Veel scepsis over Bussemakers ‘4.000 docenten meer’

In haar Strategische Agenda belooft minister Bussemaker 3.900 extra docenten voor hoger onderwijs. Dat cijfer wordt niet al te precies genomen.

Bestuurders en belangengroepen in het hoger onderwijs betwijfelen of de 3.900 extra docenten die minister Bussemaker (OCW, PvdA) deze week in haar strategische agenda beloofde, er wel komen. Ze nemen de cijfers niet al te letterlijk.

Uiteindelijk hebben hogescholen en universiteiten budgettaire vrijheid: ze mogen zelf bepalen waar ze het extra geld van het ministerie aan uitgeven. Die vrijheid stellen ze op prijs. Bestuurders omdat ze zelf willen bepalen hoe ze het onderwijs kunnen verbeteren, studenten en docenten omdat ze daar via de instellingen inspraak in willen hebben.

Formeel kan de minister de zelfstandige universiteiten niets dwingend opleggen. Ook de agenda heeft het, vrijblijvend, over „bestedingsrichtingen”.

Karl Dittrich, voorzitter van universiteitenvereniging VSNU, is enthousiast over het vertrouwen in de uitvoerders – dat blijkt wel uit deze aanpak, waarin slechts hoofdlijnen worden uitgezet. Hij vindt dat instellingen het beste zelf met medezeggenschap van studenten en docenten kunnen bepalen hoe ze hun onderwijs verbeteren. Dittrich houdt niet van strakke prestatienormen, want die leveren bureaucratie op. „We moeten af van de protocollen en regeltjes. Waarom spreekt de overheid de raden van toezicht niet vaker aan? Er is toch niemand die bewust een slechte prestatie levert”, zegt hij.

Het extra geld voor docenten is er nog niet, omdat de besparingen op de basisbeurs pas in de loop der jaren worden gerealiseerd. Het bedrag is beduidend kleiner dan 1 miljard euro per jaar en komt pas over tien jaar in zijn geheel vrij. Dan hebben er ook al andere kabinetten, andere parlementen en andere ministers gezeten met nieuwe plannen en eventueel extra bezuinigingen.

Bovendien moet een groot deel van het op studiefinanciering bespaarde geld ook naar andere bestemmingen gaan, zoals betere studiefinanciering voor wie het echt niet kan betalen. En dan zijn er nog eerdere bezuinigingen geweest.

Volgens de VSNU blijft er jaarlijks 620 miljoen euro over. Dat wordt ook gebruikt voor beleidsdoelen als regionale samenwerking, excellentie, profilering en beurzen voor onderwijs. Een docent kost ongeveer één ton per jaar. Voor het hbo komt er uiteindelijk 231 miljoen euro meer en voor het wetenschappelijk onderwijs 140 miljoen.

Zolang het extra geld er nog niet is, gaan de universiteiten en hogescholen samen drie jaar lang 200 miljoen euro voorfinancieren. Dat is slechts de helft die nodig is voor die bijna 4.000 extra docenten. Volgens de Landelijke Studentenvakbond valt die voorfinanciering tegen omdat universiteiten en hogescholen nieuwe etiketten hebben geplakt op investeringen waar ze allang mee bezig waren.

Los van het precieze aantal nieuwe docenten is het de bedoeling dat universitaire wetenschappers voortaan ook worden afgerekend op onderwijs en niet alleen op onderzoek en publicaties. Dan zal het huidige wetenschappelijke personeel vaker voor de klas staan.