2 Het schot

Foto Pierre Crom

Midden in zijn betoog wordt rebellencommandant Igor Strelkov, opeens gestoord. „Mortierstelling waargenomen in het maisveld!” „Waar?” vraagt Strelkov. „Vernietigen! Omsingelen en vernietigen!”

De camera zwenkt naar rechts, een strijder beent weg, de mobiele telefoon aan zijn oor. Onder de schaduw van de bomen staat militair materieel verscholen: een militaire truck, een pantserwagen met daarop een Strela-lanceerinrichting.

De Strela-10 is een luchtafweersysteem voor de korte afstand. De 9M37-raketten kunnen gevechtsvliegtuigen neerhalen tot een hoogte van 3,5 kilometer. De Strela is geen bedreiging voor de verkeersvliegtuigen die hier elke tien minuten overvliegen, op een veilige tien kilometer hoogte. Maar achter het korenveld, aan de andere kant van de heuvel, zullen de rebellen de volgende dag een Boek M-1 in stelling brengen. Het plafond van een Boek-raket ligt op zo’n twintig kilometer. Ver boven de kruishoogte van een Boeing-777.

Het is hoogzomer, de leeuweriken zijn stilgevallen, over het slagveld hangt een diepe stilte. Slechts af en toe klinkt er een schot. Strelkov draait zich naar de camera van de Russische tv. Zijn neus is roodverbrand. „Het is nu even rustig.”

Het is 16 juli 2014, de dag voor de ramp. Als vlucht MH17 met 15 minuten vertraging is opgestegen in Amsterdam, wordt in de Donbas een complete veldslag uitgevochten.

Brompot

In de afgelopen weken is het sluimerende conflict in Oekraïne uitgelopen op een regelrechte oorlog. Begin juni is Petro Porosjenko gekozen tot president, maar in de opstandige gebieden in Oost-Oekraïne is niet gestemd en de gevechten zijn alleen maar verder geëscaleerd. Op 11 juni meldt de regering in Kiev voor het eerst dat Rusland tanks de grens over heeft gestuurd. Volgens Kiev is het Oekraïense leger nog steeds bezig met een ‘anti-terroristische operatie’ (ATO). Ondertussen schieten de Oekraïense strijdkrachten met zware houwitsers op woonwijken en komen er elke dag burgers om het leven.

Sergej Petrovski zit op de vlakte. ‘Chmoeri’ (brompot) heeft een lange carrière bij de Russische militaire inlichtingendienst GROe achter de rug. Dit voorjaar is hij afgezwaaid met de rang van generaal-majoor, om meteen daarna dienst te nemen als ‘vrijwilliger’ in de Donbas. Op 16 juli is generaal Petrovski de hoogste inlichtingenofficier bij de rebellen, en de tweede man na Igor Strelkov. Chmoeri doet niet alleen inlichtingen, hij is ook verantwoordelijk voor de aanvraag van nieuw materieel uit Rusland: tanks, pantserwagens. En luchtafweerraketten.

Bij de gevechten gaat het hard tegen hard. In de afgelopen weken hebben de rebellen de beschikking gekregen over steeds meer zware wapens. De separatisten krijgen ook hulp van het Russische leger, dat vanaf de andere kant van de grens beschietingen uitvoert op de Oekraïense troepen met artillerie en met Grad-raketwerpers.

Maar in de lucht zijn de Oekraïners dominant. De Oekraïense luchtmacht gebruikt gevechtshelikopters, en de Soechoj-25, een licht gevechtsvliegtuig dat bedoeld is voor aanvallen op gronddoelen. In het gevecht geven de SU-25’s vaak de doorslag. De Oekraïense luchtmacht kan niet ongestraft opereren. De rebellen bijten van zich af met lichte luchtdoelraketten (‘Manpads’), die vanaf de schouder worden afgevuurd. In de afgelopen weken hebben de separatisten al verschillende helikopters en vliegtuigen neergeschoten.

Toch gaan de luchtaanvallen door. Op 16 juli, zo meldt de Nationale Veiligheidsraad in Kiev, komen Oekraïense gevechtsvliegtuigen twaalf keer in actie. Gevechtshelikopters voeren zeventien missies uit. Op de ochtend van 17 juli meldt het Oekraïense ministerie van Defensie dat gevechtsvliegtuigen drie tanks en verschillende pantserwagens van de rebellen hebben vernietigd. Elke missie, zo benadrukt Kiev, vereist „grote moed en professionalisme van de Oekraïense vliegers”.

Dat is ’s ochtends. Als eenmaal duidelijk wordt dat er een passagiersvliegtuig met 298 inzittenden is neergeschoten, zwijgt Kiev ineens over de inzet van het luchtwapen. Oekraïne wil niet de indruk wekken betrokken te zijn bij de ramp. Op het moment van de crash, zo benadrukt de woordvoerder Adriy Lisenko op 18 juli, „waren er geen gevechtsvliegtuigen van de Oekraïense strijdkrachten in de lucht”. Drie dagen later geeft het Russische ministerie van Defensie een persconferentie in Moskou. Russische radars hebben wél een Oekraïense SU-25 opgepikt, die in de buurt van MH17 vloog. De suggestie: de Oekraïense luchtmacht heeft de Boeing 777 uit de lucht geschoten.

Daarvoor is geen enkel bewijs. Maar de propagandaoorlog die het afgelopen jaar is gevoerd, heeft de aandacht afgeleid van de extreme omstandigheden in het Oekraïense luchtruim op de dag van de ramp.

Een ander, krachtiger wapen

Ondanks de oorlog is dat luchtruim op 17 juli nog open. Over het zuidoosten van Oekraïne loopt een aantal grote ‘airways’, snelwegen in de lucht. Vluchtroute L980 is een belangrijke verbinding tussen Europese luchthavens als Heathrow en Schiphol en Azië. L980 loopt dwars over Donetsk langs de stedelijke agglomeraties rond Sjachtarsk en Torez naar de Russische grens.

In dit gebied worden op 16 juli twee Oekraïense SU-25’s geraakt door vijandelijk vuur. Van een van de vliegtuigen staat vast dat het wordt getroffen door een luchtdoelraket. De piloot weet de gehavende kist veilig aan de grond te zetten in Dnepropetrovsk. Een tweede vlieger moet gebruikmaken van zijn schietstoel als zijn toestel wordt geraakt.

Vanwege de dreiging heeft de Oekraïense verkeersleiding UkSATSE de onderste regionen van het luchtruim boven de Donbas tot verboden verbied verklaard. Burgervliegtuigen moeten een hoogte van ten minste 26.000 voet (bijna acht kilometer) aanhouden. Daaronder mag alleen worden gevlogen door de Oekraïense luchtmacht.

Maar dat lijkt nu niet hoog genoeg meer. Op 14 juli wordt boven Izvarino, vlak aan de Russische grens, een Oekraïens transportvliegtuig door een raket neergehaald. Voor de Oekraïners is het een schok: de Antonov-26 vloog op een hoogte van 6,5 kilometer. Zelfs de modernste Russische ‘Manpads’ komen niet zo hoog. „Dit betekent dat de AN-26 is neergehaald met een ander, krachtiger wapen”, meldt het Oekraïense ministerie van Defensie in een persbericht. Volgens Kiev zijn er twee mogelijkheden: de Antonov is geraakt door een Russisch vliegtuig, of het toestel is neergeschoten door een „moderne kanonraketinstallatie van het type ‘Pantsir’”.

Die dag geeft de Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken Pavlo Klimkin in Kiev een briefing aan diplomaten van westerse landen. De situatie in het oosten is in een „kritische en gevaarlijke” fase terechtgekomen, zegt Klimkin. De Nederlandse diplomate Gerrie Willems noteert: ‘[De] Antonov kan alleen maar met Russisch materieel (...) zijn beschoten, aangezien separatisten zelf niet over dit soort anti- aircraft wapens beschikken.’

Nog dezelfde dag vaardigt de Oekraïense verkeersleiding UkSATSE een nieuwe ‘Notice to Airmen’ (Notam) uit. Verkeersvliegtuigen moeten nu een minimale hoogte van 32.000 voet (9,7 kilometer) aanhouden als ze het zuidoosten van Oekraïne overvliegen. Waar die hoogte op is gebaseerd, is onduidelijk. Het Oekraïense ministerie van Defensie spreekt zelf van een ‘Pantsir’. De radargeleide raketten van dit wapen halen een hoogte van ten minste twaalf kilometer.

Waarom wordt het luchtruim niet gesloten? Noch de Oekraïense luchtverkeersleiding, noch de Oekraïense luchtvaartautoriteit had gisteren gereageerd op schriftelijke vragen van NRC.

Telefoongesprekken van Chmoeri

„Grote broer! Hoe gaat het?”

„Nou, zo-zo.” >>

>>De Russische oud-inlichtingenman Sergej Petrovski klinkt vermoeid. „Ik ben nu in Marinovka, dus je begrijpt… we houden ons staande zal ik maar zeggen.”

Petrovski belt met een commandant met de bijnaam ‘Bootsman’.

Het is 17 juli. Bij Marinovka leveren rebellen zware gevechten met het Oekraïense leger.

„Ze beschieten ons de hele tijd met Grads (raketwerpers)”, vertelt Petrovski aan ‘Bootsman’. „Wij hebben net een vliegtuig neergeschoten, een Soesjka. Wij hebben immers nu een Boek-M gekregen.”

Petrovski heeft de raketinstallatie zelf besteld. De lanceerinstallatie is deze ochtend om negen uur aangekomen in Donetsk. Eigenlijk had Chmoeri gerekend op meer dan een lanceervoertuig, maar chauffeur ‘Boerjat’ heeft zich verontschuldigd: er was enige onduidelijkheid „daar”. Volgens de internationale onderzoeksgroep die de crash van MH17 onderzoekt, doelt Boerjat daarmee op Rusland.

De gesprekken zijn opgenomen door de Oekraïense geheime dienst en zitten nu in het strafdossier van het Landelijk Parket in Rotterdam.

Om 9.22 uur heeft Chmoeri gebeld met zijn plaatsvervanger ‘Sanitsj’.

„Sanitsj! Met die van jou gaat ook die van mij… de Boek-M mee. Hij staat op een trailer. Waar moeten we hem naartoe brengen zodat hij mee kan in het konvooi?”

„Achter het motel, bij Hornostaivska”, zegt Sanitsj.

Om 9.54 uur belt Petrovski een onbekende strijder in Donetsk.

„Luister goed”, zegt Petrovski. „Je neemt alleen de mensen mee die je nodig hebt als begeleiding. De anderen laat je hier. Als je daar aankomt, dan is er een plaatsje Pervomajskoje, kijk maar op de kaart.”

Pervomajskoje is het plaatsje van waaruit rebellenleider Igor Strelkov de aanval op Marinovka leidt.

Hoewel er tanks en ander militair materieel meerijden in het konvooi, is de Boek-lanceerinstallatie op een witte Volvo-dieplader een opvallend gezicht. Verslaggevers van het Franse blad Paris Match fotograferen de Boek in Donetsk. Een lokale inwoner filmt het konvooi, terwijl het voorbij dendert in Zuhres. Op een ander filmpje is te zien hoe de Boek-lanceerinstallatie op eigen kracht de weg afrijdt naar Pervomajsk. Even na het middaguur kiest de bemanning van de Boek positie in een veld net ten westen van Pervomajsk, bij het gehucht ‘Rode Oktober’.

Het Boek M1-systeem is een Russisch wapensysteem uit de tweede helft van de jaren zeventig. Een Boek-batterij bestaat uit meerdere voertuigen: lanceerinrichtingen (Telars), een commandovoertuig en een radarwagen. Maar vandaag hebben de rebellen slechts één Telar tot hun beschikking. Omdat de lanceerinrichting zelf ook een radar heeft, kan een voertuig ‘autonoom’ opereren. Maar de Boek-bemanning heeft een stuk minder overzicht dan normaal.

Op hun radarschermen ziet de driekoppige bemanning naderende vliegtuigen als een oplichtende stip. De bemanning kan zien hoe hard het vliegtuig vliegt, en hoe hoog. Maar de Telar heeft geen identificatiesysteem om het signaal van de transponders van de vliegtuigen te lezen. Wel kunnen ze de vliegtuigen duidelijk zien op hun radarschermen, en ze kunnen de hoogte aflezen: minstens 32.000 voet.

Het veld bij Rode Oktober ligt recht onder airway L980. Bijna iedere tien minuten komt er op grote hoogte een verkeersvliegtuig over.

Maar de aandacht van de Boek-bemanning gaat niet uit naar de verkeersvliegtuigen hoog boven hun hoofd, maar naar de Oekraïense gevechtsvliegtuigen daaronder.

Deze middag horen inwoners van het dorpje Grabovo rond vier uur het geraas van gevechtsvliegtuigen. Omdat er de afgelopen dagen is gebombardeerd, rennen de mensen hun huizen uit. Daar zien ze ten minste één jager cirkelen. „Ze vliegen de hele tijd, ’s ochtends, ’s avonds”, vertelt een landarbeider uit Rassypnoje op 19 juli tegen verslaggeefster Olga Ivsjina van de Russischtalige BBC. „Maar als wij ’s avonds de tv aanzetten, dan meldt onze Oekraïense tv dat er geen militaire vliegtuigen hebben gevlogen die dag. Terwijl wij de hele dag explosies horen, en er vliegtuigen vliegen boven ons hoofd.”

Om de jagers rondom te kunnen zien, moet de bemanning in de Boek hun radar voortdurend aan hebben staan. Daardoor is het voertuig gemakkelijk te detecteren. Als de bemanning een gevechtsvliegtuig ziet, dan is er weinig tijd. Het is de vlieger of de Boek-bemanning.

Een vogeltje

Als MH17 koers zet naar Oost-Europa, wordt op het vliegveld van Dnjepropetrovsk een steward aangehouden door de Oekraïense geheime dienst SBU. Roman S. werkt bij de lokale luchtvaartmaatschappij Windrose. Volgens de SBU gaf de steward „per mobiele telefoon en per sms” informatie door over „de frequentie en de vertrektijden van vliegtuigen van de Oekraïense luchtmacht”.

Om de ingesloten troepen aan de Russische grens te bevoorraden voeren transportvliegtuigen van de Oekraïense luchtmacht droppings uit. Op 16 juli, zo blijkt uit informatie van de Oekraïense Nationale Veiligheidsraad, zijn er verschillende vluchten met Antonov-26's uitgevoerd. Oekraïense bronnen melden dat ook voor 17 juli een vlucht gepland stond vanaf Dnjepropetrovsk. Volgens voormalig plaatsvervangend chef-staf Igor Romanenko >> >> werd die op het laatste moment afgelast. „De vluchttijd van dit transporttoestel werd doorgegeven door een spion”, zo zei de generaal in de Russische krant Novaja Gazeta. „Maar het bericht van de spion werd onderschept, en het vertrek van de AN-26 werd afgeblazen.”

Een woordvoerder van het Oekraïense ministerie van Defensie heeft deze lezing tegenover de BBC bevestigd. „Op dat moment moest er daar een transporttoestel van het Oekraïense leger voorbij vliegen.” Of de Antonov uiteindelijk vertrokken is of niet, is niet duidelijk.

Een Antonov-26 vliegt in een rechte lijn, net als een verkeersvliegtuig. Maar het propellervliegtuig is een stuk langzamer, en vliegt ongeveer half zo hoog als een Boeing 777. Volgens de Russische luchtvaartexpert Vadim Loekasjevitsj is het echter heel wel mogelijk dat de bemanning van de Boek de Boeing heeft aangezien voor een lager, langzaam vliegend toestel. Loekasjevitsj is een van de weinige experts in Rusland die zich kritisch hebben uitgelaten over het Kremlin, dat de schuld in de schoenen van de Oekraïners probeert te schuiven.

Kort voor de crash belt iemand met Igor Bezler, een rebellencommandant.

„Nikolajevitsj!”

„Ja huurling.”

„Er vliegt een vogeltje in uw richting.”

„Een drone of een grote?”

„Dat is niet te zien door de wolken, hij vliegt heel hoog.”

„Begrepen. Geef het door aan de leiding.”

De Oekraïense geheime dienst dateert het gesprek op 17 juli, 16.18 uur lokale tijd. Twee minuten later stort vlucht MH17 neer in de buurt van Grabovo, even ten noorden van de stad Torez.

Kort daarna sturen de separatisten een kort persbericht. ‘Zojuist is er in de buurt van Torez een AN-26 neergeschoten, ergens achter de kolenmijn ‘Vooruitgang’. Het vogeltje is neergestort achter de steenberg. Er zijn geen burgerslachtoffers.’

Steven Derix en Karel Knip