De Rutte-norm

Mark Rutte doet al zeven jaar iets waarvan ik onder de indruk ben. U weet wel wat ik bedoel: hij doceert elke donderdagochtend twee uur Nederlands en maatschappijleer aan een vmbo-klas van het Varias College in Den Haag.

Dit is geen nieuws. Rutte doet dit al sinds september 2008. Maar eerlijk gezegd dacht ik stiekem dat hij er intussen mee gestopt zou zijn. Of dat hij vaak verstek zou moeten laten gaan. Of dat hij regelmatig een vervanger zou sturen. Maar dat is niet het geval.

Ook interessant: ik weet dit niet uit een of ander persbericht. Sterker nog: het kost enige moeite om deze informatie te achterhalen. En dat maakt Ruttes staaltje nog net iets sterker. Even voor de goede orde. Ik stem niet op hem. Maar twee uur per week vind ik de man op z’n minst sympathiek.

Schrijver Stephen Lurie vroeg zich vorig jaar in het tijdschrift The Atlantic af wat het eigenlijk betekent dat meer dan de helft van de Amerikaanse Congresleden miljonair is. En dat minder dan 2 procent van hen van oorsprong uit een arbeidersmilieu komt. Zijn deze mensen eigenlijk nog wel in staat om zich te verplaatsen in de gewone burger? Lurie denkt van niet: „Niet alleen zijn onze volksvertegenwoordigers verre van arm. Ze staan ook ver af van de armen.”

De kennis die de meeste Amerikaanse bestuurders hebben van een groot deel van de bevolking is afkomstig uit statistieken en rapporten. Zo erg is het in Nederland wellicht nog niet, maar de vraag die Luries stuk bij mij oproept is: hoe zorg je dat je als parlementslid, als minister, maar ook als manager of bestuurder in het bedrijfsleven niet vervreemd raakt – of blijft – van de rest van de maatschappij? Een mogelijke oplossing is wat Rutte doet.

De afgelopen jaren heb ik wel meer ideeën gezien. Zo zijn er business schools die hun studenten verplichten om een ‘maatschappelijke stage’ te doen. Dat kan variëren van twee maanden meehelpen in een ziekenhuis tot het meebouwen aan een school in een ontwikkelingsland. De studenten die ik hierover sprak waren aanvankelijk sceptisch, maar achteraf vol lof. Voor sommigen van hen was het de eerste ervaring buiten hun eigen sociale groep. De stage van twee maanden had hun blik op de wereld grondig veranderd.

Indrukwekkende ervaringen zijn echter onderhevig aan slijtage. Een opfriscursus van een paar uur per week, over hoe het eraan toegaat in de echte wereld, is zo gek nog niet.

Wie als mens iets wil nalaten, moet zorgen dat er iets naar hem vernoemd wordt. Een plein, een instelling, een wetenschappelijk fenomeen. Het Roelof Hartplein, de Abraham Kuyperschool, de Lorentzkracht. Dichter bij onsterfelijkheid kom je menselijkerwijs gesproken niet. Recente voorbeelden in de politiek. Het kwartje van Kok, de Zalmsnip en de Balkenendenorm.

Welnu: als ik de premier was, dan zou ik zo rond mijn afscheid de Rutte-norm introduceren. Een oproep tot twee uur maatschappelijke dienstverlening per week. Voor iedereen die boven de Balkenendenorm verdient. Inpakwerk bij de voedselbank, het bezoeken van eenzame ouderen, lesgeven op een vmbo-school. Zolang je maar buiten je eigen bevoorrechte sociale kring komt. Zolang je maar uit je eigen bestuurlijke gedachtenwereld stapt. Niet als straf voor een succesvolle loopbaan. Maar als een kans om iets terug te geven. En als bescherming tegen vervreemding en verharding. Als een reddingslijn van de rest van de wereld naar jou.