Dutch don’t drown

Wereldwijd is verdrinking de derde doodsoorzaak door ongelukken, na het verkeer en vallen. Nu is er een boek waarin alles staat wat er over verdrinken bekend is. Maar met 370.000 verdrinkingsdoden per jaar is zijn werk nog niet af, zegt de Nederlandse samensteller.

Een zomerse dag op het Waalstrand van Nijmegen in de Ooijpolder. Het zwemmen in de rivier is gevaarlijk vanwege de verraderlijke stroming en de drukke scheepvaart. Als een grote zesbakscombinatie langs Nijmegen vaart, begeleidt de politieboot deze langs de strandjes om te zorgen dat er geen zwemmers te dicht bij het schroefwater komen. Foto Flip Franssen

Hoe ziet iemand die verdrinkt er eigenlijk uit? Als je op films moet afgaan, schreeuwen drenkelingen om hulp, en zwaaien ze woest met hun armen. Dat is ook het beeld dat opdoemt uit het bekende Engelse gedicht van Stevie Smith, Not waving but drowning (I was much further out than you thought / And not waving but drowning).

Dat beeld klopt niet. In werkelijkheid hangt iemand die aan het verdrinken is rechtop in het water zonder zijn benen te bewegen, het hoofd achterwaarts, zijn mond afwisselend net boven, net onder het wateroppervlak, de armen zijwaarts uitgestrekt in een instinctieve – en ineffectieve – poging zijn mond boven het water uit te tillen.

Voor het ongeoefende oog ziet dat er niet paniekerig uit. Eerder kalm, een soort spelen in het water, hoewel de wijd opengesperde ogen een aanwijzing zijn. En zo kan het dat mensen verdrinken terwijl er zwemmers in de buurt zijn, of mensen toekijken. Deze instinctieve verdrinkingsreactie kan tot een minuut duren, daarna zinkt de drenkeling. 

Verdrinking is lang verwaarloosd

Dat de gemiddelde mens het niet herkent is tot daar aan toe, maar iedereen die zich bezighoudt met veiligheid rond het water zou wel moeten weten hoe een verdrinking eruitziet. En dat is niet zo, zegt Joost Bierens. „En dit is maar één voorbeeld. Er is nog veel onwetendheid over het voorkomen van en omgaan met verdrinkingen.”

Verdrinking is lang verwaarloosd als belangrijke, vermijdbare doodsoorzaak, zeker voor jongeren, zegt Bierens. Hij is de samensteller van de lijvige wetenschappelijke publicatie Drowning, die dit voorjaar bij uitgeverij Springer verscheen. 1.200 pagina’s door tweehonderd auteurs, met alles wat tot nu toe bekend is over verdrinking: preventie, redding, onderkoeling, duikongelukken, hersenschade, reanimatie ter plekke, enzovoorts. Dit naslagwerk moet wereldwijd, van Bangladesh tot Archangelsk, worden gebruikt om het aantal verdrinkingsdoden terug te dringen. „Het boek is bedoeld voor bestuurders die besluiten moeten nemen over veiligheid rond water, maar ook voor hulpverleners en onderzoekers”, zegt Bierens.

De inspiratie voor het boek, en het werk dat eraan ten grondslag ligt, kreeg Bierens op de fiets, vlak na zijn promotie over verdrinking, nu twintig jaar geleden. „Ik realiseerde me dat er op dat moment niet wezenlijk méér bekend was over verdrinking dan twintig jaar daarvoor, toen ik werkte als strandwacht.” Het onderwerp kreeg nauwelijks aandacht, als onderzoeksterrein noch als op te lossen vraagstuk.

Terwijl het probleem aanzienlijk is, én grotendeels vermijdbaar. Jaarlijks verdrinken ruim 370.000 mensen, en daarmee is het wereldwijd de derde oorzaak van dodelijke ongelukken, na het verkeer en vallen. Dat schrijft de WHO in haar eerste rapport dat alleen over verdrinking gaat. Het verscheen vorig jaar.

Van de doden valt 90 procent in midden- en lage-inkomenslanden. In Bangladesh is het de belangrijkste doodsoorzaak voor kinderen van 1 tot 5 jaar, ziekten meegerekend. Van de sterfgevallen in deze leeftijdsgroep is 43 procent een verdrinking. Maar ook in de VS is het cijfer hoog: daar is verdrinking de tweede doodsoorzaak voor kinderen tot 5 jaar. Ter vergelijking: in Nederland verdrinken jaarlijks zo’n 220 mensen.

In werkelijkheid is het internationale cijfer misschien wel vijf keer hoger, schrijft de WHO, omdat verdrinking vrijwel overal gebrekkig wordt geregistreerd. Veel slachtoffers komen nooit bij ziekenhuizen of politie, en ontbreken dus in de statistieken. Zeker in landen waar de cultuur bepaalt dat verdrinkingsslachtoffers snel worden begraven.

Ademhalingsproblemen

Inmiddels is er meer aandacht voor verdrinking. Er zijn verschillende internationale congressen geweest, en nu is er dus Drowning, een fors uit de hand gelopen congresbundel. Het initiatief voor de congressen lag in Nederland – niet verrassend. Nederland is van oudsher goed in het voorkomen en behandelen van verdrinkingsgevallen. Voor de goede orde: het heet formeel verdrinking (en drenkeling) als je in en door het water in ademhalingsproblemen komt, of je er nou aan doodgaat of niet.

Nederland had als een van de eerste landen een organisatie die zich het lot van drenkelingen aantrok. Daar was het lang somber mee gesteld. Na de Romeinse tijd was zwemmen – en eigenlijk ook baden – in Europa in onbruik geraakt. Wie te water raakte, verdronk, zo gold tot ver na de Middeleeuwen. En dat gebeurde vaak: in de stad Amsterdam verdronken in een dag soms tientallen mensen.

Met de Verlichting veranderde het idee dat daar niets aan te doen was. Amsterdamse notabelen richtten in 1767 de Maatschappij tot Redding van Drenkelingen op (MRD). Doelen: wegnemen van angst voor de schijnbaar dode drenkelingen, stimuleren van onderzoek, en het publiek voorlichten hoe drenkelingen te redden.

De MRD bestaat nog steeds en nam in 2002 het initiatief om het probleem met een congres internationaal onder de aandacht te brengen. De organisatie ondersteunt ook de uitgave van Drowning.

Een bommetje, botsing, golf

Nog steeds loopt Nederland voorop. Bijvoorbeeld in zwemonderwijs: vrijwel ieder Nederlands kind krijgt zwemles, specifiek gericht op voorkomen van verdrinking. Eindeloos watertrappelen moeten de kinderen, drijven als een zeester, het water in met een koprol of springend als een potlood, duiken, met korte broek, lange broek, schoenen – en ten slotte met een regenjas.

Hier zie je niet wat in bijvoorbeeld de VS het probleem is: daar komen veel kinderen wel aan de overkant van een zwembad, maar ze kunnen vaak niet stoppen of dobberen – en als er dan iets onverwachts gebeurt – een bommetje, een botsing, een golf – dan slaat de paniek snel toe. En er is maar heel even paniek nodig om in water ernstig in de problemen te komen.

Toch moeten we ook in Nederland blijven uitkijken, waarschuwt Bierens. Binnen bepaalde groepen is ook hier het verdrinkingsrisico nog groot. Hij somt op: kinderen van asielzoekers, Oost-Europeanen, recreanten langs de grote rivieren, bestuurders van scootmobielen. „Die gaan de eendjes voeren met zo’n ding, maar ze hebben niet door hoe onstabiel ze zijn. Er verdrinken jaarlijks bejaarden op die manier.”

Drank en zwemmen

Die groepen kun je best bereiken. Bijvoorbeeld door bij uitgifte van scootmobielen specifiek te waarschuwen of trainingen te geven. In Poolse krantjes kun je waarschuwen voor de ongelukkige combinatie van drank en zwemmen, zeker in het snelstromende water van de grote rivieren.

Ook dienen we te beseffen hoe goed het hier geregeld is, zegt Bierens. Dat moet je niet lichtzinnig veranderen onder invloed van bezuinigingen. „Overal sluiten zwembaden, en verdwijnt de zwemles op scholen.”

Soms wordt gezegd dat het zwemonderwijs anders moet, meer gericht op sport en snelheid, terwijl dat ten koste kan gaan van de waterveiligheid. Bierens: „Maar inmiddels zit het voorkomen van verdrinking bij ons in de genen. Als jij langs een sloot loopt en daar speelt een kleuter aan het water, dan kijk je om. Dan wacht je even, kijkt of er een moeder oplet, en zegt anders tegen dat kind dat het iets verder van de kant moet gaan spelen.”

Verdrinking ‘hoort erbij’

Dat is in veel landen die minder rijk zijn heel anders, zegt Bierens. Daar is nauwelijks besef dat verdrinking een risico is waar je iets aan kunt doen. Jonge kinderen worden er standaard zonder toezicht bij het water gelaten, en verdrinking wordt gezien als een fact of life.

De vraag hoe je dat effectief kunt veranderen, komt ook aan de orde in het boek. Goede dagopvang voor kinderen is bijvoorbeeld effectiever dan al het water afschermen, blijkt uit preventieonderzoek.

Mensen moeten ervan bewust raken dat je iets aan verdrinking kunt doen, net als dat in Nederland in de achttiende eeuw gebeurde. En ook de kennis over de behandeling van verdrinking kan dramatisch beter. „Helaas voor de drenkeling gaat in reanimatieonderwijs alle aandacht naar het hart; hartmassage, aansluiten van een AED om het beschadigde hart weer op gang te brengen. Maar bij verdrinkingsslachtoffers is niet het hart het probleem, maar gebrek aan zuurstof”, zegt Bierens. „Dan moet je juist beademen.”

Zijn werk is nog lang niet gedaan, zegt hij. Bierens is nu betrokken bij een stichting die in ontwikkelingslanden verdrinkingsgevaar moet tegengaan. Ze gaan er onder meer zwemles geven en zwemleraren opleiden. „Maar een heel ander soort zwemles dan hier. Het gaat er niet om dat kinderen daar een perfecte schoolslag leren. Ze moeten weer bovenkomen als ze te water raken, en veilig aan de kant komen.”

De naam van de stichting? Dutch don’t drown.