Column

Verslaafd aan Wimbledon

‘Oude’ gladiatoren Davenport en Austin.

Er zijn mensen voor wie het begon in de droge, hete zomer van 1976 toen Björn Borg won, met zijn haarband en Jezushaar. Of in 1983, met de scheldende John McEnroe, in 1985 met een 17-jarige Duitser met de motoriek van een tank en rossige wimpers, of in 1987 toen Pat Cash, zomaar vanaf het veld de tribune opklom om zijn coach te omhelzen.

Er zijn ook mensen voor wie het in 1996 begon. Toen de enige Nederlander ooit, Richard Krajicek, van de triomf door zijn knieën zakte. Of in 2000, met de zussen Williams. Of in 2001 toen Goran Ivanisevic op een wildcard na twee zenuwslopende twee weken het toernooi won, of in 2003 toen de zegetocht van Roger Federer van start ging. Of afgelopen woensdag, met de backhand van Richard Gasquet, die floats like a butterfly and stings like a bee.

Maar wanneer het ook begon en met wie, feit is dat er in de loop van de jaren steeds meer mensen aan ten prooi vielen: Wimbledonverslaving. Zij konden geen weerstand bieden aan de combinatie van gras, beschaving, hitte, onbeschaamde heroïek, regenpauzes en snelle tennisbanen.

Ze hadden geen verweer tegen het grastennis waarin je nooit een moment kan verslappen, elk punt een oorlogje is en een nieuw begin kan zijn. Ze hadden geen verweer tegen het Centre Court, het Colosseum van het tennis, de spelers die als gladiatoren de ring in komen en pas weer weg mogen, niet als ze 90 minuten gespeeld hebben, maar als ze gewonnen hebben – elk punt, elke game, vijf, of drie, sets lang – op gras.

Ze hadden geen verweer tegen de stoïcijnse umpires die gehaat worden, de nul punten die ‘liefde’ genoemd worden. Tegen het wit waarin gespeeld wordt, de toeschouwers die netjes in de rij staan of met z’n duizenden juichend op een heuvel buiten in de regen voor een groot scherm – gewoon, omdat ze dat altijd zo doen.

Dat de BBC het allemaal uitzendt helpt de Wimbledonverlaafden al helemaal niet. Sterker nog, Wimbledonverslaving krijg je alléén van de BBC. Ik ken mensen die nog nergens last van hadden toen ze het via NOS en RTL volgden, maar hopeloos ten onder gingen toen ze per ongeluk een keer de Beep aanzetten. De BBC verleidt de kijker en bindt hem vast – nergens is de tennisverslaggeving zo perfect als daar.

De BBC heeft de coolste montages, de beste muziek en de helderste statistieken. Verder zitten er de oude gladiatoren die het zelf allemaal hebben meegemaakt en ze geven commentaar alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Niet alleen extreem vakkundig, maar waar je als amateur ook gewoon alles van begrijpt, zodat je voortduren naar de tv schreeuwt: ‘JA INDERDAAD WAT JE ZEGT!’

En dan is er nog het literaire commentaar tijdens de matches dat met een ganzenveer geschreven lijkt, dat zingt van de alliteratie en schaamteloos sentiment. De stem van David Mercer, de David Attenborough van het tennis, de lol die van alles afspat en het grootste gemak waarmee alles gemaakt lijkt.

Ze zeggen dat er een vragenlijst bestaat en dat als je die serieus met iemand invult, je na afloop op die persoon verliefd bent. Zo werkt het met de BBC en Wimbledon. Mijn advies: houdt u er verre van en ga lekker de Tour kijken.

Anders gaat u straks ook ten onder.