Column

Luchtig doen over rampzalige gevolgen

Een Jordaanse prins, die tijdens de Bosnische oorlog als politiek adviseur voor de VN-vredesmacht in het voormalige Joegoslavië werkte, stelde deze week in de Veiligheidsraad een pijnlijke vraag. Aan zichzelf en de leden van de Veiligheidsraad. Die waren woensdag bijeen om te spreken over de val van Srebrenica en de massamoord op zo’n achtduizend moslimjongens en -mannen, twintig jaar geleden.

Prins Zeid Ra’ad al-Hussein, inmiddels Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, trok namens de VN het boetekleed aan. Hoe kunnen we zo dom zijn geweest, wij allemaal bij de VN, vroeg hij, dat we niet zagen aankomen dat ze zouden worden vermoord? Er waren aanwijzingen genoeg voor de moorddadige bedoelingen van de Bosnische Serviërs. Maar niemand bij de VN kon zich voorstellen dat generaal Mladic duizenden mensen zou laten vermoorden. Het ontbrak blijkbaar aan het voorstellingsvermogen.

Ook de Amerikaanse VN-ambassadeur Samantha Power, in 1995 journalist in Sarajevo, kon het zich gewoon niet voorstellen toen een collega haar destijds vertelde wat er na de val van Srebrenica was gebeurd. „Ik kon niet geloven dat de Bosnisch-Servische troepen werkelijk iedere moslimman en -jongen die ze vasthielden zouden executeren”, zei ze in de Veiligheidsraad. Achteraf misschien onbegrijpelijk, maar indertijd leden velen aan die fatale blindheid. En laten we ons geen illusies maken, zei prins Zeid, we kampen ook nu met het onvermogen gebeurtenissen te voorzien.

Er zijn inderdaad genoeg recente voorbeelden die dat illustreren. Wie had anderhalf jaar geleden gedacht dat Rusland de Krim zou annexeren? Dat in het oosten van Oekraïne door oorlogsgeweld duizenden mensen zouden omkomen? De geschiedenis neemt soms wendingen die je om wat voor reden dan ook niet voorziet. Alleen dringt dat besef tot veel politici en opiniemakers niet erg door.

Neem de Griekse schuldencrisis. Niet dat daar een volkerenmoord op stapel staat. Maar op de achtergrond van het financiële drama zijn er allerlei onheilspellende politieke omstandigheden, in Griekenland en de wijde omtrek. De oplopende spanning tussen Rusland en de rest van Europa. Het geweld en extremisme in het nabije Midden-Oosten. De grote vluchtelingenstromen. De politieke en economische uitzichtloosheid in Bosnië en Kosovo. De onrust in Macedonië. En in Griekenland zélf is de economie 25 procent gekrompen, heeft een kwart van de beroepsbevolking geen werk en is er een traditie van links en rechts, al dan niet gewelddadig, extremisme. Niemand weet op dit moment wat dat allemaal betekent. Maar wie met stellige recepten komt voor het oplossen van de Griekse crisis zou er op z’n minst bij kunnen stilstaan. En, voor een oordeel te vellen, moeten bedenken wat de gevaren zouden kúnnen zijn – van een eindeloos voortetterende crisis, dan wel van een gedwongen vertrek van Griekenland uit de euro en het risico van een Grieks isolement.

Maar het erkennen van dilemma’s en onzekerheden is niet de stijl van Frits Bolkestein. Twee dagen nadat de Griekse kiezers ‘nee’ hadden gezegd in het referendum over de Europese hervormingsplannen, pleitte hij in de Volkskrant voor „een spoedig vertrek van Griekenland uit de eurozone”. „Die Grexit zal her en der rampzalige gevolgen hebben”, wilde hij wel erkennen, „zowel in Griekenland als elders in de Europese Unie”. Maar daar maakte hij verder geen woorden aan vuil. Want het is nu mooi geweest. „Men kan zich toch moeilijk voorstellen dat Griekenland nogmaals met ettelijke miljarden euro’s overeind wordt gehouden onder begeleiding van doormodderende onderhandelingen.” Nee alsjeblieft, niet nog langer doormodderen. Dan maar liever, her en der, rampzalige gevolgen. Wat die ook zullen blijken te zijn.