De lancering van ‘Wawa’

Warren Barguil

Dertig jaar al wacht Frankrijk op een nieuwe Tourwinnaar. Hoop, wanhoop? ‘Wawa’ Barguil (21) wordt gelanceerd als kampioen. „Zo werkt dat bij de Fransen.”

Foto Tim de Waele / Hollandse Hoogte

Valpartij, chûte, en Wawa ligt erbij! „Encroyable!” Geletruidrager Tony Martin valt, net als Vincenzo Nibali, Nairo Quintana. En ook Wawa is gevallen. Wat een drama! Met overstaande stem beschrijft de Franse commentator de valpartij in het zicht van de finish van de zesde etappe op de citadel van Le Havre.

„Wawa is al sinds de junioren mijn bijnaam”, vertelt Warren Barguil (23) met een glimlach, nadat hij live op France 2 aan heel Frankrijk heeft uitgelegd dat hij niets mankeert. Rugnummer 82, van de Duits-Nederlandse ploeg Giant-Alpecin, is ‘hot’. Wawa tussen de grote namen van de Tour. Zoals ooit Raymond ‘Poupou’ Poulidor, Laurent ‘Jaja’ Jalabert of, vooruit, Thomas ‘Titi’ Voeckler.

Zwakke tijdrit in Utrecht van Romain Bardet, vorig jaar nog zesde in de Tour. Tijdverlies op Neeltje Jans voor Jean-Christophe Peraud, in 2014 zo verrassend tweede achter Nibali. En dan het drama van de nummer drie van de vorige editie, Thibaut Pinot. Pech in de Ardennen, pech op de kasseien. Na een week Tour staat de kopman van FDJ al meer dan zes minuten achter op de besten. Altijd nog beter dan Pierre Roland, die meer dan tien minuten aan de broek kreeg. Nee, voor de Fransen is de Tour van 2015 nog geen feest.

Dus lanceren de Fransen een nieuwe kampioen. ‘La sensation Barguil’, schrijft de krant L’Equipe over de jonge debutant, die na een week tiende staat in het algemeen klassement. Zie hoe de lichtgewicht van 61 kilo zich tussen de bikkels handhaaft dwars door de wind in Zeeland. Hoe hij brutaal de kop neemt op de kasseien of op een klimmetje in de finale. Dus staan er dagelijks Franse camera’s bij de bus van Giant-Alpecin. „Zo werkt dat bij de Fransen”, zegt ploegleider Marc Reef. „Pinot valt een beetje weg uit het klassement, Péraud en Bardet vallen wat tegen en nu duikt de Franse pers massaal op Warren. Maar hij gaat er goed mee om, hij lijkt totaal niet onder de indruk. Het lijkt zelfs of hij het al een beetje heeft voorzien.”

De roem snelt Barguil vooruit sinds hij als neo-prof in de Vuelta van 2013 twee bergritten won. De tweede door in barre weersomstandigheden na een inzinking terug te komen en af te rekenen met Rigoberto Urán. Wordt hij bij zijn Tourdebuut de verrassing, die volgende week in de Pyreneeën vanuit het niets toeslaat? „Ik bekijk het dag voor dag, en zie wel hoever ik dit jaar kan komen.” Onbevangen uitstraling, geroutineerd antwoord.

Dezer dagen rijdt de karavaan door zijn geboortestreek Bretagne, van oudsher wielergek. Lucien Petit-Breton (1907 en ‘08), Jean Robic (1947) en Louison Bobet (1952, ’53 en ’54) worden als oud-Tourwinnaars nog altijd vereerd. Maar de maat der wielerdingen is hier Bernard Hinault, die dertig jaar geleden zijn vijfde Tour won – nog altijd de laatste Franse winnaar. Dit jaar verscheen een biografie van Le Blaireau (de Das) van de Britse journalist William Fotheringham en tijdens de Tour zendt de France 2 een documentaire uit: Hinault, Le Saga, 30 ans après.

„De vraag naar Hinault komt in elk interview”, bevestigt Barguil na de vijfde etappe bij de ploegbus. In de biografie van zijn grote voorganger heeft hij voor eens en altijd zijn antwoord gegeven. „Je moet blijven wie je bent. Je kunt het verleden niet uitwissen, maar ik wil in mijn carrière zelf mijn eigen tempo bepalen. Ik wil geen imitatie zijn van Hinault.” En zo zelfbewust als hij klinkt, zo kijkt Barguil ook de wereld in. „Hij is een winnaar”, typeert ploegleider Reef. „Hij heeft heel duidelijk voor ogen hoe hij het wil doen.”

Op zijn achtste ziet Barguil de Let Vainstains wereldkampioen worden in Plouay. Hij is verkocht. Samen met zijn vader, ook wielrenner, zijn er de eerste trainingstochten. Steeds weer langs die grote poster van Hinault naar de top van de steile Mûr-de-Bretagne, waar zaterdag de achtste rit in de Tour eindigt. „Julien Pinot is erg belangrijk voor me geweest als trainer”, zegt Barguil over de broer van zijn generatiegenoot Thibaut Pinot. Van tomeloze aanvaller wordt hij een afmaker, met de Tour de l’Avenir van 2012 als grootste triomf.

Jonge beloftes kende het Franse wielrennen genoeg, maar een opvolger van Hinault als Tourwinnaar was er in dertig jaar nooit. Cyclisme à deux vitesses, wielrennen op twee snelheden, heette jaren het excuus. De buitenlanders gebruikten volgens de Fransen doping, zij niet. Pas de laatste jaren staat een lichting nieuwe klassementsrenners op: Pinot (25), Bardet (24) en Barguil. Frankrijk kan niet wachten op een gele trui in Parijs. Dat is meteen het grootste probleem, stelde Barguil eerder in een interview met het blad Procyling. „Als die hele hype er niet zou zijn, was het voor ons veel makkelijker op eigen tempo de weg naar de top te bewandelen.”

Anders dan Pinot en Bardet (AG2R) koos Barguil er bewust voor de Franse druk te ontwijken en zich in het buitenland verder te ontwikkelen. Via de Franse ploegleider Christian Gilberteau kwam hij bij Giant-Alpecin terecht. „Deze ploeg is heel belangrijk voor me”, verklaart Barguil. „In Frankrijk keken ze raar op toen ik voor een buitenlandse ploeg koos, maar nu blijkt dat het een goede stap is geweest.”

In de ploeg van manager Iwan Spekenbrink wordt weinig druk op hem gelegd. „Vanuit een ontsnapping kan hij misschien een keer voor ritwinst gaan”, zegt ploegleider Reef. „Deze Tour is voor hem vooral een leerproces. Kijken wat er op je af komt: de hectiek in de eerste week, goed bij de ploeg zitten, de druk van de Franse media. Als het goed gaat, kunnen we volgend jaar misschien naar het klassement kijken.” En dan is een plaats bij de eerste vijftien al mooi. „Hij krijgt de tijd van ons.”

Maar of Frankrijk zolang kan wachten? „Ik voel best dat de Fransen naar mij kijken”, zegt Barguil. „Maar om me nu al uit te roepen tot de nieuwe kampioen zou een beetje vroeg zijn.”