Eindelijk weer, na Eltingh en Haarhuis?

De Nederlandse dubbelspecialist Jean-Julien Rojer kan vandaag zijn eerste grandslamtoernooi winnen.

Paul Haarhuis draait zich om en stormt af op Jean-Julien Rojer, die op een bankje in de zon zit na de zege in de halve finale van de dubbel. „Hé jongen, verdomme, kampioen! Potverdorie mooi man.” De oud-dubbelspecialist stoot in zijn enthousiasme een prullenbak omver als hij de kersverse Wimbledon-finalist een handshake geeft. Twee generaties dubbelspecialisten in één handdruk.

Met maatje Jacco Eltingh won Haarhuis in 1998 in Londen, een bevrijding na een verloren finale het jaar ervoor. „Ik deed er twee keer over om hier de titel te pakken, jij doet het gewoon in één keer”, verzekert Haarhuis.

Zijn positivisme is aanstekelijk, maar de realiteit is dat Rojer en zijn Roemeense partner Horia Tecau vandaag een monsterlijk zware finale wacht. Ze spelen op het centercourt tegen een topduo dat verzekerd is van de steun van het Londense publiek: de Britse thuisspeler Jamie Murray (broer van Andy) en de Australiër John Peers. Bovendien ontbeert het Rojer aan ervaring op zo’n groot podium: het wordt zijn eerste finale op een grandslamtoernooi en zijn debuut op het centercourt van Wimbledon.

De enige die week twee haalt

Jean-Julien Rojer (33), relaxte jongen van Curaçao. Noem hem de Churandy Martina van het tennis, zijn eilandgenoot die voor Nederland medailles wint op de sprint. Rojer maakte ruim drie jaar geleden de overstap naar het Nederlandse landenteam, nadat de Nederlandse Antillen ophielden te bestaan. Op grandslamtoernooien is hij vaak de enige Nederlander die de tweede week haalt.

Hij is als nummer acht van de wereld een grote naam in het dubbelspel. Moet gezegd: een bijnummer in de anonimiteit. Bevolkt voor tennissers die het niet redden in de single, ook bij Rojer ontbrak het talent. Donderdag zaten bij het vijfsetsgevecht in de halve finale tegen de Indiër Rohan Bopanna en de Roemeen Florin Mergea slechts enkele plukjes toeschouwers. Met een splijtende volley sleepte Rojer de partij met 13-11 in de vijfde set binnen.

Een uur later staat hij het duel in detail te analyseren met ervaringsdeskundige Eltingh. Op woensdag hadden ze ruim een uur met z’n drieën getraind: Rojer, Haarhuis, Eltingh. „Ik ken ze goed. Ik praat veel met ze.” Maar hij hoopt straks op een ander niveau met ze mee te kunnen praten, zegt Rojer. Als gelijken, grandslamwinnaars onder elkaar. Na vijf halve finales op grandslamtoernooien is zijn tijd gekomen, denkt hij. „Ik voel dat ik het verdien.”

Liefdesrelatie met de Roemeen

Al is het maar voor zijn stoïcijnse wingman Tecau, die op Wimbledon uit is op revanche na drie verloren dubbelfinales. Hij praat over de Roemeen alsof het een liefdesrelatie betreft. Anderhalf jaar geleden gingen ze samenwerken, de klik was er snel. „Ik weet precies wat hij op belangrijke momenten denkt en voelt. Als hij te stil is, is hij te veel aan het denken. Dan moet ik naar hem toe en met hem praten en hem oppeppen.” Aan de andere kant tempert Tecau als Rojer – van nature een energieke speler – te wild wordt. „Dat heb ik soms nodig, met mijn geschreeuw en intensiteit.”

Het geluk is aan hun kant, vorige week overleefden ze een matchpoint. De baardstoppels van Rojer groeien met de dag, scheren doet hij uit bijgeloof pas na de finale. Ook eet hij iedere dag in hetzelfde Italiaanse restaurant Strada. En hij neemt voorlopig alleen nog maar douche nummer vier op Wimbledon, na advies van de Zweedse oud-dubbelkampioen Jonas Björkman. „Die zei: ik heb nooit goed op Wimbledon gespeeld, maar toen nam ik douche vier en wonnen we Wimbledon.”