Uiteindelijk zal het Griekse ‘nee’ ons Europa bevrijden...

Na het Griekse referendum is een situatie ontstaan die om een mentale ommekeer vraagt, menen Ruud Lubbers en Paul van Seters.

Illustratie Hajo

Sinds IMF-directeur Lagarde recent toegaf dat het inzake Griekenland tot een schuldverlichting zou moeten komen en de Griekse premier Tsipras een indrukwekkende overwinning bij het referendum behaalde, is er een nieuwe situatie ontstaan. De eurogroep moet nu onverwijld de weg inslaan van een redelijk evenwicht tussen schuldverlichting aan en tekortreductie door Griekenland.

Bij die schuldverlichting zijn afzonderlijke onderhandelingen tussen het IMF, de ECB en de Europese noodfondsen (EFSF en ESM) geboden. Dat begint met de extra tranche steun waar Griekenland dringend behoefte aan heeft. Die extra tranche zou geheel Europees gefinancierd kunnen worden. In ruil daarvoor zou het IMF bereid moeten zijn genoegen te nemen met de helft van wat nu aan terugbetaling verschuldigd is.

Vervolgens kunnen het IMF en de eurogroep in een langduriger onderhandelingsproces bepalen welke schuldverlichting nodig is en hoe de rekening daarvoor tussen IMF en eurogroep verdeeld wordt. Die schuldverlichting – zowel het beginsel als de maatvoering over vele jaren – moet vanaf dag één gekoppeld worden aan het beginsel dat Griekenland zijn schulden terugbetaalt en zijn economie zo gezond maakt dat het de in het Verdrag van Maastricht afgesproken criteria weer bereikt.

Die opdracht vergt evenzeer een politiek akkoord tussen de overige landen van de eurogroep en Griekenland zelf, met als inzet dat er een evenwicht moet komen tussen bezuinigingen en herstel van de economische groeikracht.

Uit wat in Ierland, Spanje, en Portugal eerder gepresteerd is (om weer aan de criteria van Maastricht te voldoen) blijkt hoeveel er mogelijk is, mits het grondvlak van de democratie in stand blijft. In die zin is Tsipras niet langer de eerste man van een linkse beweging maar de politieke leider van een Griekenland dat wil gaan aantonen weer over groeikracht te beschikken.

De recente humanitaire noodsituatie laat zien dat meer bezuinigingen respectievelijk tekortverminderingen niet gevonden kunnen worden in het verder uitkleden van de verzorgingsstaat. Sterker, het zich verenigende Griekse volk vraagt om solidariteit en ‘zuinigheid’ door alle geledingen heen.

Zowel de eurogroep als Griekenland, zeg maar Dijsselbloem en Tsipras, moet niet onderschatten hoezeer het onderschrijven van bovenstaande beginselen een totale mentale ommekeer vergt. De inzet van een solide Grieks beleid is niet langer om andere eurolanden tevreden te stellen, maar om de Griekse waardigheid te erkennen en groeikracht te bevorderen.

Een strenge eurogroep zal dan weer de rol gaan vervullen waarvoor die allereerst bedoeld was, namelijk lidstaten – in aanvulling op eigen inspanningen en vernieuwingen – helpen bij vergelijkend onderzoek naar hoe collega-lidstaten er in slagen om met minder tekorten hun economieën te laten functioneren en tegelijk te moderniseren.

Na alles wat is voorgevallen zal zo’n mentale ommekeer niet eenvoudig zijn. Dat gaat niet alleen om Dijsselbloem en Tsipras. Iedereen heeft kunnen zien hoezeer Commissievoorzitter Juncker en Raadsvoorzitter Tusk, geplaagd door Poetin en de eindeloze reeks mediterrane bootvluchtelingen, de laatste maanden op de proef zijn gesteld. Dat – niet Griekenland – tastte zelfs hun onderlinge werkverhouding aan.

Maar hier geldt ook: mits wij gaan voor die mentale ommekeer – ook Merkel, ook Schäuble – kan het 61 procent ‘nee’ in Athene toch een bevrijdende betekenis voor ons Europa hebben.