De les die hoe dan ook blijft na Griekse crisis

Wat is de les? Als we even al onze ergernis opzij zetten over de Griekse crisis. Als we even stoppen onze haren uit ons hoofd te trekken over alle onnodige schade die door beide partijen is aangericht.

Wat is de les?

Wat mij betreft is er maar één: technocratisch beleid is tot mislukken gedoemd. Je kunt een land niet behandelen als een crimineel op een strafexpeditie. Je kunt niet tegen een volk zeggen: dit beleid is goed omdat het van ons moet. Ergens zal het land het spelbord omgooien in een onredelijk ogende uitbarsting van protest. Dat is volkomen begrijpelijk. Ook al is het tegelijkertijd ook dom.

Ik was in Indonesië in 1997 toen de Azië-crisis uitbrak. Ik liep stage bij een tijdschrift dat schreef over banken en ik deed voor mijn scriptie onderzoek naar de stabiliteit van de Indonesische bankensector. Een maand na aankomst stortte het land voor mijn ogen in. Eerst de wisselkoers, toen de banken, daarna de economie en uiteindelijk ook de president die het land 31 jaar had geregeerd: Soeharto moest na rellen aftreden. Tussendoor probeerde het IMF de zaak te redden met een lening van zo’n 30 miljard dollar in ruil voor saneringen en hervormingen.

Van die periode weet ik nog veel, maar als ik eraan terugdenk, zie ik in mijn hoofd één foto. President Soeharto zit aan een tafel en tekent een overeenkomst met het IMF. Naast hem staat IMF-directeur Michel Camdessus met gekruiste armen. Hij kijkt streng op Soeharto neer. De vernedering van een volk in één foto. Voor Indonesiërs, die in sociaal verkeer onder gelijken de ogen uit respect letterlijk op gelijke hoogte houden, een diepe belediging. De gekruiste armen deden de rest.

Het programma mislukte: Soeharto voerde de wensen van het IMF halfhartig uit. Indonesiërs wisselden in steeds hoger tempo hun roepias in voor dollars. Later erkende het IMF dat het bij alle Aziatische landen te hard was geweest. De geëiste ingrepen waren te bruut.

Waarom begin ik hierover? Omdat hier de les hetzelfde was. Een reddingsoperatie wordt pas een succes als het land er zelf achter staat – de politici en een groot deel van het volk. Dat lukt alleen als de regerende politici de kans krijgen van de bezuinigingen en hervormingen hún beleid te maken. Beleid dat zij kunnen verdedigen en dat zij uitleggen aan hun kiezers. Zij moeten er voor gaan staan. Het beleid mag dus niet gepresenteerd worden als straf: we gaan die Grieken en die Indonesiërs een lesje leren.

Dat vereist van de onderhandelaars aan de andere kant van de tafel, zoals het IMF en Europa, immense grootmoedigheid. Zij moeten de neiging weerstaan zelf punten te scoren bij hun achterban. Een zware opgave. Het vereist leiders die een doel bereiken belangrijker vinden dan het imago dat ze er zelf aan over houden. De intentie moet zijn om het gezicht van beide partijen te redden.

Als ik het goed begrijp kreeg Mexico bij zijn schuldencrisis in 1989 die kans wel. Vaak hoor je dat economen niet begrijpen dat dit soort kwesties niet louter economisch van aard zijn, maar ook politiek. Maar de econoom Sweder van Wijnbergen, vanuit de Wereldbank betrokken bij het reddingspakket voor Mexico, vertelt dit sinds 2010 aan iedereen die het horen wil. Van buitenaf opgelegd beleid zal ervaren worden als straf en zijn eigen verzet organiseren. Gun de Mexicanen, de Grieken hun podium. Precies om deze reden word ik ongemakkelijk van pleidooien voor centraal (vanuit Brussel bestierd) Europees economisch beleid – omdat een muntunie dat nou eenmaal vereist. Ik voorspel u: daar krijg je onvermijdelijk hommeles en verzet van.