stimuleren dat mensen elkaar aanmoedigen om het juiste gezondheidsgedrag aan te leren.”

Hoe dan?

„Kijk naar het autobeleid in Denemarken. Daar loopt Nederland ver bij achter. Kijk wat er in de jaren 80 en 90 in Nederland is afgebroken aan subsidies voor het verenigingsleven, voor sportclubs en sportvelden. In veel plaatsen gaan zwembaden dicht.

„Ja, subsidies, dat is nudgen om die verenigingen in stand te houden. Maar we doen het niet omdat we zo heilig willen geloven dat we onafhankelijk denkende mensen zijn, dat we altijd de goede beslissingen voor onszelf kunnen nemen. Dat we het aan de markt kunnen overlaten. Kijk hoe dat ministerie heet: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Als je dat bent en je wilt mensen níet actief verleiden tot gezond gedrag – ik begrijp het echt niet. In Kopenhagen trekken ze iedere maandag nieuwe witte lijnen in het gras zodat de mensen gaan voetballen.”

In de wetenschap hoeft er niks voor te gebeuren?

„De wetenschap, dat is het paard met de oogkleppen. Al twintig, dertig jaar wordt er gezegd dat we moeten hopen dat de wetenschap geneesmiddelen oplevert. Daarmee zijn 25 jaar lang alle openingen voor preventie massaal blijven liggen. Onbegrijpelijk.”

En hoe motiveer je mensen?

„Kijk, als je aan iemand vraagt of hij oud wil worden, dan krijg je vaak als antwoord ‘nou, dat weet ik niet’. Vraag in plaats daarvan aan iemand of hij op zijn zeventigste gezond of gebrekkig wil zijn. Dán wil iedereen gezond zijn.

„Oké. Laat dan toe dat je elkaar helpt om mooi zeventig te worden. Ja, onheil en pech kunnen iedereen treffen. Maar verder is het een koud kunstje om in een land als Nederland gezond zeventig te worden. Maar ik zie geen mensen in Nederland die dat oppakken en dat collectief tot een verantwoordelijkheid maken. Geen politieke partij, geen minister, geen artsenorganisatie, geen industrie. Als je dat niet doet wordt het nooit wat en dan sluit je de zwembaden. En je houdt de sportclubs en de ziekenhuizen apart. En je zegt dat roken en dik worden ieders eigen verantwoordelijkheid is. En de e-bike ook. Dat is Nederland.”

E-bike?

„Ja, wij vinden het inmiddels normaal dat je een e-bike neemt. Als je een e-bike neemt in plaats van een auto hoor je mij niet. Van alle andere redenen om er een te nemen denk ik: je moet gewoon een natte rug krijgen van het fietsen.”