Grote persoonlijkheid voor het grote doek

Omar Sharif (1932-2015)

Acteur

Viriele, exotische uitstraling bracht Egyptische filmster (Dr. Zhivago) iconische status.

Omar Sharif als Dr. Zhivago met Lara (Julie Christie) in zijn armen in David Leans epos uit 1965. FOTO Filmmuseum

Geen acteur die zo’n grandioze entree in Hollywood maakte als Omar Sharif, gisteren in Kairo op 83-jarige leeftijd aan een hartaanval bezweken. In David Leans met zeven Oscars overladen epos Lawrence of Arabia speelt hij in 1962 Sherif Ali, vriend en gids van de Britse agent T. E. Lawrence, die tijdens de Eerste Wereldoorlog de Arabische stammen ophitste tegen de Turken. Een zwarte stip in de woestijn die tergend traag door de trillende lucht nadert terwijl de muziek aanzwelt. Hij nadert, nadert – en schiet Lawrence’ Arabische reisgezel dood. Waarom, vraagt Lawrence.

„Dit is mijn waterbron.”

„Ik heb er uit gedronken.”

„Jij bent welkom.”

Sharif vond zichzelf niet zo best in Lawrence of Arabia, ondanks een Golden Globe en een Oscarnominatie voor beste bijrol. „En ik kon niet geloven dat er iemand naar zo’n film ging kijken. Drie uur en veertig minuten in de woestijn zonder meisjes”, zei hij in 2004. Maar misschien kwamen ze wel naar hém kijken. En naar het homo-erotische getinte acteerduel met de toen ook nog vrij onbekende, blonde halfgod Peter O’Toole, zijn vriend voor het leven.

„Niemand heet Omar Sharif, ik noem je Fred”, begroette hij Sharif op de filmset. En zo bleef het: Kairo Fred.

Viriel en exotisch, brede kaak, borstelsnor, spleetje tussen de tanden, fonkelende ogen boven gebeeldhouwde jukbeenderen. Aan Sharif was niks kameleontisch; een grote persoonlijkheid voor het grote doek. Iemand die je castte als Dzjenghiz Khan, Ché Guevara, kapitein Nemo. Een epische acteur.

Na Lawrence of Arabia vestigde hij in 1967 zijn naam definitief als Dr. Zhivago in het met vijf Oscars bekroonde, hyperromantische oorlogsepos over een arts die de Russische revolutie doorleeft, opnieuw van David Lean. Een visuele regisseur die een hekel had aan acteurs, aldus Sharif, maar die hem wel mocht. Misschien omdat hij zijn vak niet al te serieus nam.

Toen superproducer Sam Spiegel hem in 1960 ontdekte – Lean eiste een echte Arabische tegenspeler voor O’Toole – was Sharif al een ster in Egypte. Hij werd in 1932 geboren als Michel Chaloub in Alexandrië, zoon van een christelijke, Libanese houthandelaar en een Syrische moeder. Zijn rijke ouders behoorden tot de beau monde van Kairo, koning Farouk kwam vaak bridgen.

Sharifs liefde voor acteren deed hij op in de kostschool Victoria College, waar het Britse Imperium de Arabische elite klaarstoomde. Hij studeerde braaf wis- en natuurkunde in Kairo en werkte vijf jaar in pa’s houthandel voor hij acteur werd. Terwijl de houthandel leed onder de nationalistische revolutie van kolonel Nasser in 1952, steeg Sharifs ster. Hij won het hart van de Egyptische filmdiva Faten Hamama, voor wie hij zich in 1955 tot de islam bekeerde. Onder haar patronage charmeerde hij in ruim twintig Egyptische films, tot hij alles opzij zette voor Lawrence of Arabia. Inclusief even later Hamama en zijn zoon Tarek; in 1967 volgde een scheiding.

Sharif had toen al een geduchte reputatie als playboy en gokker. The Eternal Male doopte hij zijn eerste autobiografie. Tijdens Lawrence of Arabia, een marathon van 23 maanden in de Jordaanse woestijn, spendeerde hij de drie dagen vrijaf die Lean elke drie weken gunde, met O’Toole in de nachtclubs van Beiroet op een dieet van alcohol en speed. In Los Angeles moest producer Spiegel het duo de nacht voor de wereldpremière uit de cel halen; zij waren gearresteerd tijdens een politie-inval in de villa van komiek Lenny Bruce.

De jaren zestig waren zijn hoogtepunt, Sharif leefde in hotelkamers en casino’s, op racebanen en aan bridgetafels – hij stond zelfs even in de mondiale top-50 van bridgespelers. De playboy ging de acteur overheersen.

Egypte stond op zijn achterste benen toen Sharif in 1968 in Funny Girl een joodse gokker speelde en ook in het echt een romance beleefde met de zeer pro-Israëlische Barbra Streisand. Gaande de jaren zeventig kreeg hij de reputatie van flierefluiter die zijn status uitmolk in middelmatige films en miniseries. Sharif kwam tot 118 rollen.

Soms bevestigde hij zijn formidabele presence: in 2003 won hij in Venetië de Gouden Leeuw voor Monsieur Ibrahim et les fleurs du Coran. In het nieuws kwam hij vooral om zijn losse handjes. In 2004 gaf hij een agent een kopstoot in een Parijs casino, in 2011 sloeg hij een vrouw op de rode loper. Hij leed aan Alzheimer, onthulde zijn zoon in mei. Erg? Welnee. Moest Omar Sharif dan stil wegkwijnen?