En wat als ze het niet redden? Grexit maar?

Uiterlijk zondag moet de Griekse regering hervormingsplannen hebben gepresenteerd die de onderhandelaars van de Europese Unie overtuigen. Anders krijgt Griekenland geen nieuwe financiële steun van Europa. Hoe zou een Grexit werken?

Illustratie Tomas Schats Illustraties Tomas Schats

Er is „in detail” een Grexit-scenario voorbereid, zei Jean-Claude Juncker maandag dreigend. Wat daar precies in staat, zei hij dan weer niet. Behalve de politieke en economische onderdelen van zo’n scenario – Wie neemt het besluit? Wat gebeurt er met de banken? – wordt ook de juridische onderbouwing interessant.

Want is een Grexit juridisch mogelijk?

Vlak voor zijn aftreden dreigde Yannis Varoufakis, de gewezen Griekse minister van Financiën, Europa nog met rechterlijke stappen als Griekenland de euro uit zou worden gezet. „De verdragen voorzien niet in een uittreding uit de euro”, zei hij.

Heeft Varoufakis gelijk? Zeker is dat er in de Europese verdragen niets expliciet vermeld staat over euro-uittreding. Het Verdrag van Lissabon (2009), het recentste document, bestaat eigenlijk uit twee aparte verdragen, het EU-verdrag (met de grote lijnen) en het verdrag over de ‘werking van de EU’ (met de procedures).

In artikel 140 van dit laatste verdrag wordt het eurolidmaatschap „onherroepelijk” genoemd. Het ademt de geest van het Verdrag van Maastricht (1993), waarin de euro in het leven werd geroepen voor álle EU-lidstaten die aan de criteria voldoen. Alleen het Verenigd Koninkrijk en Denemarken hoefden niet mee te doen. Zweden voldoet expres niet aan de criteria om de eigen kroon te kunnen houden.

Juristen in Brussel en academici pijnigen nu hun hersens over de vraag of een Grexit niet tóch geregeld kan worden. Allerlei opties doen de ronde. Juristen zijn creatief en een kunstgreep is zeker niet uitgesloten. Maar de opties liggen allemaal lastig.

1. Draaideur

Over euro-uittreding zeggen de verdragen niets, maar over uittreding uit de gehéle Europese Unie wel. Artikel 50 van het EU-verdrag stelt dat een lidstaat kan besluiten „zich uit de Unie terug te trekken”. Er staat ook in dat het land daarna weer kan solliciteren voor het lidmaatschap. Griekenland zou dus uit de EU kunnen stappen, om er daarna weer in te stappen, maar dan mét toestemming om geen euro te gebruiken, zoals de Britten.

De Europese Centrale Bank (ECB) stelde in 2009 in een studie: „Uittreding uit de monetaire unie zou juridisch onvoorstelbaar zijn zonder een parallel vertrek uit de EU.” Maar voor zowel uittreding als herintreding moeten weer onderhandelingen worden gevoerd. Die kunnen allerlei complicaties opleveren. En, het gaat hier om vrijwillige uittreding, niet om uitzetting. Griekenland moet dus volledig meewerken.

2. Strafbankje

Er is wel een ander artikel in het EU-verdrag dat een beetje gaat over ‘uitzetting’ van een land: artikel 7. Dit artikel werd ooit in het verdrag gezet in reactie op regeringsdeelname van de extreem-rechtse Oostenrijkse partij FPÖ van wijlen Jörg Haider. Een lidstaat die Europese „waarden” schendt (zoals menselijke waardigheid, democratie), kan worden gestraft met „schorsing van bepaalde rechten”. Maar om volledige verwijdering uit de EU of uit de eurozone gaat dit niet. En om dit artikel te gebruiken voor een Grexit, vergt wel heel veel juridische fantasie. De Grieken mogen misschien economische afspraken hebben geschonden, maar dat is toch echt iets anders dan mensenrechtenschendingen.

3. Sluiproute

Als er iets moet worden geregeld wat niet expliciet in de verdragen staat, dan bestaat er altijd nog artikel 352 van het EU-verdrag, merkt de Britse oud-Europarlementariër en EU-expert Andrew Duff op in een blogpost. Daarin staat: als „optreden” nodig blijkt om een van de „doelstellingen” in de verdragen te verwezenlijken, zonder dat dit verdragsrechtelijk is geregeld, kunnen de EU-landen „passende bepalingen” afspreken.

Maar dan wel unaniem. En in deze unanimiteit zit weer het probleem: alle landen moeten instemmen, inclusief Griekenland. En, zegt Duff, nationale parlementen willen tegenwoordig meebeslissen over artikel 352-besluiten. Hij kan zich moeilijk voorstellen dat het Britse parlement een Grexit steunt zonder zelf meteen concessies binnen te willen slepen voor het Britse EU-referendum. Grexit en Brexit worden dan een juridische kluwen.

4. Zelfde weg terug

Duff stelt zelf een andere truc voor, waarvoor géén unanimiteit nodig is. Doorloop de procedure waarmee Griekenland lid werd van de euro nog eens – maar dan andersom. En draai het Griekse euro-lidmaatschap terug. In artikel 140 van het werkingsverdrag staat dat een meerderheid van de EU-lidstaten beslist over toetreding van een land tot de euro, als het land aan de criteria voldoet. Volgens Duff kan een meerderheid van de lidstaten dit besluit ook weer ongedaan maken. Griekenland wordt dan weer teruggezet in het ‘voorportaal’ van de euro: het voldoet niet aan de toetredingscriteria, maar kan weer bij de club als de criteria weer worden gehaald. Duff denkt dat het EU-Hof van Justitie misschien bezwaren zal hebben bij zo’n route. „Maar dat moet dan maar.”

5. Deus ex machina

Steve Peers, hoogleraar Europees recht aan de universiteit van Essex, schrijft op zijn blog dat klassieke Griekse tragedies vaak eindigen met een ‘deus ex machina’. Hij heeft er zelf een bedacht voor de Grexit: het illegaal verklaren van de Griekse euro-toetreding in 2001. Er werden immers verkeerde statistieken gebruikt. Het EU-Hof van Justitie zou het besluit van destijds nietig moeten verklaren. Peers zegt niet wie dan de klacht zou moeten indienen bij het hof in Luxemburg. En het duurt doorgaans een paar jaar voordat het hof uitspraak doet. Maar deze optie zou volgens Peers voor de Grieken ook een voordeel hebben: dan zouden ze ook recht krijgen op schuldverlichting. De clausule die zegt dat eurolanden elkaar niet voor het faillissement mogen behoeden (no bail out) zou dan namelijk niet meer van toepassing zijn. Want Griekenland was eigenlijk nooit een euroland.