Op Japanse erfgoedplekken werkten Koreaanse dwangarbeiders

Hashima, met een oud fort en een verlaten kolenmijn, is een van de nieuwe Japanse industriële werelderfgoederen waar Koreanen te werk waren gesteld. Foto Unesco

Japan heeft er sinds deze week 23 industriële monumenten bij op de UNESCO-lijst van cultureel werelderfgoed. De vreugde hierover in Tokio werd echter getemperd door een gevoelige concessie aan Zuid-Korea. Er moet namelijk bij worden vermeld dat er op zeker zeven van die plaatsen gebruik is gemaakt van Koreaanse dwangarbeiders.

Japan is al heel lang trots op zijn razendsnelle ontwikkeling van een feodale staat in de negentiende eeuw tot een moderne geïndustrialiseerde samenleving ruim een halve eeuw later. Voor veel andere landen in met name Azië was die transformatie een bron van inspiratie voor hun eigen ontwikkeling.

Daarom, vonden de Japanse autoriteiten, werd het de hoogste tijd 23 markante oude industriële monumenten op de Unesco-lijst te krijgen. Het gaat onder meer om het zuidwestelijke eilandje Hashima, bijgenaamd Gunkanjima (Slagschipeiland), waar een voormalig fort en een verlaten kolenmijn liggen, en om fabrieksgebouwen en scheepswerven.

Het Japanse voorstel stuitte echter op bezwaren van Zuid-Korea. Dat wees erop dat op zeven van die 23 plaatsen gebruik was gemaakt van Koreaanse dwangarbeiders.

Daarop weigerden de 21-leden van het Unesco-comité in Bonn dat over de toekenning van erfgoedstatus gaat, de Japanse verzoeken te honoreren. Het gaf Japan en Zuid-Korea echter 24 uur een compromis te vinden.

Met grote tegenzin gaf Japan daarop gehoor aan de Zuid-Koreaanse eis om ook de dwangarbeid te vermelden.

„Voor het eerst hebben de Japanners het historische feit vermeld dat Koreanen in de jaren veertig tegen hun wil werden ingezet en werden gedwongen onder zeer zware omstandigheden te werken”, stelde het Koreaanse ministerie van Buitenlandse Zaken triomfantelijk in een verklaring.

De Japanse minister van Buitenlandse Zaken Fumio Kishida op zijn beurt zei „heel tevreden over het besluit” te zijn.